Schermen heilzaam voor Nederlands eergevoel

Topadvocaat Geert Jan Knoops

Sinds 1924 won geen enkele Nederlandse schermer meer een olympische medaille. Het is eerder een sport voor Fransen, Italianen, Hongaren, of desnoods Belgen.

Deze zomer in Londen kan alles anders worden. Bas Verwijlen, bijna verkozen tot sportman van het jaar 2011, is een serieuze kanshebber op de degen. Ook beschikt hij over een aanstekelijke en swingende eigen website en zat hij gisteren aan tafel bij Pauw & Witteman (VARA) met meer spraakwater dan de gemiddelde sportgast.

Maar er is meer aan de hand met schermen in Nederland. Marente de Moors met de AKO Literatuurprijs onderscheiden roman De Nederlandse maagd gaat over een schermster in het interbellum. En twee tafelgenoten bij Pauw & Witteman bleken ook te kunnen schermen. Topadvocaat Geert Jan Knoops had het tijdens zijn marineopleiding geleerd en straalde toen hij en garde mocht gaan staan tegenover Verwijlen, om te demonstreren hoe een tegenstander op het verkeerde been kan worden gezet.

Dat beeld van Knoops met degen in de ene hand en de andere hand boven het hoofd maakte meer indruk dan de aankondiging dat hij voor zijn cliënt Dirk Scheringa De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten voor de rechter gaat dagen.

Een sport met volledige gezichtsbedekking is ineens populair aan het worden. Wie had dat gedacht in het populistische tijdperk en een land zonder lange aristocratische traditie in deugden als elegantie en eergevoel?

Je zou juist denken dat eer er minder dan ooit toe doet op de Nederlandse televisie, maar dat is een vergissing. Het is precies de belangrijkste denkfout van John de Mols nieuwste talentenjacht The Winner Is (SBS6).

Dat de kijkcijfers tegenvallen, is niet alleen te wijten aan vermoeidheid over het fenomeen talentenjacht in het algemeen en presentator Beau van Erven Dorens in het bijzonder.

De kolossale blunder in de formule is dat bij de duels tussen twee artiesten degene die verwacht te verliezen zich voor 2.500 euro door zijn tegenstander kan uit laten kopen. Beau wappert de bankbiljetten voor de neus van beide partijen als ultieme verleiding.

Maar dat dilemma veroorzaakt wel spanning in platte, louter op hebzucht gebaseerde formats als Deal of No Deal, maar niet als de kijker geacht wordt getuige te zijn van een erekwestie. Wie aan een talentenprogramma meedoet, zou zijn ziel verkopen als hij niet tot het einde in zichzelf bleef geloven.

Zelfs de winnaars zijn vaak te trots om het compromis te aanvaarden. Want als je denkt de beste te zijn, waarom zou je dan op zeker spelen en een zoenoffer brengen? Weigeren wordt door de spelleiding als gierig afgeschilderd. Geen winnaar, dit format.

    • Hans Beerekamp