Opinie

    • Marjoleine de Vos

Molens en waarden

Wat lijkt het lang geleden dat iedereen zich vrolijk maakte over maden en wormen, haha, sorry, waarden en normen. Belachelijk gezeur. Benauwd. Fatsoensrakkerig.

We zijn er gelukkig helemaal van af. We denken nu veel vrijer.

En waar denken we dan over?

Geld. Economie. De euro. Bezuinigingen.

En ter afwisseling, als we de zinnen even echt willen verzetten, denken we over de islam, terroristen en ‘buitenlanders’.

Laatst las ik een roman, alweer een paar jaar oud, van de ondanks zijn Japanse naam behoorlijk Britse schrijver Kazuo Ishiguro, beroemd vanwege The remains of the day. De roman die ik las, Never let me go, gaat over wat voor leven klonen zouden hebben die wij in het leven geroepen zouden hebben uitsluitend ten gerieve van hun organen. Geoormerkte donors, om zo te zeggen, die heel gezond moeten opgroeien om als jongvolwassenen hun perfecte organen te gaan doneren. Ze sterven jong uiteraard.

Het boek, dat prachtig is en veel minder science-fiction en horror-achtig dan het nu misschien lijkt, gaat vooral over hoe de levens van zulke klonen zijn, hoe ze erachter komen, geleidelijk aan, tot wat voor ‘leven’ ze zijn voorbestemd.

De erachter liggende kwestie is natuurlijk wat de gevolgen zijn als je mensen als middel gaat beschouwen in plaats van als doel in zichzelf. De klonen leven uitsluitend als middel tot genezing van kanker of hartfalen.

Al lezende besefte ik ineens dat medisch-ethische discussies, jarenlang veel gevoerd, uit het zicht verdwenen zijn. En niet alleen medisch-ethische discussies. Sowieso zijn ethische vragen niet meer zo in de mode.

Onlangs stond een nogal angstaanjagend stuk op de opiniepagina van deze krant. Het was geschreven door de directeur van de Natuur- en Milieufederatie Groningen en het ging over de windmolens. Daar is die federatie uiteraard voor, milieufederaties houden van windenergie. Maar ze houden niet per se van zomaar overal windmolens neerzetten. Van in het wilde weg landschappen vernielen die tot voor kort beschermd waren. De Waddenkust bijvoorbeeld. Daar moeten overal enorme windmolens langs komen te staan.

Dat is allemaal niet prettig, maar dat valt binnen de normale discussie. Het angstaanjagende was iets anders. De schrijver, Siegbert van der Velde, schreef over de Crisis- en herstelwet die in 2010 is ingevoerd om tijdelijk sneller vergunningen te kunnen verlenen voor grote bouwprojecten. Zo’n groot project is bijvoorbeeld een windmolenpark van tenminste zeventien megawindmolens (en dat zijn héél grote windturbines hoor, die zie je van 20 kilometer ver). Een bedrijf dat een vergunning aanvraagt voor zo’n groot project hoeft zich niet aan de gemeentelijke en provinciale inzichten en verordeningen te houden, verordeningen die gaan over ruimtelijke ordening, woongenot, lawaai enzovoort. Die houden de zaak maar op. Daar wordt bij het verlenen van de vergunning niet op gelet.

En sterker nog: ook het Rijk kan zo’n project niet tegenhouden: de wet houdt in dat de overheid alleen mag toetsen of de aanvrager zich aan de regels voor een dergelijke aanvraag houdt, schrijft Van der Velde. Dus als er geen regels geschonden worden, geen Europese of internationale verordeningen, dan begint men te bouwen.

Wij hebben een wet in Nederland, een wet die inmiddels van tijdelijk in permanent is veranderd, die het grote energiebedrijven mogelijk maakt om zonder verdere inmenging of belemmering, een groot ingrijpend project uit te voeren. Kunnen we niet veel tegen doen. Dat is om de economische structuur van Nederland ‘sterker’ te maken, schrijft de Rijksoverheid op haar website.

En je wilt best geloven dat dat het uitgangspunt was. Maar de praktijk is, en niet alleen hier, dat grote bedrijven, grote banken, grote commerciële belangen, belangrijker en machtiger zijn dan welke overheid dan ook, en dat die helemaal niet per se gelijk op gaan met ‘onze’ belangen.

Waarom doen ‘waarden’ er op geen enkele manier meer toe? Ik voel me terwijl ik dit opschrijf net als iemand die een paar vliegen op zo’n windmolen afstuurt met de opdracht zich tussen de draaiende wieken te storten teneinde die stil te doen staan.

Waarden. Sorry hoor. Wat bedoelt u?

Ik bedoel: stilte, rust, uitzicht. Ik bedoel open landschappen, vrij zicht, platteland dat een ander klimaat, een ander soort leven biedt dan de stad. Platteland dat niet uitsluitend als donor fungeert voor het stedelijke leven, laat staan als donor voor industriële belangen. Belangen waarvan nog maar de vraag is hoeveel onze economie of ons milieu daaraan heeft.

Jaren geleden schaterden we nog bij de gedachte dat alles in geld zou worden uitgedrukt. Gierend van het lachen rekenden we uit hoeveel het waard zou zijn om een lammetje in de wei te zien, hoeveel om kilometers ver te kunnen kijken, welke som er op een stralende vriesdag gezet zou kunnen worden.

Nu is dat heel gewoon. Ik lees steeds mensen die wanhopige rekensommen maken om overtuigend te kunnen beweren dat kunst of een aantrekkelijk landschap ‘best wat mag kosten’. Het levert immers ook heel veel op! Geld!

Er zal ook allang wel een omrekentabel zijn voor geluk. En dan zet je dat gewoon tegenover de belangen van een energiemaatschappij. Dan heb je inderdaad geen waarden meer nodig. De energiemaatschappij wint gewoon. Punt uit.

    • Marjoleine de Vos