Zijn onze levens dan zo weinig waard?

Met de bloedige voetbalrellen in Port Said lijkt het volgende gewelddadige hoofdstuk in de Egyptische revolutie te zijn begonnen. Gisteravond braken in Kairo nieuwe gevechten uit.

People gather around a train as they wait for the arrival of those wounded during clashes in Port Said stadium, at Ramses metro station in Cairo early February 2, 2012. Seventy-four people were killed when supporters clashed at an Egyptian soccer match, prompting fans and politicians on Thursday to turn on the ruling army for failing to prevent the deadliest incident since Hosni Mubarak was ousted. REUTERS/Stringer (EGYPT - Tags: DISASTER SPORT SOCCER) REUTERS

Correspondent Noord-Afrika

KAIRO. Omstreeks twee uur ’s nachts stapt een groep van een veertigtal mannen door het nachtelijke Kairo. Het zijn ‘ultra’s’, hardleerse fans van de voetbalclub Al-Ahly, en ze zijn op weg naar het Ramsis-station om de trein uit Port Said op te wachten. Kijken wie er uitstapt en vooral wie niet. Enkele uren eerder is de wedstrijd tegen aartsrivaal Al-Masry uitgelopen op het ergste bloedbad uit de Egyptische voetbalgeschiedenis. Daarbij zijn zeker 74 doden gevallen; er zijn 1.000 gewonden.

De emoties lopen hoog op. De ene verwenst de mensen van Port Said, de andere zegt: „Dit is de wraak van de politie.” Oudere fans proberen jongeren te kalmeren. „Dit is precies wat ze willen: ons tegen elkaar opzetten zodat we de echte vijand, het leger, uit het oog verliezen.”

Minuten nadat het nieuws over het drama in Port Said bekend was geworden, doken de eerste complottheorieën op. Dit was geen gewoon voetbalgeweld, dit was een afrekening voor de sleutelrol die de zogeheten ultra’s, de harde kern van voetbalsupporters, vorig jaar hebben gespeeld tijdens de Egyptische opstand.

De geruchten werden versterkt door de beelden van de oproerpolitie die werkeloos toekijkt, terwijl fans van de thuisploeg Masry het veld, de kleedkamers en de tribunes van Al-Ahly bestormen. Op de eigen tv-zender van Al-Ahly zegt sterspeler Mohamed Abu Trika: „Mensen gaan hier dood en niemand steekt een vinger uit. Dit is oorlog. Zijn onze levens dan zo weinig waard?”

Het pas gekozen parlement hield gisteren een spoeddebat over de gebeurtenissen in Port Said. Tal van parlementsleden legden de schuld bij de legerleiding, en herhaalden de eis dat het leger zo snel mogelijk de macht afstaat aan een burgerregering. Ook werd het ontslag van de minister van Binnenlandse Zaken geëist. In november en december vorig jaar leidde protest tegen het aanblijven van de militaire junta al tot straatgeweld met tientallen doden als gevolg.

Legerleider Tantawi heeft ondertussen drie dagen nationale rouw afgekondigd. Hij gaf ook een interview aan Al-Ahly TV waarin hij zei dat „zij die Egypte proberen te destabiliseren niet zullen slagen”. Tantawi zei niet wie dat waren; het leger legt de schuld voor wat fout gaat in Egypte wel vaker bij de zogeheten „onzichtbare handen”, waarmee buitenlandse inmenging wordt bedoeld.

Dat er geweld zou zijn rond de wedstrijd behoorde tot de verwachtingen. „De supporters van Al-Masry en die van Al-Ahly haatten elkaar”, zegt de 24-jarige Mostafa Samir, lid van de Ultra White Knights van topvoetbalclub Zamalek. „Dat is een oude geschiedenis. Het is niet politiek; het is gewoon voetbal. De vraag is waarom de politie zich afzijdig heeft gehouden.”

Het geweld begon al lang voor de wedstrijd, zegt Ahmed Ghaffar, een van de oprichters van de ‘Ultra’s Ahlawy’, de supporterskern van Al-Ahly, in een ooggetuigenverslag dat via internet werd verspreid. De treinen en bussen die de Al-Ahly-supporters en het team naar het duel brachten, werden vanaf de stad Ismaila – tachtig kilometer van Port Said – met stenen bekogeld. Tijdens de wedstrijd werden de gebruikelijke schunnigheden naar elkaar geroepen en werd er vuurwerk over en weer geschoten.

„Dat was allemaal heel gewoon”, zegt Ghaffar. Wat volgde nadat de wedstrijd werd afgesloten met 3-1 voor Masry was dat niet. „Onmiddellijk na het affluiten, werd gelijktijdig een aanval ingezet op zowel de spelers als de supporters van Al-Ahly. „Wij waren verbijsterd dat de politie hen zomaar liet begaan.”

De Al-Ahly-fans waren in de minderheid en op vijandelijk terrein. Ze zetten het op een lopen. „We renden door de gangen naar de uitgang. Normaal gezien hadden de deuren open moeten staan om ons na de wedstrijd te laten vertrekken. Maar de deuren waren op slot.” Ghaffar beschrijft hoe de Al-Ahly-fans „laag op laag” in het nauw zijn gedreven terwijl „de Masry-fans op iedereen inslaan, zelfs mensen die al op de grond lagen”.

Desondanks legt bijna niemand de schuld bij de Masry-supporters zelf. „Wat hier gebeurd is was ofwel gepland of is gefaciliteerd”, besluit Ghaffar. „Wat ik in Port Said heb gezien was erger dan Mohammed Mahmoud”, een verwijzing naar de gevechten rond het ministerie van Binnenlandse Zaken in Kairo in november waarbij de ultra’s een rol speelden.

In diezelfde Mohammed Mahmoud-straat braken gisteravond rond zeven uur opnieuw gevechten uit nadat duizenden ultra’s van het Al Ahly-hoofdkwartier naar het Tahrirplein waren gemarcheerd onder het scanderen van slogans tegen het leger. Eerder op de avond had een andere groep betogers nog een menselijk schild gevormd tussen de ultra’s en het ministerie om nieuw geweld te voorkomen. Tevergeefs: een nieuw, gewelddadig hoofdstuk in de Egyptische revolutie lijkt te zijn begonnen.

De ultra’s, een term die zijn oorsprong heeft in het Italiaanse voetbal, houden zich doorgaans niet met politiek bezig. Maar toen de opstand vorig jaar begon, waren zij beter dan wie ook voorbereid op een confrontatie met de politie, hun aartsvijand.

Op Facebook verspreidden de ultra’s van Al-Ahly alvast een boodschap die er niet om loog. „De veldmaarschalk en de restanten van het oude regime hebben ons een duidelijke boodschap gestuurd. We hebben nu de keuze tussen onze vrijheid of verder worden gestraft, voor onze rol in de revolutie. Tantawi, wij willen jouw hoofd.”

    • Gert Van Langendonck