Thuisklussen is levensgevaarlijk

Nederland, Rotterdam-Zuid, 25 februari 2011, Afrikaanderplein Rotterdam-Zuid multiculturele buurt sociaal economisch zwakke wijk kansenzones straatbeeld stadsgezicht scooter scooters bromfietsers, jongeren jongens rijden op de stoep trottoir Foto; Peter Hilz Peter Hilz

Frank Bovenkerk: Een gevoel van dreiging. Criminologische opstellen. Augustus, 208 blz. €24,95

Wie de bundel opstellen van Frank Bovenkerk leest kan zich alleen maar verbazen over de geringe invloed die de criminologie op het publieke debat kennelijk heeft. Dit boek is een baken van nuchterheid in de flauwekulstorm die woedt over misdaad, onveiligheid, terreur, allochtonen, etcetera.

Aangemoedigd door de nieuws-conjunctuur en de heersende PVV-wind krijgt de burger vrijwel dagelijks een portie feitenvrije politiek te verwerken. Meestal wordt een ‘harde aanpak’ van zus of zo beloofd, die sneller zichtbare resultaten zal opleveren. En in langere, hogere, strengere sancties zal uitmonden. Dit alles in fel contrast tot het verweekte verleden waarin de slampampers en moedelozen aan de macht waren. Illusies en hypes wisselen in het veiligheidsdebat in hilarisch tempo stuivertje.

Nu worden criminologen er traditioneel van verdacht in de wetenschap de abominabele wereldverbeteraars te vertegenwoordigen. En daarop ook hun blik af te stellen. Dat is bij Bovenkerk niet het geval. Hij blijft dicht bij de feiten, heeft een heldere stijl en doet gewoon verslag van verricht onderzoek. Dat levert een boek op waar je wat aan hebt.

De bundel behandelt misdaad en straf onder allochtonen, het boerkaverbod, geweld in volkswijken tegen journalisten, terroristen (profiling, trainingskampen en gevangenisregime) en uittreding uit bendes. Dat omspant een jaar of tien actueel onderzoek – het kan ook makkelijk à la carte gelezen worden, met als must het voorwoord waarin Bovenkerk de obsessie voor veiligheid doorprikt.

De drie grootste risico’s die de burger loopt om het leven te verliezen hebben immers niets met de (dalende) criminaliteit te maken, en alles met ongevallen op het werk, thuis of in het ziekenhuis. Jaarlijks overlijden vier keer zoveel mensen aan een onvrijwillige ziekenhuisinfectie als door moord: 1.000 tegen 250. Moord staat hier historisch op een ‘ongekend laag’ niveau.

Keukentrapje

Echt levensgevaarlijk in Nederland is het thuisklussen: 2.400 doden per jaar door ongevallen. Als Opstelten de veiligheid in Nederland echt wil verbeteren, kan hij beter huis aan huis een degelijk keukentrapje uitdelen. Probleem opgelost, ware het niet dat we in een risicomaatschappij leven waarin angst bijna de norm is en de overheid een garantiepolis tegen onheil. En dan ben ik nog maar op bladzij 10.

Journalisten mogen het hoofdstuk ‘rot op met die camera!’ niet missen – over de boze allochtone jeugd die cameraploegen in volkswijken aanvalt. De oorzaak moet meer worden gezocht in veranderingen in de mediawereld dan in de solidaire achterstandswijken, die reputatie en territorium verdedigen tegen goedkope hit-and-run journalistiek. Als de sensationele stigmatiserende journalistiek over etnische jeugd aanhoudt, zullen de incidenten zich herhalen. Het is de enige voorspelling in een boek dat nog wel begint met een advies van de godfather van de Nederlandse culturele antropologie, emeritus André Köbben je ‘nooit’ aan échte voorspellingen te wagen.

Meest actueel is het hoofdstuk over misdaad en straf in de multiculturele samenleving. Met dat laatste begrip rekent Bovenkerk af. Als politiek project heeft de multiculturele samenleving nooit bestaan in Nederland. Buiten de Friezen bepleit hier geen enkele culturele groep de eigen autonomie of taalrechten. Bij een multiculturele samenleving moeten we van hem denken aan de Inuit en de Canadezen.

Recidive

In Nederland gaat het over 3.2 miljoen meer of minder aangepaste burgers van (deels) buitenlandse afkomst. Onder hen vormt de groep allochtone jongens wel een ‘buitengewoon ernstig probleem’. Met name de Marokkaanse jongens zitten in diepe moeilijkheden. Ruim de helft van 18-24 jarigen heeft een politiecontact gehad (autochtoon scoort 18 procent). De recidive is 90 procent, bij autochtonen 60.

Op het bekende dilemma of misdaad en etnische achtergrond nu een kwestie van causaliteit is of van correlatie is, heeft Bovenkerk een deelantwoord. Die cultuur is allereerst niet die van hun (voor) ouders, maar een eigen constructie. De jongens zijn hybrides: Nederlands gebekt, Marokkaans zelfbewust, obstinaat en onhandelbaar, doordrenkt van straatcultuur.

Bovenkerk noemt zich in dit debat een ‘gematigd constructivist’. In het criminele gedrag zit een culturele oorzaak, maar die is niet zo groot en bovendien deels eigen kweek, geconstrueerd in de polder. Over oproepen zoals van Frits Bolkestein aan nota bene de Marokkaanse koning om deze jeugd tot de orde te roepen is hij dan ook schamper. Wie denkt dat deze jongens crimineel zijn door louter hun etnische achtergrond begrijpt het niet. Niet de eventuele multiculturele samenleving, maar het integratiebeleid is, althans voor deze groepen, mislukt.