Rust zacht, onbesproken boek

Guus Middag neemt afscheid van zijn rubriek ‘Het onbesproken boek’, begonnen in 2007, geïnspireerd door de reeks ‘Onverplichte lectuur’ van de woensdag overleden Wislawa Szymborska. Vandaag, 99 afleveringen verder, mijmert hij: ‘Er zal niemand meer schrijven over Vissen in de klas, gedichten van meester Arjen Boswijk en zijn leerlingen op de Nassauschool, Groningen.’

Af en toe beland ik op de website van de eenzame uitvaart. Het is de site waar verslag wordt gedaan van de uitvaart van mensen die eenzaam zijn gestorven. Mensen zonder familie en zonder vrienden. Ze worden vooral gevonden in grote steden. Van oudsher kregen ze een sobere begrafenis van de gemeente, bijgewoond door een of twee ambtenaren.

In 2001 besloot de Groningse stadsdichter Bart FM Droog een eind te maken aan deze desolate gang van zaken. Hij schreef voor elke eenzame dode een afscheidsgedicht en sprak dat uit, bij de groeve. Een mooi gebaar. Het sprak veel mensen aan. Het idee verspreidde zich over enkele andere steden, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Enkele dagen na de begrafenis zijn de gedichten te vinden op www.uitvaart.eenzameuitvaart.nl, samen met een goed geschreven, altijd monter verslag van de eenzame uitvaart.

Ik word er altijd wat stil van. Het zijn persoonlijke, eenvoudige, vaak ontroerende gedichten. Ze zijn niet voor mij bestemd. Ze zijn voor die ene dode. Maar die kan zelf de woorden niet meer verstaan. Dat is het rare eraan. De dichters richten zich daarom toch ook maar een beetje, over het hoofd van de dode heen, tot een algemener publiek. Ze praten, meer dan ze in hun gewone werk gewend zijn, hardop, over zulke vragen als: wat is dat eigenlijk, leven? En dood? En niets of niemand meer hebben, in een vreemd land? En wat is noodlot? En wie is God? En wie weet daar eigenlijk iets bruikbaars over te zeggen?

Heeft het zin? Als je nuchter bent, weet je het antwoord wel. Die stakker die daar in de kist ligt, hoort het toch niet meer. Toch voelt iedereen dat het goed is om iemand te gedenken, de laatste eer te bewijzen, nog één keer zijn of haar naam te noemen. En tegelijk weet iedereen ook wel dat het hier om willekeur gaat. Zo’n enkele, met poëzie opgeluisterde eenzame uitvaart weegt niet op tegen al die doden overal op de wereld die zonder zo’n laatste groet uit het zicht verdwijnen.

Hetzelfde onmachtige en ongemakkelijke gevoel overviel mij toen ik eens op de redactieburelen van de Boekenbijlage van NRC Handelsblad een blik mocht werpen in de kast met boeken die niet meer voor bespreking in aanmerking kwamen. Het was niet één kast. Het waren er drie, naast elkaar, manshoog. Met schuifdeuren ervoor. Ze waren van boven tot onder gevuld met boeken die niemand zou gaan bespreken. Een lijkhuis van boeken. Honderden, nee: duizenden afgelegde boeken, snel op en naast elkaar gekwakt, op wankele stapels. Toen ik beter keek zag ik er nog eens honderden – want achter de voorste schots en scheve stapels bleek zich nog een heel achterhuis van al eerder afgekeurde boeken te bevinden. Daar lagen ze, onttrokken aan het licht, en het zicht, te wachten op de onvermijdelijke deportatie. Eens in de zoveel tijd kwam er een anonieme boekenopkoper die ze allemaal meenam, voor een kiloknallerprijs.

Wat waren dat voor boeken? Graag zou ik mij hier nu aan een fenomenologie van het onbesproken gebleven boek wagen. Maar ik moet een paar wetenschappelijke slagen om de arm houden. Er zijn, dat durf ik alvast wel te beweren, in het genre van het onbesproken boek in het algemeen heel veel boeken. En daarbinnen heel veel managementboeken. En dikke uitputtende geschiedenisboeken over onwaarschijnlijk kleine deelonderwerpen. En leuk bedoelde kookboeken. En in eigen beheer uitgegeven familiegenealogieën. En veel te dure jaarboeken van bedrijven. En proefschriften. En verslagen van lange tochten (waarvan 75% naar Santiago de Compostela) te voet, per fiets, per ezel of per kano. Zelfhulpboeken met tips.

Een heel opvallend aspect van het onbesproken boek is dat het vaak in veelvoud aanwezig is. Dit duidt op de zogenaamde aanhouderstactiek. (‘Als het boek na een maand nog niet besproken is, sturen we gewoon weer een nieuwe. En na een maand nog een keer.’)

Bij de eerste aanblik van deze berg afvalboeken werd ik opgetogen. Ik zag links en rechts al meteen tien boeken die ik zo zou willen lezen, over de gekste onderwerpen. Waarom zou ik niet alles willen weten over smalspoor in de Achterhoek in het interbellum?

Maar al gauw daarna begon het mij te duizelen. Het waren er wel heel veel. En ik werd moe. En bedroefd. Al deze boeken waren gemaakt. Ze waren verschenen. En eigenlijk waren ze meteen ook al weer verdwenen. Geen hond die ze leest. Heeft een boek bestaan als er nooit iemand naar omgekeken heeft?

Daar ergens, op dat kruispunt van filosofische zijnsvraag en sentiment, moet de gedachte zijn ontstaan dat enkele van deze eenzame boeken een toespraak zouden moeten krijgen, voordat ze het eeuwige duister in zouden gaan. Een korte toespraak van rond de vijf- à zeshonderd woorden, op droge, maar montere toon. Een gebaar.

Dit werd de gedachte achter de tweewekelijkse rubriek ‘het onbesproken boek’, die ik hier 99 keer mocht verzorgen. Op 31 augustus 2007 verscheen de eerste aflevering, gewijd aan een serieus boek over het medicinale gebruik van water door de eeuwen heen. Ach, een boek als een ervaring – een boek om dorst van te krijgen.

Daarna volgde een gedegen studie over opkomst en ondergang van de zeppelin. Je kreeg er vanzelf een opgeblazen gevoel van. En je werd er licht van in je hoofd, en zweverig. Daarna een boek over moord en doodslag in Nederland. Spannend! Daarna een boek over briefgeheimen. Ook spannend! Veluwse sagen. Zeemanstaal. De geschiedenis van de elektrische zaklantaarn. De geschiedenis van het A4-tje. Moppen van Max Tailleur. Een gids voor het voeren van gesprekken. Een boek voor het stellen van vragen.

Ik geloof niet dat er iets wezenlijks over het wezen van het onbesproken boek te zeggen valt, behalve dan dat het over van alles en nog wat kan gaan. Er bestaat geen typisch onbesproken boek-boek. Dat is de grote charme ervan. Maar het omgekeerde geldt ook: ieder boek kan een onbesproken boek worden, eenzaam op een stapel, in een afgesloten kast.

Dit is de honderdste en laatste aflevering van deze rubriek. Dat betekent dat de machtige Dinosaurusencyclopedie van Ben Morgan onbesproken blijft. Net zoals Het Grote Breinbrekerboek, met zijn duizend puzzels, raadsels en doordenkers van Ivan Moscovich. In de laatste regel van de niet geschreven bespreking ervan zou ik gemeld hebben dat alle oplossingen gelukkig achterin staan. Er komt geen aparte bespreking van Dick van Halsema’s De kamer van Leopold, een meeslepende minibiografie van de dichter J.H. Leopold aan de hand van één, onlangs pas opgedoken foto van zijn vrijgezellenhuurkamer. Graag had ik nog gewezen op het dikke boek met ruim vijftig Gesprekken met Grote Geleerden van Simon Rozendaal, interessant van begin tot eind. En er zal niemand meer schrijven over Vissen in de klas, de bundel gedichten die meester Arjen Boswijk schreef samen met zijn leerlingen van de Nassauschool in Groningen. Ontroerend van begin tot eind.

Ik citeer tot slot dan maar Tjeerd Klompstra, groep 8, met een kort gedicht, geschreven bij de eenzame uitvaart van zijn leguaan: ‘Meester / meester / mijn leguaan / mijn leguaan / is doodgegaan.’