Twee procent botanici ontdekt meeste planten

Slechts twee procent van alle botanici ontdekt meer dan de helft van de nieuwe plantensoorten. Dat blijkt uit onderzoek dat woensdag verscheen in Proceedings of the Royal Society B.

Plantkundigen van vier verschillende hortussen werkten mee aan het onderzoek. Samen hadden de instituten 102.955 plantensoorten in hun databanken waarvan bekend was wie de soort beschreven had.

De onderzoekers zagen een aantal parallellen tussen de carrières van de beste plantenjagers. Zij hadden langere carrières, verzamelen sneller en werden na elke expeditie beter. Jonkies brengen wel meer monsters mee, maar daar zitten minder nieuwe soorten tussen. Een ervaren botanicus weet wat hij plukken moet en wat hij kan laten staan.

Vroeger was het eenvoudiger om de botanische top te bereiken. Neem Alexander von Humboldt, een sterbotanicus. Zeven folianten schreef hij tussen 1815 en 1825 vol over de meer dan 4.500 nieuwe plantensoorten die hij in Zuid-Amerika had geplukt. Geen wonder: hij was de eerste wetenschapper die de flora en fauna van Zuid-Amerika beschreef.

Een troost voor de onervaren plantkundige: de big hitters leefden niet allen in de 18de en 19de eeuw. Ook tussen 1951 en 2011 maakten er topbotanici carrière, al zijn het er wel minder geworden. Er is nog genoeg werk te doen. Naar schatting moet 15 tot 30 procent van de plantensoorten nog ontdekt worden.