‘Malariasterfte twee keer hoger dan WHO-cijfer’

Aan malaria zijn in 2010 1,24 miljoen mensen overleden, bijna twee keer meer dan de Wereldgezondheidsorganisatie WHO eerder had berekend. Onderzoekers gingen er steeds vanuit dat vooral jonge kinderen stierven aan de door muggen overgebrachte infectieziekte. Nu blijkt het in maar liefst 42 procent van de sterfgevallen te gaan om volwassenen en kinderen ouder dan vijf jaar.

Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers van het Institute of Health Metrics and Evaluation (IHME) van de University of Washington vandaag in het medisch-wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. Ze baseren zich op uitgebreid onderzoek van „alle beschikbare gegevens” over malariasterfte uit de periode 1980 tot en met 2010, medische registratiesystemen en autopsierapporten. Deze gegevens combineerden zij met hoeveel malariagevallen er in de betreffende gebieden waren, om een inschatting te kunnen maken van ‘gemiste malariasterfgevallen’.

De Amerikanen concluderen dat kindersterfte door malaria een typisch Afrikaans fenomeen is. In Azië en op het Amerikaanse continent zijn respectievelijk 76 en 69 procent van de slachtoffers ouder dan 15 jaar. Met name daarin zit het verschil met eerdere schattingen.

De WHO hield bijvoorbeeld nog rekeningen met 91.000 dodelijke slachtoffers van vijf jaar en ouder, maar in de nieuwe berekeningen is die groep ruim vijf keer zo groot. Bovendien, blijkt uit de cijfers van de Amerikanen, ligt de kindersterfte aan malaria in tropisch Afrika veel hoger dan eerder geschat. Bijna een kwart van alle kindersterfte moet daar aan malaria worden toegeschreven en niet 16 procent, zoals in 2008 werd berekend.

Hieruit blijkt volgens de onderzoekers dat de populaire theorie die in alle medische handboeken staat niet klopt. Die theorie luidt dat volwassenen in malariagebieden minder gevaar lopen, omdat zij als kind al immuniteit hebben opgebouwd.

Het goede nieuws is dat het aantal malariadoden wereldwijd scherp is gedaald, tussen 2007 en 2010 jaarlijks met 7 procent. Na een piek in de malariasterfte in 2004, toen het aantal slachtoffers was opgelopen naar ruim 1,8 miljoen, is het snel omlaaggegaan.

Dat is te danken aan het toegenomen gebruik van geïmpregneerde muskietennetten en de behandeling van patiënten met artemisine, een van oorsprong plantaardig antimalariamiddel. Huishoudens die ten minste één muskietennet in huis hebben, verminderen de kans op kindersterfte door malaria met bijna een kwart, zo berekende het IHME eerder.