De baas van Vestia wilde het allemaal in zijn eentje doen

Erik Staal was geliefd binnen Vestia, maar niet bij andere corporaties. De directeur van het noodlijdende woonbedrijf opereerde als eenling met arrogante trekjes. Een portret.

Nederland, Netherland, Rotterdam 03-05-2011 Portret van Erik Staal, directeur van Vestia Foto: Guido Benschop/Hollandse Hoogte Benschop/Hollandse Hoogte

Eppo König

Erik Staal had een „pokkehekel” aan passiviteit. Aan werknemers die in procedures denken heb je niks, zei hij in 2008 in KEI, het kenniscentrum stedelijke vernieuwing in Rotterdam. Bij zijn woningcorporatie Vestia kreeg iedereen daarom veel vrijheid en ruimte. Liep het fout, dan nam Staal de eindverantwoordelijkheid. Uitgefoeterd werd je niet. „Het maximale wat ik ooit heb gezegd is: ik ben teleurgesteld”, aldus Staal.

Deze week moest de baas van Nederlands grootste woningbedrijf opstappen. Hij laat Vestia achter met een tekort van mogelijk 2,5 miljard euro. Ergens is er iets heel erg fout gegaan met risicovolle leningen. Iemand bij Vestia heeft iets te veel vrijheid genomen.

Staal liet zich ook niet controleren. Schriftelijk en telefonisch liet hij de Stichting Visitatie Woningcorporaties meerdere keren weten dat hij geen behoefte had aan bezoekjes. Nu niet en in de toekomst niet. Vestia had ook gebroken met branchevereniging Aedes. Staal wilde het op zijn eigen manier doen.

Hij werd gewaardeerd door zijn personeel, maar niet door bestuurders van andere corporaties. Hij had iets arrogants, iets superieurs over zich, zeggen bekenden. Staal wist het beter en wilde zijn slimme oplossingen niet delen. Ook niet hoe hij zo goedkoop kon lenen – waar Vestia nu de rekening voor betaalt.

Eén op één viel er heel goed met hem te praten. Maar in groepsverband veranderde Staal. Het was hoe hij een wijntje af kon slaan bij een etentje. Niet ‘nee, dank u’, maar ‘nee, natuurlijk niet’. Staal dronk geen alcohol. Liever water of thee. Hij was een marathonloper. En iedereen die wel dronk, was dom.

Staal was een eenling. Hij meed bijeenkomsten met andere corporatiebestuurders. Als hij een keer wel mee vergaderde, zat hij aan de rand van de groep. Wat hij zei klonk als een statement, niet als inbreng in een discussie. In Den Haag werd eens een rapport over wijken gepresenteerd. Staal ging op de laatste rij zitten en deed niet mee aan de discussie; de grootste volkshuisvester van het land.

De leiding over Vestia voerde Staal ook alleen. Hij was zowel directeur als voorzitter van de Raad van Bestuur. Alleen, die raad bestond enkel uit Staal zelf. Op zich is dat geen uitzonderlijke constructie in corporatieland. Bij grote corporaties komt het alleen minder vaak voor. „Een Raad van Bestuur is een extra bestuurslaag”, vond Staal „Je bent alleen maar tijd aan het vermorsen in je eigen organisatie.”

Staal was een sfinx. In de jaren negentig moest hij een woonwagenkamp aan de Haagse Viaductweg saneren. Van de vijftig wagens mochten er maar twintig terugkeren. Staal ging er zelf heen om te onderhandelen. Hij en zijn gezin werden een tijd lang zwaar bedreigd. Wat het met hem deed, vertelde hij niet snel.

Bij wethouders was hij populair. Hij kon scherp onderhandelen, maar stak zijn nek uit met investeringen. Hij was een workaholic met hart voor zijn maatschappelijke taak. Aan de ene kant renoveerde hij een hele wijk als Duindorp aan zee. Aan de andere kant bouwde hij Thomashuizen voor kleine groepjes verstandelijk gehandicapten.

Staal was een echte volkshuisvester, geen vastgoedmanager. Ook in de huurwereld staat Vestia „redelijk goed bekend”, volgens de landelijke Woonbond. De corporatie staat niet in de „klachten top-10”.

Sinds 1999 bouwde Staal Vestia uit tot een woningcorporatie met ruim 79.000 huurhuizen. Er werken 1.150 werknemers, verdeeld over vijftien lokale woonbedrijven. Staal had een goed ondernemersinstinct. Bij corporaties in geldnood ging hij in een vroeg stadium altijd even langs. „Kan ik misschien helpen”, vroeg hij dan (lees: overnemen).

Voor een oud-ambtenaar had hij weinig geduld met procedures. Over zijn stunt met de Haagse torenflat Het Strijkijzer mocht hij graag vertellen. Eerst was het de gemeente die jarenlang dwarslag. Toen maakte eigenaar van een naastgelegen gebouw bezwaar. Staal kreeg van een nieuwe wethouder groen licht – als dat bezwaar zou verdwijnen. De volgende ochtend belde hij op. Het naastgelegen pand was in 24 uur van eigenaar veranderd. Nu wonen er studenten hoog aan het Rijswijkseplein.

Voor het grote publiek was Staal de graaier die zichzelf een half miljoen salaris gaf. Hij was jarenlang met afstand de best verdienende corporatiedirecteur. Een man die altijd zwarte leren jasjes droeg en in een zwarte Mercedes reed. Met een eigen parkeerplaats pal voor de deur van het monumentale hoofdkantoor in hartje Rotterdam.

Het personeel bij Vestia kreeg veel vrijheid en ruimte, maar er waren ook twee doodzondes, zei Staal in 2008 bij het KEI. Bij boze opzet volgde nog één gesprek en dat was het exitgesprek. Nog erger was het als je de baas niet tijdig waarschuwde als iets fout ging. „Dan ben je aan het jatten van mij”, zei Staal met enige bravoure. Het doelde niet om de mogelijkheid om nog in te grijpen – daar was het dan toch al te laat voor. „Maar je verhindert mij om überhaupt nog te kunnen genieten van het ongeluk of de catastrofe die zich gaat voordoen.”

Naar verluidt is Staal uitgeweken naar zijn miljoenenvilla op Bonaire. „Hij zit er behoorlijk doorheen”, volgens een vriend.

    • Eppo König