Opinie

Appeltje eitje

Het klokhuis noem ik het appartement waar ik me afgelopen week bevond. Waarom? Omdat het een en al Apple is. Met een vriend en mijn kinderen ben ik een weekje skiën. Vooral de vriend is de Applegek. Wijlen Steve Jobs is heilig. Hij is zijn voorbeeld en zijn goeroe. Al jaren. Mijn vriend draagt nog net geen zwarte coltrui. Hij heeft mijn kinderen geïnfecteerd met Steve en al zijn producten. Zij zijn jaren geleden al overgegaan op Apple. Ik niet. Waarom niet? Luiigheid. Bejaard gedrag volgens mijn kinderen. Mijn vriend kijkt me dan vol medelijden aan. Ik ben een microsoftie.

De avond voor we het appartement konden betreden zaten we in een restaurant onder aan de alp. Het onderwerp aan tafel was uiteraard Apple. De mogelijkheden van de nieuwste iPad en zijn oneindige apps. Voor ik het wist keek ik in het blije gezicht van mijn kleinzoon in Amerika. En hij in het mijne. Dit was geen Skype, maar iets nog beters. Bedacht door Steve uiteraard. Terwijl zij de rest van het diner vulden met wetenswaardigheden uit de wondere wereld van de tablets, zat ik er verloren bij. Geen idee waar ze het over hadden. Ik schreef wat regels in mijn hoofd, bladerde wat door de wijnkaart en wist wat me morgenochtend te wachten stond.

Het uitpakken van de koffers. Uit hun rugzakjes zouden ze hun snelle, handzame apparaatjes toveren en ik zou worden bedolven onder minachting als ik mijn laptop op de eettafel van het appartementje zou zetten. Mijn ouwe trouwe, op kolen gestookte laptop. Boeken op geschreven, columns op getikt, theaterprogramma’s op gemaakt. Ik hoorde alvast de hoon. Ik viel later in mijn hotelkamer in een rustige slaap. Klaar voor de minachting.

Aangekomen in het appartement ging het zoals ik mezelf had voorspeld. Iedereen legde zijn apparatuur op tafel en men zocht naarstig naar bereik, wifi, wachtwoorden. Er was wifi, maar geen wachtwoord. We belden de appartementenmelker en die zei dat we dat wachtwoord ook niet kregen. Dat was alleen voor de eigenaar. We konden bij hem wel een stickje huren. Een zogenaamde Internet Everywhere van Orange. 9 euro per dag. Het stickje kwam en toen begon de voorstelling echt. Zowel mijn kinderen als de vriend gingen kopje-onder in de probeersels. Eentje zou het stickje nemen en de rest kon dan via zijn computer ook op het internet. Alleen ik niet. Want ik had geen Apple. Ik was de digitaal demente. Dit Apple-onderonsje was ook door Steve bedacht. Zo makkelijk.

Het werd een vrolijk schouwspel. Althans voor mij.

Appeltje dit, appeltje dat, appeltje zus, appeltje zo. Wat ze ook deden: ze kwamen niet op het world wide web. Er werden geloofsgenoten in Nederland gebeld en die hadden stuk voor stuk goede adviezen die niet werkten. Appeltje hupsakee, appeltje hatseflats, appeltje holadiee… maar helaas: geen bereik. Er werd opnieuw opgestart, procedures van vooraf aan begonnen, er werd op het stickje gescholden, de appartementenmelker werd voor alles en nog wat uitgemaakt, de firma Orange kreeg ervan langs en toen…. toen werd er naar mij gekeken, naar opa met zijn laptop.

Ik stak het stickje in mijn kreunende en steunende computer, volgde de procedure op het scherm en ja hoor: bereik. Niet glasvezelsnel, maar in elk geval bereik. Buiten sneeuwde het, de open haard snorde gezelligheid, er werd ouderwets gekaart en de Appletjes lagen er een beetje radeloos bij. Goed voor een spelletje Tetris ofzo, leuk voor een filmpje, maar niet voor het contact met het vaderland. Daar hadden ze mij voor nodig. Ze mochten mijn computer uiteraard gebruiken, echter op voorwaarde dat ze het steeds nederig zouden vragen en in die vraag moesten de woorden ouderwets en Microsoft vallen. En het heerlijke woord sorry voor de beledigingen van de afgelopen vijf jaar. Meer niet.

Gisteravond vroeg mijn vriend waar mijn column over ging.

„Dat lees je thuis wel”, lachte ik.