Brieven over de opwarming van de aarde

Op de man spelen toont gebrek aan argumenten

No need to panic about global warming stond boven een opiniestuk in de Wall Street Journal van 27 januari , ondertekend door zestien vooraanstaande klimaatwetenschappers , waaronder oud-directeur van het KNMI Henk Tennekes. Baudet slaat de spijker op zijn kop in zijn column (Opinie, 27 januari). Dat is niet selectief winkelen, zoals Wouter van Dieren in zijn reactie lijkt te denken (Opinie, 30 januari).

Het is niet warmer dan in de middeleeuwen of in de Romeinse tijd, de gletsjers zijn niet kleiner dan toen, de zeespiegel stijgt niet sneller dan in de vorige eeuw en er zijn niet meer hurricanes dan vroeger. Er is nog niets aan de hand met ons klimaat. Wie vindt dat dat „meningen” zijn die „allang weersproken” zijn, houdt zijn literatuur niet bij.

Andere processen lijken belangrijker voor ons klimaat. Welke weten we nog niet. Reden genoeg om te investeren in klimaatonderzoek, in plaats van in het verminderen van de uitstoot van CO2. En in het beschermen van biodiversiteit, die niet, zoals Jan Terlouw meent (Opinie, 30 januari), bedreigd wordt door CO2-uitstoot, maar door roofzuchtig landgebruik. En in duurzame energie, want die hebben we nodig, of het klimaat nu warmer wordt of kouder.

Het valt mij tegen van Terlouw en Van Dieren, mensen die ik allebei hoog heb, dat zij Baudets argumenten niet met wetenschappelijke argumenten bestrijden, maar met verdachtmakingen. Terlouw trekt Baudets wetenschappelijke kwaliteit in twijfel en Wouter van Dieren geeft de schuld aan de Amerikaanse Republikeinen, de olielobby en conservatieve samenzweringen. Wie op de man speelt, heeft kennelijk geen inhoudelijke argumenten meer over.

Salomon Kroonenberg

Em. Hoogleraar geologie aan de TU Delft, Delft

Klimaatkritiek komt op

Arthur Schopenhauer meende dat de waarheid eerst wordt genegeerd, dan fel bekritiseerd, totdat ze uiteindelijk geruisloos wordt geaccepteerd. Jan Terlouw en Wouter van Dieren geven onbedoeld aan dat de kritiek op de heersende visie op klimaatverandering in het tweede stadium is beland (Opinie, 30 januari) .

Aanleiding was een column van Thierry Baudet waarmee hij een moedige poging waagde om nuance aan te brengen: CO2 heeft „wel enig effect” op het klimaat, maar er bestaat controverse over hoe groot dat effect is (Opinie, 27 januari). Baudet trekt in twijfel of dit aanleiding moet geven tot paniek en miljardenuitgaven.

In weerwil van het beeld dat klimaatactivisten graag schetsen, zijn dit soort twijfels lange tijd weggewuifd. Nu is de tijd aangebroken voor persoonlijke aanvallen op de critici. Terlouw merkte badinerend op dat „de fundamentele principes van wetenschap” niet het „geestelijk eigendom” van Baudet zijn. Van Dieren zette Baudet weg als een „klimaatontkenner” en liet doorschemeren dat hij er als rechtsfilosoof de ballen verstand van heeft.

Baudet verdient lof voor zijn poging om tegengas te geven in een soms hysterisch debat over klimaatverandering, waarin de zoektocht naar waarheid zelden de belangrijkste rol speelt.

Marco Visscher

Rotterdam

Het broeikaseffect is sterk overschat

Wouter van Dieren schrijft dat het klimaatscepticisme wordt aangestuurd door een wereldwijde lobby van griezelige reactionaire krachten (Opinie, 30 januari).

Helaas voor Van Dieren liggen de feiten anders. Zo is het een waarneembaar feit dat, na de gemiddelde stijging van tien graden in de vorige eeuw, die stijging al ruim tien jaar niet meer doorzet, hoewel de toename van CO2 in de dampkring onverminderd doorgaat.

Maar vooral geologische data doen steeds meer twijfel rijzen over de directe relatie tussen temperatuur en CO2-gehalte – zij wijzen veeleer op een correlatie met zonneactiviteit. Het kan Van Dieren toch niet zijn ontgaan dat in het bijzonder onder geologen en aanverwante wetenschappers veel argwaan bestaat jegens de alarmistische klimaatvoorspellingen.

In plaats van een catastrofale opwarming voorzien zij dat er binnen niet al te lange tijd weer een glaciale periode zal beginnen. Alles wijst erop dat de invloed van het broeikaseffect op de klimaatregulerende processen sterk wordt overschat.

Dr. Harry N.A. Priem

Em. Hoogleraar isotopen-geofysica en planetaire geologie aan de Universiteit Utrecht