Hongaarse vliegtuigmaatschappij Malév vliegt niet meer

Een vrouw wacht vrijdagochtend bij de balie van vliegtuigmaatschappij Malev op het vliegveld van Ferenc Liszt in Budapest. Foto Reuters / Laszlo Balogh

De Hongaarse nationale vliegtuigmaatschappij Malév houdt alle vliegtuigen aan de grond vanwege een ‘onhoudbare’ financiële situatie, meldt persbureau AP. De vliegtuigmaatschappij heeft een schuld van ruim 270 miljoen euro en kan geen nieuwe investeerders vinden.

Vanaf 05:00 uur vanochtend houdt Malév alle vliegtuigen aan de grond. Volgens directeur Lorant Limburger hebben andere vliegtuigmaatschappijen plotseling hun vertrouwen verloren en eisten ze vervroegde betalingen. Hierdoor moest het bedrijf ineens zoveel geld uitgeven dat er een ‘onhoudbare financiële situatie’ is ontstaan. Limburger biedt zijn excuses aan alle passagiers aan.

Het is nog niet bekend wat er nu met de vliegtuigmaatschappij gaat gebeuren. Volgens NRC-economieredacteur Steven Derix is het waarschijnlijk dat er een doorstart zal plaatsvinden:

“Het is voor de Hongaarse regering heel belangrijk om de verbindingen open te houden. Als die wegvallen, gaat er natuurlijk geen bedrijf meer zitten. Waarschijnlijk komt er een doorstart onder een andere vliegmaatschappij. Dan heb je nog de landingsrechten die interessant zijn. In de Europese Unie zijn die redelijk vrijgegeven, maar in andere landen niet. Wie weet mag Malév vliegen op bepaalde bestemmingen die voor andere vliegmaatschappijen van belang kunnen zijn.”

Update 14:38u:

De Ierse vliegtuigmaatschappij Ryanair heeft zojuist bekend gemaakt dat ze hun vluchtenaantal naar de hoofdstad van Hongarije, Budapest, zal uitbreiden met 26 vluchten, meldt persbureau Reuters. De maatschappij maakt nu een sprong van vijf naar 31 vluchten nu de Hongaarse maatschappij niet meer vliegt. Het zal vier vliegtuigen in Budapest plaatsen. De nieuwe vluchten staan gepland voor april.

Al langer problemen met luchtvaartmaatschappijen Oost-Europa

Derix schreef al eerder over vergelijkbare luchtvaartmaatschappijen in Oost-Europa die in de problemen zitten:

“Vooral in Oost-Europa verkeren luchtvaartbedrijven nu al in acute ademnood. Nationale luchtvaartmaatschappijen) als LOT (Polen), Malév (Hongarije), Tarom (Roemenië) en CSA (Tsjechië), ‘vlaggendragers’ van hun land, hebben de afgelopen jaren verlies op verlies gestapeld, en moesten overeind worden gehouden door hun grootaandeelhouder – de staat. Oost-Europese regeringen hadden goede redenen om te hulp te schieten: elk land heeft strategisch en economisch belang bij goede vliegverbindingen. Maar volgens de Hongaarse econome Adél Németh speelden ook minder rationele overwegingen een rol. “Vaak ging het meer om emotie en binnenlandse politiek dan om de economie.”

Privatisering Malév door Hongaarse overheid mislukt

Afgelopen oktober schreef economieredacteur Derix over de mislukte privatisering van Malév door de Hongaarse overheid:

“Malév heeft geen netwerk dat kan concurreren met grote maatschappijen, en wordt van de lokale markt af geconcurreerd door lokale low cost carriers, zoals de Hongaarse maatschappij Wizz Air. Pogingen van de Hongaarse regering (voor 95 procent eigenaar) om Malév te privatiseren zijn mislukt. Inmiddels heeft de Europese commissie geoordeeld dat er rond deze transacties mogelijk sprake is geweest van illegale staatssteun. Mogelijk moet Malév meer dan 300 miljoen euro terugbetalen.”

Malév maakt onderdeel uit van de Oneworld luchtvaartalliantie, waar ook American Airlines en British Airways bij zitten. De maatschappij bestond 66 jaar.