Opinie

    • Frits Abrahams

Voor Paradijs

Een goede vondst is het halve werk, moet cabaretier Jeroen van Merwijk (56) hebben gedacht, en hij zette door tot hij genoeg had voor een columnbundel – het leukste boekje dat ik de afgelopen tijd las: Bestemming Paradijs, met als ondertitel ‘Linkse columns voor De Telegraaf’. (Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.)

In de progressieve kranten las Van Merwijk dagelijks zowel linkse als rechtse columns, en hij vroeg zich af of dat ook in De Telegraaf mogelijk was. Hij stuurde een ‘linkse’ column naar De Telegraaf die ze gratis mochten plaatsen. De column ging over het voornemen van de PVV om daders van een misdrijf door de knieën te schieten. Van Merwijk stelde als pseudo-Kamerlid vragen aan de PVV, zoals: „Is er bij het door de knieën schieten een dokter aanwezig?” en „Wordt de crimineel vóór het door de knieën schieten verdoofd en zo ja, door wie en wie neemt de kosten van de verdoving voor zijn rekening?”

Toen Van Merwijk geen reactie kreeg op zijn inzending, bleef hij doorgaan. In juni en juli 2011 stuurde hij 33 columns naar De Telegraaf, eerst naar een ‘meneer/mevrouw’, maar al gauw naar de hoofdredacteur zelf, Sjuul Paradijs, en tevens naar allerlei redactieafdelingen van die krant. De toon van de briefjes is plagerig: „Vannacht droomde ik dat ik met mijn columns op de voorpagina van De Telegraaf stond, dat was zo fijn: jij en ik samen op één pagina. Zoen, Jeroen.”

De krant blijft hem lang negeren, maar na de twintigste column reageert Paradijs toch maar. „Ik dank u voor het toezenden van de columns. Vermakelijk zijn ze zeker! (…) Ik wens u een fijne vakantie toe.” Daarbij bleef het, al kwam Paradijs nog wel een cabaretvoorstelling van Van Merwijk bezoeken en maakte hij na afloop een praatje met hem.

Maar een column kreeg Van Merwijk niet aangeboden. De krant die links zo graag morele zelfgenoegzaamheid verwijt, mijdt dissidente meningen in eigen boezem als de pest, ook als ze in een speelse vorm zijn vervat – gevoel voor humor is nooit de sterkste kant van De Telegraaf geweest.

In zijn columns zet Van Merwijk de tegenstelling tussen rechts en links voortdurend op scherp. Van de moderne notie dat die tegenstelling zo langzamerhand achterhaald is, moet hij kennelijk niks hebben. En terecht, want zolang er politiek zal zijn, zullen we de wereld in ‘links’ en ‘rechts’ blijven verdelen, of we het leuk vinden of niet.

Van Merwijk máákt het trouwens leuk doordat hij zijn (voor)oordelen over rechts steeds met puntig sarcasme verwoordt.

„Voor links is het ideaal een betere wereld waarin alle volkeren op de wereld het in economisch opzicht ongeveer even goed zullen hebben. Voor rechts is het ideaal een zo groot mogelijk huis met een zo groot mogelijk aantal zo groot mogelijke terreinwagens voor een zo groot mogelijke deur.”

Links en rechts verschillen in álles van elkaar, vindt Van Merwijk. „Links eet tofu en dat ook nog eens met mate, rechts eet vlees en dat nog eens liefst zo rauw mogelijk en in zo groot mogelijke hoeveelheden.” Zelfs de natuur is in rechts en links te verdelen. „Een tsunami is een ‘rechtse’ vorm van water en een rustig kabbelend zuurstofrijk beekje met waterbloemen en dotters is een ‘linkse’ vorm van water.”

De bondigste tegenstelling: „Rechts is een cowboy. Links is een indiaan.”

Volgens mij is Van Merwijk een linkse cabaretier. Ik vermoed dat hij Hans Teeuwen een rechtse collega vindt.

    • Frits Abrahams