Italië schrikt van nieuw 'fiscaal machismo'

Aan de Italiaanse grens worden schoenen en bh’s vol bankbiljetten ontdekt, nu belastingontduiking ineens hard wordt aangepakt.

„Financiële politie! Controle!” De markt is in Italië altijd een ontspannen ontmoetingsplek, vooral voor vrouwen en ouderen. Maar niet deze morgen in Grottaferrata, ten zuiden van Rome.

Afrikaanse handelaren rollen haastig hun kleedje met horloges, tassen, riemen en mutsen op en rennen weg. Van achter een muurtje volgen ze de politieactie. Ze zien marktkoopmannen zenuwachtig sissen tegen hun klanten: „Ik moet u een bonnetje geven, anders word ik beboet voor zwarte handel.”

Een geeft een kwitantie van 5 euro, terwijl zojuist tien euro werd afgerekend. Ook onder het toeziend oog van de financiële controleurs blijft het een sport ze te slim af te zijn.

„Belastingontduikers geven hun kinderen giftig brood”, herhaalt premier Mario Monti op tv en in het parlement. Zijn regering kiest de aanval tegen het tillen van de fiscus.

Nu Italië miljarden moet bezuinigen om het begrotingstekort te reduceren, wil Monti de belastinginkomsten fors opkrikken. Niet alleen Italianen met een vaste baan (en automatische belastingafdrachten) moeten opdraaien voor de crisis, vindt hij.

Een logische gedachte in een land waar de fiscus naar eigen zeggen jaarlijks 120 miljard euro misloopt, doordat de burgers hun inkomsten en rijkdom verbergen – vooral kleine zelfstandigen, freelancers en mensen met dubbele banen.

De btw wordt op grote schaal omzeild door geen bonnetje af te geven. Dat gebeurt in de buurtsuper, bij de bar, de dierenarts, de tandarts. Gemeenten schakelen bedrijven in die met zwartwerkers de overheidsgebouwen komen schilderen. 270 miljard euro in de Italiaanse economie is zwart geld – ruim 20 procent van het bruto nationaal product.

Dit weekend trokken 600 agenten van de financiële politie in Milaan met veel machtsvertoon door het nachtleven. In bars, restaurants en discotheken ontdekten ze 110 mensen die volledig zwart werkten. Na de actie bleek de legale omzet 44 procent hoger dan vorig weekend.

Eind december was er zo’n operatie in Cortina d’Ampezzo, een skidorp voor de jetset. De politie hield vakantiegangers in Maserati’s, Lamborghini’s en Ferrari’s, en dure Duitse auto’s aan. Fiscale nummers en persoonsgegevens van bestuurders werden genoteerd. Zoals verwacht bleken vele eigenaren zich hun luxeauto’s niet te kunnen permitteren, afgaand op hun belastingaangifte. Woedend was Noord-Italië over dit „fiscale machismo”. „Niet alleen controles in het noorden”, fulmineerde de president van de regio Lombardije, Roberto Formigone, van Silvio Berlusconi’s partij.

Relatief gezien is de zwarte economie in het zuiden veel groter. In Sicilië, Apulië en Campanië wordt op elke 100 euro die de fiscus incasseert ruim 50 euro ontdoken. In de regio’s Calabrië en Basilicata is dat zelfs rond de 65 procent. Maar in het rijke noorden gaat het absoluut gezien om grotere bedragen.

Wie de gemiddelde belastingaangiften van dierenartsen (19.200 euro), taxichauffeurs (14.200), restauranthouders (17.700), hoteliers (11.900), schoenmakers (9.800), goudsmeden (12.300) en vissers (200) erop naslaat, zou denken dat Italië een straatarm land is. Maar wie rondkijkt ziet meer Porsches en Ferrari’s dan elders in Europa. Huisraad, villa’s en kleding van veel Italianen doen niet armoedig aan. Hun koopgedrag staat niet in verhouding tot hun inkomens. Volgens de zakenkrant Il Sole 24 Ore gaven de Italianen in 2009 voor 783,2 miljard euro aan loon op bij de fiscus, maar gaven ze samen 918,6 miljard euro uit.

Belastingontduiking is een oud Italiaans probleem. De groei van de welvaart na de oorlog was gebaseerd op een dubieus pact tussen staat en burger. Wie zijn zoon of dochter bij de inefficiënte publieke sector aan het werk wist te krijgen was „sistemato” – had zijn zaakjes goed geregeld. Ambtenaren wekten veel jaloezie.

In ruil daarvoor zag de overheid de gebrekkige fiscale moraal van de private sector door de vingers. bedrijfjes konden in de jaren zestig en zeventig snel groeien zonder te worden lastig gevallen door de overheid. „Het was een evenwicht gebaseerd op oneerlijkheid in de publieke en in de private sector”, zegt de president van de vereniging van boekhouders, Claudio Siciliotti.

De laatste twee decennia werd ontduiking bijna een recht. Premier Berlusconi zei: „Als ik meer dan 50 procent belasting moet betalen, ben ik moreel verplicht om te ontduiken.” Tot drie keer toe kregen belastingontduikers een generaal pardon.

Maar met de globalisering en de eurocrisis is het antibelastingpact onhoudbaar geworden. Europa weigert garant te staan voor een land dat er niet in slaagt zijn belastingen te innen. En buitenlandse investeerders houden niet van oneerlijke concurrentie en inefficiëntie.

Sinds dit jaar kan de fiscus alle gegevens aan elkaar koppelen. Wie twee jaar lang 25 procent meer uitgeeft dan hij binnenkrijgt wordt ter verantwoording geroepen, heeft De hoogste belastingbaas van Italië, Attilio Befera, aangekondigd. Ontduikers beantwoorden deze strengheid met een vlucht naar het buitenland. Befera schat dat vorig jaar 11 miljard euro illegaal de grens over ging.

Italiaanse kranten berichten ineens over een grote toename van het aantal zondagse wielrenners naar het belastingparadijs San Marino, dat in Noord-Italië ligt. Er worden steeds meer Italianen opgepakt met schoenen, veldflessen en zelfs bh’s vol bankbiljetten. Hun auto laten ze thuis, om te voorkomen dat ze via hun kentekenplaat worden herkend.

In San Marino worden ze met open armen ontvangen door banken die toevallig ook op zondag open zijn. In Zwitserland kunnen de Italianen rekenen op vergelijkbare gastvrijheid. „Sommige Zwitserse banken zijn kluizen van hotels gaan huren omdat ze niet in staat zijn om aan de abnormaal grote vraag naar kluizen van Italiaanse klanten te voldoen”, aldus Befera in la Repubblica.

De belastingcontroleurs gaan door, soms met gevaar voor eigen leven. Alleen al in januari ontvingen medewerkers van het fiscale incasseringsbedrijf Equitalia 250 dreigbrieven en intimiderende reacties.

„Te verwachten”, noemde Befera dergelijke dreigementen dinsdag in het parlement. „Maar wij doen onze plicht.” Kritiek van parlementariërs op het showeffect van zijn controleacties wuifde hij weg. We genieten er niet van „om de veldflessen van wielrenners te controleren.”