Smeltkroes culturen wordt yuppenwijk

De yuppen veroveren het stadscentrum van Istanbul. Met de verdrijving van de armen verdwijnt ook het multiculturele karakter van de wijk.

Tarlabasi is a densely populated slum with a maze of narrow streets. It is one of Istanbul's most conservative neighborhoods, located next to the commercial and cultural heart of the city. The district is home to the Kurds, Roma and transsexuals. Transvestism in Turkey - deel van serie (24 foto's). Diana Markosian/Redux/Hollands>

Tussen de kapotgeslagen tegels zoekt een straathond naar zijn middagmaal. De wind waait grote sneeuwvlokken naar binnen. De ramen zijn uit hun sponningen geduwd. De neonverlichting die in het donker de klanten naar dit café riep is van de gevel getrokken. Het huis is leeg. Zo is het nu in Tarlabasi, huis na huis vernield en verlaten.

Deze wijk was decennialang de multiculturele smeltkroes in het hart van Istanbul. Dit was het woon- en werkterrein van travestieten en prostituees, van Afrikaanse migranten, Koerdische jongeren, en boeren van het Anatolische platteland.

Een wijk met waslijnen tot aan de hemel, waar tot diep in de nacht muziek op straat klonk. Dit was de onderkant van de Tarlabasiboulevard, die decennialang de scheidslijn vormde tussen hen die het gemaakt hadden, en de verliezers aan de overkant. De negen voorste blokken van die wijk zijn nu ontruimd op last van de gemeente. Een hap uit het centrum van Istanbul.

„Ze willen hier kunstgalerijen openen”, heeft Ali Bingöl gehoord. „Luxe appartementen. Grote hotels.” Hij warmt zijn handen aan een vuur in een metalen emmer. Om hem heen staat alleen nog het omhulsel van wat ooit een huis was. „We zijn hier opgegroeid. Hier liggen onze wortels. Maar vadertje staat wil ons hier weg hebben. We zijn niet goed genoeg.”

De stad moet vernieuwd worden, vindt het bestuur van de grootgemeente Beyoglu. Vernieuwd en opgeschoond. „Die gebouwen kunnen niet tegen aardbevingen. Ze kunnen niet eens tegen de regen. Dit zijn plekken waar mensen niet veilig kunnen leven”, zegt de burgemeester van de grootgemeente, Ahmet Demircan. Stadsvernieuwing voor uw en onze veiligheid.

In Tarlabasi vinden ze dat een vreemd argument. De gebouwen die hier staan dateren van begin negentiende eeuw en overleefden talloze aardbevingen. Ze zijn vele malen sterker dan de nieuwbouw die in de afgelopen vijftig jaar aan de randen van de stad is opgetrokken en waar de oude bewoners van Tarlabasi nu worden heen gedreven. „Het gaat niet om onze veiligheid”, bromt Bingöl. „Het gaat erom dat de armen uit het zicht moeten verdwijnen.”

Het centrum van Istanbul wordt opnieuw ontworpen, de geschiedenis herschreven. Dat is niet voor het eerst. Tarlabasi was in de afgelopen eeuw de afvoerput van de grote politieke veranderingen. Hier vonden de minderheden van het Ottomaanse Rijk hun onderkomen. Grieken, Armeniërs, joden. Die werden na de val van het rijk systematisch weggepest, met de belastingwet van de jaren veertig, en de gewelddadige pogroms van de jaren vijftig.

Hun huizen werden ingenomen door de migranten van het Turkse platteland en uit andere delen van de wereld. Mensen op doorreis, met weinig tijd voor zorg om de wijk. Sommigen betaalden huur, sommigen niet. Tarlabasi kwam in handen van maffiose huisbazen, drugshandelaren en pooiers. Verwaarloosd, maar levendig.

De wijk werd een schandvlek voor het gemeentebestuur van de regerende AK-partij, die het centrum wijk voor wijk schoonveegde voor de projectontwikkelaars. Hotels, appartementen, winkelcentra, een tunnel onder de Bosporus, een derde brug over de Bosporus, een tweede Bosporus zo groot als het Panama-kanaal. „Onze visie is Tarlabasi te herstellen zoals de wijk was in vroeger tijden”, zegt de burgemeester. „Het oude straatbeeld moet herwonnen worden. Dat is het enige doel.”

Mensenrechtengroeperingen als Amnesty International hebben grote kritiek op die visie omdat in dat herstel geen plaats blijkt voor degenen die er nu wonen. In een rapport spreekt de organisatie over „hardhandige evacuaties en intimidaties”. Volgens Amnesty werden de bewoners niet tijdig geïnformeerd, en kregen veel families geen alternatieve huisvesting of compensatie aangeboden. Families die wel nieuwe woningen kregen toegewezen, moesten verhuizen naar de periferie van de stad, ruim twee uur rijden van de plek waar ze eerst hun geld verdienden. De organisatie noemt dit „een schending van mensenrechten”.

„We moesten plotseling ons huis verlaten. De meubels werden voor de deur gegooid. Ik stond op straat, mijn kind stond op straat”, zegt Kader Can, die al jaren als prostituee aan de Tarlabasi Boulevard werkt. „We zijn als honden vertrapt.” De burgemeester ontkent dit. „Het is niet te accepteren dat men bij een restauratieproject families uit elkaar rukt. Het is onze taak om de belangen van onze burgers na te streven.”

Het is de taal van projectontwikkelaars. Tussen de ruïnes van de huizen zoekt de politie op motoren naar illegale achterblijvers. Jonge jongens worden tegen de muur gezet en gefouilleerd. „Zo gaat het elke dag”, zegt Ali Bingöl. „Tot we weggaan.”

De gevels waartegen ze leunen zijn nu als een toneeldecor. De geschiedenis van de wijk leeft voort in de oude stenen, zonder zijn oorspronkelijke bewoners. De yuppen komen. Tarlabasi bestaat alleen nog in naam.