Kabinet legt toekomst van wetenschap bij bedrijfsleven

Het kabinet bespaart de komende jaren fors op wetenschap. Pijnlijk voor een land dat lonkt naar de topvijf van kenniseconomieën.

Redacteur Onderwijs

Rotterdam. Smartphones kunnen ze in China vele malen goedkoper maken dan in Nederland. En auto’s assembleren doen ze in Oost-Europa voor minder geld dan hier. Als Nederland in de komende decennia een welvarend land wil blijven, kan dat maar op één manier: door een kenniseconomie van wereldniveau op te tuigen.

Daarover zijn bedrijfsleven, politiek en wetenschap het al jaren eens. In 2009 nam de Tweede Kamer met algemene stemmen een motie aan die het kabinet opriep Nederland naar de mondiale topvijf van kenniseconomieën te brengen. De cijfers die het Rathenau Instituut gisteren publiceert, zijn daarom pijnlijk. De overheid geeft de komende jaren honderden miljoenen euro’s minder uit aan wetenschappelijk onderzoek. Juist de financiering voor toegepast onderzoek – het onderzoek dat de smartphones van de toekomst moet gaan opleveren – neemt sterk af.

In het regeerakkoord kondigde het kabinet-Rutte al aan dat zou worden overgestapt van „specifiek naar generiek beleid”. Dat betekent: in plaats van subsidies die direct naar wetenschappelijk onderzoek gaan, komen er belastingvoordelen voor bedrijven die bereid zijn te investeren in research and development (r&d). Volgens internationale afspraken mogen deze fiscale maatregelen niet worden gerekend tot overheidsuitgaven voor wetenschap. En het is natuurlijk nog maar de vraag of bedrijven inderdaad bereid zijn te investeren in toegepast wetenschappelijk onderzoek.

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) is daar niet gerust op. „Het is goed dat het Rathenau Instituut de daling van de publieke uitgaven aan onderzoek aan de kaak stelt.”

Een belangrijk deel van de daling van de overheidsinvestering wordt veroorzaakt doordat aardgasbaten niet langer worden gebruikt om de wetenschap te financieren. VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda: „Met dit geld werd onderzoek gedaan met een helder maatschappelijk belang. Het betekent een inkrimping van het aantal arbeidsplaatsen voor jonge onderzoekers met dertig procent in 2015 ten opzichte van 2010.”

Of individuele bedrijven met de investeringen zullen komen waarop de overheid hoopt, is nog onduidelijk. Noorda: „Om die reden zit ik op het puntje van mijn stoel. Dit hebben we niet zelf in de hand.”

Er zijn Nederlandse bedrijven die flink investeren in toegepast onderzoek. Chipfabrikant ASML uit Veldhoven geeft jaarlijks honderden miljoenen uit aan r&d. Daartegenover staat bijvoorbeeld medicijnfabrikant Organon uit Oss. Daar heeft de Amerikaanse eigenaar de helft van de onderzoeksplaatsen geschrapt. Na een rechtszaak en politieke druk besloot farmacieconcern Merck de onderzoeksafdeling gedeeltelijk te sparen.

Nu veel bedrijven te lijden hebben onder de economische crisis, staan de onderzoeksbudgetten overal onder druk. De zorgen van de VSNU zijn dan ook niet denkbeeldig.

Op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn ze niet geschrokken van de cijfers van het Rathenau Instituut, laat een woordvoerder van staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) weten. „Het onderzoek correspondeert met de keuzes van het kabinet. Tegenover de daling van uitgaven staat een forse uitbreiding van de mogelijkheden om investeringen in onderzoek via belastingmaatregelen deels vergoed te krijgen, zoals Rathenau ook aangeeft. Het budget voor fundamenteel onderzoek blijft overeind, en stijgt zelfs iets.”

Het kabinet kan in tijden van krappe overheidsfinanciën misschien niet anders, maar zijn koers is niet van gevaar ontbloot. Om de Nederlandse wetenschap de aansluiting met de wereldtop te laten behouden, zijn miljarden euro’s extra nodig. De VVD bijvoorbeeld sprak in haar verkiezingsprogramma over een investering van 2,5 miljard euro in onderwijs en onderzoek.

Daar komt het niet van. Ook als al het geld wordt gebruikt dat het kabinet voor bedrijven fiscaal beschikbaar stelt, wordt dat bedrag niet gehaald.

En ondertussen groeit in China en andere landen in Azië het wetenschapsbedrijf met sprongen tegelijk. Over niet al te lange tijd maken ze daar niet alleen de spullen die iedereen wil hebben – ze vinden die producten dan ook uit.

Dan is de inbreng van Nederland helemaal niet meer nodig.