Ik stop als er eelt op mijn ziel komt

Politieman Henk Werson was 32 toen hij ‘sluwe klootzakken’ ging opsporen die vrouwen martelden. Nu is er een boek.

Mensenhandel? Toen politieman Henk Werson (48) begon, had hij geen idee wat dat was. Hij rolde bij toeval zijn eerste mensenhandelzaak in. Maar de wreedheid die hij tegenkwam, veranderde hem in een man met een missie. Nu, na zestien jaar waarin hij onvermoeibaar de strijd aanbond met gedwongen prostitutie, komt hij met een boek, getiteld De Fatale Fuik. Hij geeft daarin een uniek beeld van de manier waarop een rechercheur te werk gaat in een wereld waarin mensen meedogenloos worden uitgebuit.

Als je Werson ontmoet, zie je een hoekige politieman met een kale kop en een raar sikje. Maar daarachter schuilt een gedreven mens. „Ik wil slimmer zijn dan die sluwe klootzakken’’.

Was dat waar je als jongen van droomde: gemene boeven vangen?

„Ik ben opgegroeid in Limburg en mijn hele familie werkte in de verpleging. Dat was niets voor mij. Geitenwollensokkengedoe vond ik dat. Ik droomde ervan bij een arrestatie-eenheid te zitten. Ik wilde actie. Ik ben een doener, hè. Ik was niet zo’n voorbeeldige leerling op de mavo, ik ging liever voetballen. Op mijn achttiende solliciteerde ik bij de politie in Amsterdam, maar ze vonden me te jong. Ze dachten dat ik als Limburger niet zou kunnen aarden. Het waren de jaren tachtig en er was nergens werk. Ik ben toen maar aan de slag gegaan als tegelzetter en bouwvakker. Als mensen me vragen wat ik doe, zeg ik nu nog weleens dat ik bouwvakker ben, want ik ga niet met jan en alleman over mijn werk praten. Enfin, uiteindelijk kon ik bij de marechaussee komen en daar kwam ik in aanraking met recherchewerk. Dat speuren bleek me te liggen. Ik werd steeds vaker uitgeleend aan de politie.”

Ook voor mensenhandel?

„Aanvankelijk niet. We kregen bericht binnen dat een Russische onroerendgoedhandelaar het risico liep geliquideerd te worden. Maar toen we zijn telefoon aftapten, bleken zijn gesprekken heel ergens anders over te gaan. Hij had het over vrouwen, over klanten en geld. Het ging er hard aan toe. We hoorden hem tegen een van die vrouwen zeggen dat hij haar borsten zou vastspijkeren als ze niet meer geld verdiende.

„Mijn collega en ik keken elkaar aan. We dachten: wat gebeurt hier? Hoe serieus moeten we dit nemen? We snapten er niets van. In die tijd, 1995, zagen we prostitutie als een schimmige wereld, maar we vonden het toch wel leuk om er naar te kijken. Ik had precies dezelfde vooroordelen als de mensen die nu ‘eigen schuld’ zeggen als het over mensenhandel gaat. Vervolgens hoorden we via de tap dat die Rus echt had gedaan waarmee hij had gedreigd. Wij waren geschokt, zo naïef waren we nog. Er werden dus vrouwen gemarteld, omdat ze niet genoeg verdienden in de seksindustrie.”

Hoe reageerde je?

„Ik viel van de ene verbazing in de andere. En het gekke was dat de slachtoffers niet met me wilden praten. Normaal gesproken kreeg ik praktisch iedereen aan de praat, maar deze vrouwen hielden hun mond stijf dicht. Dat frustreerde me. Ik dacht: hoe kan dit nou? Ik sta klaar om haar te helpen, maar ze wil niet. Ik had het er over met mijn collega en toen vroegen we ons af: hoe graag praten we zélf over seks? Ja, genoeg stoere mannenpraat bij de politie, maar je vertelt natuurlijk niet wat je écht in bed doet.

„Dus dat kun je dan ook niet verwachten van die slachtoffers? Toch wilde ik een manier vinden om die vrouwen aan het praten te krijgen. Ik wilde weten hoe het zat. Hoe kan het nou dat mensen twintig keer per dag seksueel misbruikt worden? Ik stelde me voor hoe ik het zelf zou vinden als ik, ik weet niet hoeveel keer verkracht zou zijn en het zou niet worden begrepen of zelfs weggewimpeld. Toen ben ik een studie maatschappelijk werk gaan doen.”

Aha! Toch geitenwollen sokken!

Dat zeiden ze ook tegen mij, wat kom jij nou in deze geitenwollensokkenwereld doen? Ik zei: hoezo? Is hulpverlening aan getraumatiseerde mensen soft dan? Het is hartstikke belangrijk dat politiemensen snappen hoe het zit met slachtoffers. Eén van de dingen die ik bijvoorbeeld heb geleerd, is dat er altijd gaten zitten in de verhalen van getraumatiseerde mensen. Als een slachtoffer wél een consistent verhaal vertelt, begin ik haar juist te wantrouwen. Maar het erge is dat deze vrouwen, vanwege tegenstrijdigheden in hun verhaal, in de rechtszaal worden weggezet als leugenaars. Daar kan ik me heel kwaad over maken. Die verontwaardiging drijft me. Daarom kom ik iedere dag uren te kort.”

Heb je nog wel tijd voor een gezin en een sociaal leven?

„Weinig. Ik moet het hebben van de kwaliteit, niet van de kwantiteit.”

In je boek vertel je dat er mensenhandelaren zijn geweest die jou uit de weg wilden ruimen. Ben je daar bang voor?

„Ik was ooit in Oekraïne om onderzoek te doen naar een mensenhandelaar die in Nederland vastzat. Die bleek vanuit de gevangenis opdracht te hebben gegeven om mij en de rest van mijn delegatie koud te maken. Hingen er opeens louche boksschooltypes met grote sporttassen in de lobby van het hotel.

„Ik werd op tijd gewaarschuwd, dus we hebben kunnen wegkomen, maar mijn nekharen gingen pas weer naar beneden toen ik Polen binnenreed.”

Ben je 24 uur per dag op je hoede?

„Ik ben wel alert, ja. En verder ben ik altijd open tegenover verdachten. Ik zeg eerlijk: je hebt je kont verbrand en ik ga er alles aan doen om je op de blaren te laten zitten. Er zijn trouwens verdachten die mij, als ik ze later tegenkom, normaal groeten. Maar ik geef ze geen hand. Het kan altijd zijn dat een slachtoffer dat ziet. En dat wil ik niet.”

Denk je nooit eens: ik stop ermee, ik ga iets leuks doen?

„Dit ìs leuk! Ik vind het kat-en-muisspel met criminelen prachtig. En ik krijg er veel voor terug. Een kaartje van een slachtoffer om me te bedanken. Of ik zie zo’n vrouw terug en ze vertelt me dat het goed met haar gaat. Gebeurt helaas niet vaak, maar het betekent wat voor me.”

Je hoort afschuwelijke verhalen van slachtoffers, krijg je op een gegeven moment geen eelt op je ziel?

„De dingen die ik tegenkom, raken me nog steeds. Een jong meisje dat tot prostitutie wordt gedwongen, twee miskramen krijgt en een kind verliest. Zo’n verhaal blijft wel even bij je. Soms droom ik van mijn werk, maar het zijn geen nachtmerries. Gelukkig heb ik collega’s met wie ik goed kan praten. Of we maken er een grove grap over. Zo verwerk ik het. Nee, als ik ooit merk dat er eelt zit op mijn ziel, dan stop ik er mee.”

Henk Werson:De Fatale Fuik. Achter de schermen van mensenhandel en gedwongen prostitutie in Nederland.

Carrera, 320 blz. € 19,90

    • Renate van der Zee