Libische diplomaat sterft na foltering door militie

Een Libische diplomaat die onder andere ambassadeur in Frankrijk is geweest, is binnen 24 uur na zijn aanhouding op 19 januari door een militie in Tripoli overleden, kennelijk door foltering. Dat heeft de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vandaag gemeld. Internationale beschuldigingen van routineuze folterpraktijken in Libië stapelen zich op sinds de omverwerping van het bewind van Moammar Gaddafi met de hulp van de NAVO. De regering heeft gezegd een onderzoek in te stellen.

Human Rights Watch, dat het autopsierapport en foto’s van het lijk heeft gezien, meldde dat dr. Omar Brebesh (62) als gevolg van meervoudige verwondingen is overleden. De foto’s van zijn lijk tonen striemen, snijwonden, een grote wond op een voetzool en verwijderde teennagels. Ook had Brebesh gebroken ribben.

Brebesh stierf in gevangenschap van de militie van de stad Zintan, een van talloze milities die na de val van Gaddafi het land en ook Tripoli in rivaliserende gebieden hebben opgedeeld. De milities zeggen dat ze weigeren hun wapens op te geven omdat ze greep willen houden op het landsbestuur. De officiële regering zegt de milities te willen ontwapenen, maar tot dusverre is daarvan geen teken.

Recente beschuldigingen van de Verenigde Naties, Amnesty International en Artsen zonder Grenzen van routineus martelen gelden eveneens de milities, die het grootste deel van de ongeveer 8.500 gedetineerden vasthouden. Artsen zonder Grenzen weigerde vorige week juist nog langer in de gevangenissen in Misrata te werken omdat van zijn staf werd verwacht dat ze gefolterde gevangenen medische verzorging gaf.

Volgens Amnesty zijn de gevangenen in meerderheid Libiërs die van steun voor Gaddafi worden beschuldigd, naast zwarte Afrikanen. De militie van Zintan houdt ook Seif al-Islam Gaddafi vast, een van de zonen van de door de militie van Misrata gelynchte Libische leider.

Waarvan Brebesh werd beschuldigd is niet bekend. Hij werkte van 2004 tot 2008 in de Libische ambassade in Frankrijk, eerst als cultureel attaché en later als waarnemend ambassadeur. Tijdens de oorlog werkte hij op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Tripoli. Toen hij werd gevangen genomen werkte hij als jurist op hetzelfde ministerie.