Ik wil alles, en ik wil het nu!

‘Corso des courtisanes’ in Venetië (1792), een schilderij van Gabriel Bella (detail)

Bibliothèque Nationale de France: Casanova, la passion de la liberté, BNF/Seuil, 240 blz. €49,-

Ruim 7 miljoen euro betaalde de Bibliothèque Nationale de France (BNF) voor het originele manuscript van Histoire de ma vie van Giacomo Casanova. Hij schreef het aan het eind van zijn leven, toen hij – op doktersadvies – als bibliothecaris op kasteel Dux in Bohemen vertoefde. De ouderdom sloeg toe, gezondheidsperikelen verhinderden hem verder te leven zoals hij gewend was. Om niet dood te gaan van verveling, zette hij zijn belevenissen op papier.

In 1798, vlak voor zijn dood, geeft Casanova de dozen met de duizenden vellen in bewaring aan zijn neef. Diens kinderen verkopen het manuscript in 1821 aan de Duitse uitgever Friedrich Arnold Brockhaus uit Leipzig. Er verschijnt een gekuiste versie van enkele fragmenten in een Duitse vertaling. De vertaling wordt door een docent Frans uit Dresden terugvertaald naar het Frans, gecensureerd en geredigeerd. Lang werd aangenomen dat het manuscript de bombardementen op Leipzig tijdens de WO II niet had overleefd, maar het bleek in veiligheid gebracht.

In 1960 verschijnt een eerste complete versie van Histoire de ma vie in het Frans en volgt een raadselachtige periode waarin het originele manuscript weer verdwijnt – tot in 2007 de telefoon gaat in de bibliotheek. Het manuscript van Casanova is te koop. Is er belangtelling? Op het vliegveld van Zürich krijgt de directeur van de BNF de dozen en hun inhoud te zien. Wanneer zich een anonieme weldoener meldt die de vraagprijs van ruim 7 miljoen euro op tafel legt, wordt in 2010 de koop gesloten.

Venetië

Nu, een jaar later, toont de BNF trots haar aanschaf en bouwt er een schitterende tentoonstelling met catalogus omheen. Elk aspect van Casanova’s leven komt over het voetlicht. Te beginnen met zijn jeugd in Venetië, waar hij in 1725 werd geboren. Casanova werd daar opgevoed door zijn grootmoeder. Als jongetje lijdt hij aan neusbloedingen en ze neemt hem mee naar een soort heks die rare dingen met hem uithaalt – een episode die zijn interesse voor het irrationele voedt en die hij later in geuren en kleuren zal blijven vertellen.

Hij gaat rechten studeren in Padua, bedenkt zich en keert terug naar Venetië. Dan ambieert hij een carrière bij de kerk, maar affaires en een desastreuze preek gooien roet in het eten. Een tijdje voorziet hij in zijn onderhoud als violist en legt zich toe op het kaartspel. Bij alle steden die hij in zijn leven aandoet is hij een geducht tegenstander. Menigmaal verliest Casanova zijn fortuin, even vaak wint hij het weer terug.

In 1755 belandt Casanova in de beruchte gevangenis van Venetië, vanwege het bezit van verboden boeken over alchemie en kabbalistiek, en vanwege zijn libertijnse levenswijze (hij versierde dames van adel en ook een non, die de maîtresse was van een machtige abt).

Maar Casanova ontsnapt, via het loden dak van de gevangenis. Vanuit de gondel waarin hij wegvaart ziet hij een fantastische zonsopkomst, dankbaarheid welt op in zijn hart, tranen kan hij niet langer onderdrukken. Zijn leven begint dan pas echt. Alle Europese hoven willen horen over zijn spectaculaire ontsnapping, overal betekent zijn komst aantrekkelijk amusement. Zijn leven bestaat vanaf dat moment uit reizen: meer dan 67.000 kilometer zal hij de rest van zijn leven afleggen.

De Europese machthebbers die Casanova ontvangen, delen hun verborgen agenda met hem, huren hem in voor een geheime opdracht. Onder de grootheden die hij ontmoet zijn de encyclopedisten Diderot en D’Alembert, ‘die de kunst verstond iedereen te inspireren met wie hij sprak’, de schilder Anton Mengs, paus Clemens XIII, Madame de Pompadour, de Duitse kunsthistoricus Johann Winkelmann en de dramaturg en staatscensor Crébillon père, die met twintig katten leefde en Casanova’s Frans perfectioneerde.

Samen met de adellijke Madame d’Urfé, met wie hij een hartstocht voor alchemie deelt en wier fortuin hij plundert, bezoekt hij de filosoof Jean-Jacques Rousseau, ‘die leeft van de muziek die hij kopieert’ en hen volgens Histoire de ma vie onbeleefd en ongeïnteresseerd tegemoet treedt. Voltaire had geen hoge pet op van Casanova. ‘Een soort grapjas’ heeft hij ontmoet, schrijft hij aan zijn correspondenten.

Zeepfabriek

Intussen timmert Casanova aan de weg. Overal probeert hij zijn ideeën aan de man te brengen. In Warschau presenteert hij grootse plannen voor een zeepfabriek. Catherina II van Rusland tracht hij over te halen een nieuw landbouwsysteem in te voeren – tevergeefs.

Het goede leven aan de Europese hoven wordt uitgebreid in beeld gebracht. Prachtig is de tekening van François Bernard Lépicié (1744) waarop het hemels ontbijten, met koffie en chocolademelk, wordt gevierd. Ook die van René Gaillard, waarop een stoffenverkoopster haar schitterende waar uitstalt is typerend voor het rijke leven dat Casanova ambieerde.

Recent gaan er stemmen op die het beeld van de verleider Casanova willen bijstellen. Ook de catalogus maakt een onderscheid tussen Casanova en Don Juan, het verzonnen personage uit de gelijknamige comédie van Molière. Ten onrechte zouden de twee vaak verward worden. Volgens Bruno Racine, de directeur van de BNF, was Casanova, anders dan Don Juan, een teder man die nooit een vrouw tegen haar zin verleidde, een feminist zelfs! Ook de Belgische schrijfster Lydia Flem lijkt in haar boek Casanova ou l’Exercice du bonheur (Seuil) die visie te onderschrijven.

In publicaties rond deze tentoonstelling wordt Casanova ook uitgeroepen tot een van de grootste schrijvers van de 18de eeuw. Dat lijkt me wat te veel eer. ‘Mijn leven is mijn onderwerp. Mijn onderwerp is mijn leven’, schreef hijzelf. En dat is precies de waarde van zijn werk. Hij geeft ons een magnifieke inkijk in een tijd die we ons nauwelijks meer kunnen voorstellen.

Modern – dat lijkt zijn levensstijl wel. Hij zocht naar een onmiddellijke bevrediging van al zijn behoeften, volgens een credo van lichtheid en lichtzinnigheid. Het was een man die openstond voor alle mogelijke experimenten, met een grote nieuwsgierigheid naar nieuwe ontwikkelingen, of het nu ging om occultisme, de techniek van het duel of de nieuwste gezelschapsspelen. Een gewiekst reiziger die het netwerken heeft uitgevonden voordat de term bestond. Maar vooral een man die trouw was en bleef aan één ding: zijn eigen vrijheid.

De tentoonstelling duurt nog t/m 19/2, zie bnf.fr. Vanaf 2013 verschijnt Histoire de ma vie in de Pléiade-reeks.

    • Margot Dijkgraaf