In de NAVO moet Europa minder op VS leunen

Er valt nog veel winst te halen met militaire samenwerking. Dat klemt te meer nu de VS de aandacht op Azië richten, betoogt Hans Hillen. Europa zal meer voor zichzelf moeten zorgen. Maar dat kan goed.

De financiële crisis heeft tastbare gevolgen voor de westerse defensie-inspanningen. Ook de Nederlandse krijgsmacht moest al een miljard euro aan ombuigingen verwerken. De onberekenbare wereld blijft echter om waakzaamheid vragen. Bij de aanpak van crises zal Europa militair meer op eigen benen moeten staan. De operaties in Libië waren hiervan een voorbode.

In het overleg dat ik afgelopen maand met mijn Amerikaanse collega Panetta had over de nieuwe Amerikaanse strategie, bevestigde hij dat de Verenigde Staten meer aandacht willen besteden aan Azië, maar dat Europa nog altijd een onmisbare en onvervangbare vriend blijft. Als de nood aan de man is, bellen de Amerikanen toch eerst met Londen, Parijs, Berlijn, Oslo en ook Den Haag.

Omgekeerd blijven de Verenigde Staten een cruciale partner voor ons. We zullen samen blijven optrekken. Maar uit de luwte van onze machtige bondgenoot zullen we vaker het kopwerk moeten verrichten. Daarmee zal de relatie volwassener worden. Dit weekeinde spreek ik daarover met mijn collega’s van de NAVO. De discussie zal tijdens de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München worden voortgezet.

In deze veranderlijke tijden is het in ons belang dat de NAVO overeind blijft. Als anker van onze veiligheid heeft de NAVO gezorgd voor de stabiliteit waarin onze welvaart kon groeien. We moeten het bondgenootschap op peil houden. We moeten voorkomen dat de bezuinigingen ten koste gaan van de veiligheid van morgen.

Europa besteedt nog steeds zo’n 200 miljard euro aan defensie. Dat is beduidend minder dan de Verenigde Staten, maar nog altijd meer dan de 100 miljard en 50 miljard die China en Rusland uitgeven. Maar toch moeten we het rendement van onze uitgaven verbeteren. Waar onze krijgsmachten kleiner worden, moeten we over de grens zoeken naar samenwerking om de militaire effectiviteit op doelmatige wijze te versterken.

Driekwart van de Europese materieeluitgaven wordt nationaal besteed, terwijl gezamenlijke verwerving het beginpunt kan zijn van samenwerking op het gebied van training, onderhoud en logistiek. Europa heeft zijn potentieel op het gebied van samenwerking dus nog lang niet vervuld. Meer samenwerking vormt daarom een kernpunt van de NAVO-top in Chicago in mei. Nederland gaat hierin voorop.

Ik stel concreet voor om te onderzoeken welke mogelijkheden voor samenwerking er zijn op het gebied van de opvolging van de F-16, van onbemande vliegtuigen en van raketverdediging. Dit zijn speerpunten van het Nederlandse defensiebeleid. Ik ga hierover afspraken maken met mijn collega’s uit België, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Internationale samenwerking zal meer dan ooit het uitgangspunt zijn bij onze militaire capaciteiten.

We moeten praktisch en weloverwogen omgaan met vraagstukken die onze soevereiniteit raken. De Adviesraad Internationale Vraagstukken komt binnenkort met een advies hierover, waarna het kabinet in gesprek zal gaan met het parlement.

Er zijn tal van goede voorbeelden waarop we kunnen voortbouwen. In Eindhoven bestaat sinds enige jaren het Europees luchttransportcommando dat de luchttransportvloten van België, Duitsland, Frankrijk en Nederland aanstuurt. Ook de gemeenschappelijke staf, het gedeelde onderhoud en de gezamenlijke opleidingen van de Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking zijn voorbeelden voor de rest van Europa. Deze voorbeelden illustreren dat het mogelijk is om, ondanks integratie op ondersteunende gebieden, toch zelfstandig te blijven besluiten over de operationele inzet van de Nederlandse eenheden. Dat is immers een wezenlijke nationale verantwoordelijkheid. Het blijven gewoon ‘onze jongens’.

Het is dus onjuist, zoals sommige critici beweren, dat we met meer defensiesamenwerking onze soevereiniteit ‘verkwanselen’. Meer defensiesamenwerking bevordert onze militaire effectiviteit, en daarmee staan we sterker om voor onszelf – onze waarden en onze belangen – op te komen als het nodig is.

Veel Europese landen doen te gemakkelijk een beroep op de nationale soevereiniteit om verdergaande samenwerking af te houden. Ik constateer daarentegen dat Nederland veel meer uit de mogelijkheden tot samenwerking kan halen, voordat de rode lijnen van de soevereiniteit in zicht komen. Daarom ga ik daarover in Brussel het gesprek met mijn collega’s aan. Alleen zo komt het Bondgenootschap op de NAVO-top in Chicago er sterker uit.

Hans Hillen (CDA) is minister van Defensie.