Ontduiking is niet langer een recht

Italië moet miljarden bezuinigen, daarom wil de regering de belastinginkomsten flink opkrikken. Werd belastingontduiking voorheen gedoogd, nu wordt er hard tegen opgetreden.

Fake designer bags and belts for sale are displayed by an unidentified sailor near the Spanish steps, in Rome on January 4, 2012. Handbags are displayed on a white sheet to make them easy to wrap up. The bags can be bought for 30 to 50 euros each. AFP PHOTO / GABRIEL BOUYS AFP

Correspondent Italië

GROTTAFERRATA. „De financiële politie! Controles!” De markt is in Italië altijd een ontspannen ontmoetingsplek, vooral voor vrouwen en ouderen. Maar niet deze maandagmorgen in Grottaferrata, ten zuiden van Rome.

Afrikaanse handelaren rollen haastig hun kleedje met horloges, tassen, riemen en mutsen op en rennen weg. Vanachter een muurtje volgen ze de politieactie. Ze zien marktkoopmannen zenuwachtig sissen tegen hun klanten: „Ik moet u een bonnetje geven, anders word ik beboet voor zwarte handel”. Een van hen geeft ons een kwitantie van 5 euro. We betaalden zojuist 10 aan hem. Zelfs onder het toeziend oog van de financiële controleurs blijft het hier een sport ze te slim af te zijn.

„Belastingontduikers geven hun kinderen giftig brood”, herhaalt premier Mario Monti dezer dagen op tv en in het parlement. Zijn regering heeft frontaal de aanval gekozen tegen het tillen van de fiscus.

Nu Italië miljarden moet bezuinigen om het begrotingstekort in 2013 terug te brengen tot nul, wil hij ook de belastinginkomsten flink opkrikken. Niet alleen de Italianen met een vaste baan (en automatische belastingafdrachten) moeten opdraaien voor de crisis, vindt Monti.

Een logische gedachte in een land waar de fiscus naar eigen zeggen jaarlijks 120 miljard euro misloopt, doordat de burgers hun inkomsten en rijkdom proberen te verbergen. Vooral kleine zelfstandigen, freelancers en mensen met dubbele banen ontduiken meer dan de helft van hun inkomsten. De btw wordt op grote schaal omzeild door geen bonnetje af te geven. Dat gebeurt in de buurtsuper, bij de bar, maar ook bij de tandarts. Gemeenten schakelen bedrijven in die met zwartwerkers de overheidsgebouwen komen schilderen. 270 miljard euro in de Italiaanse economie is zwart geld – ruim 20 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Dit weekend trokken zeshonderd agenten van de financiële politie in Milaan met veel machtsvertoon door het nachtleven van de stad. Bars, restaurants en discotheken werden bezocht. De controleurs ontdekten 110 mensen die volledig zwart werkten.

De cijfers zijn onthutsend. Wie de gemiddelde belastingaangiften van dierenartsen (19.200 euro), taxichauffeurs (14.200), restauranthouders (17.700), hoteliers (11.900), schoenmakers (9.800), goudsmeden (12.300) en vissers (200) er op naslaat, zou denken dat Italië een straatarm land is. Maar wie rondkijkt ziet meer Porsches en Ferrari’s rondrijden dan elders in Europa. Het koopgedrag van Italianen staat niet in verhouding tot hun inkomens. Volgens de zakenkrant Il Sole 24 Ore gaven ze in 2009 voor 783,2 miljard euro aan loon op bij de fiscus, maar gaven ze dat jaar samen 918,6 miljard euro uit.

Belastingontduiking is een oud probleem in Italië. De groei van de welvaart in de eerste naoorlogse decennia was gebaseerd op een dubieus pact tussen staat en burger. Wie zijn zoon of dochter bij de inefficiënte publieke sector aan het werk wist te krijgen was „sistemato” (had zijn zaakjes geregeld). Er bestond veel maatschappelijke jaloezie richting overheidsambtenaren.

In ruil daarvoor zag de overheid de gebrekkige fiscale moraal van de private sector door de vingers. Kleine bedrijven in de maakindustrie konden in de jaren zestig en zeventig snel groeien zonder te worden lastig gevallen door de overheid. „Het was een evenwicht gebaseerd op oneerlijkheid in de publieke sector en in de privésector”, zegt de president van de vereniging van boekhouders.

De laatste twee decennia werd ontduiking bijna een recht. Zozeer dat premier Berlusconi ooit zei: „Als ik meer dan 50 procent belasting moet betalen, ben ik moreel verplicht om te ontduiken.” Zijn regering lanceerde tot drie keer toe een generaal pardon voor belastingontduikers.

Maar met de globalisering en de eurocrisis is het antibelastingpact onhoudbaar geworden. Europa weigert garant te staan voor een land dat er niet in slaagt zijn belastingen te innen. En buitenlandse investeerders houden niet van oneerlijke concurrentie en inefficiëntie.

Sinds dit jaar kan de fiscus alle gegevens aan elkaar koppelen. Wie twee jaar lang 25 procent meer uitgeeft dan hij binnenkrijgt wordt ter verantwoording geroepen, zo heeft de hoogste belastingbaas van Italië, Attilio Befera, aangekondigd. Deze strengheid wordt door ontduikers beantwoord met een vlucht naar het buitenland. Befera schat dat eind vorig jaar 11 miljard euro illegaal de grens over verdween.

De inventiviteit van de Italianen is opzienbarend. Vanuit belastingparadijs San Marino (Noord-Italië) zijn er berichten over een grote toename van het aantal zondagse wielrenners. Er worden steeds meer Italianen opgepakt met schoenen, veldflessen en zelfs bh’s vol bankbiljetten.

In San Marino worden ze met open armen ontvangen door de banken. In Zwitserland kunnen de Italianen rekenen op vergelijkbare gastvrijheid, zei Befera in la Repubblica. „Sommige Zwitserse banken zijn kluizen van hotels gaan huren, omdat ze niet in staat zijn om aan de abnormaal grote vraag naar kluizen van Italiaanse klanten te voldoen.”

    • Bas Mesters