Guillem troetelster op Holland Dance

Holland Dance Festival, diverse voorstellingen te Den Haag: 26, 28/1, 1/2 Inl: holland-dance.com ****

Heel aaibaar komt ze niet over, maar Sylvie Guillem zou voor de troeteldanseres van het Holland Dance Festival kunnen doorgaan. Voor de derde keer is zij een van de hoofdattracties van het Haagse festival, waar vooral de kunst van de danser wordt geëerd. Guillem is danseres hors concours. Niet omdat ze inmiddels 46 is en haar spitzen aan de wilgen heeft gehangen, maar omdat tot achter in de zaal duidelijk is dat zij elk spiervezeltje onder controle heeft. Tak: ideale attitude. Flits: perfecte rond de jambe.

In William Forsythes fragmentarische Rearray uit 2011 (qua stijl echter jaren tachtig) combineert Guillem die beheersing met een superieure rust – fascinerend, ook dankzij het sterke tegenspel van Massimo Murru. Bye van Mats Ek zou wat meer mens en wat minder danseres kunnen gebruiken. In plaats van de door het leven overweldigde mens, vaak meesterlijk geportretteerd door Eks vrouw Ana Laguna, blijft Guillem (te veel) zichzelf: een soepele staaldraad, een toegewijde, intelligente, perfectioniste.

Om een vlekkeloze uitvoering ging het Bill T. Jones en zijn partner Arnie Zane niet in hun choreografieën uit de jaren zeventig. Destijds maakten Jones, een lange zwarte man, en Zane, een blank opdondertje, furore met een verfrissende, onbevooroordeelde houding ten opzichte van dans en choreografie. Uit hun duetten, die hier door een nieuwe generatie worden uitgevoerd, spreekt een sterke (geestelijke) verstandhouding, uitgedrukt in postmoderne (fysieke) dansvormen: herhaling, accumulatie van bewegingen, spelstructuren. Tederheid en ironie, taakgerichtheid en elegantie wisselen elkaar af – dertig jaar later hebben de stukken nauwelijks aan kracht ingeboet.

Onverwoestbaar is Stravinsky’s Le Sacre du Printemps. Meryl Tankard, ooit danseres bij Pina Bausch, creëerde het Lenteoffer als een solo voor man, danser Paul White. Zijn bijna of geheel naakte, supergespierde lichaam wordt op een filmdoek tot kunstige, abstracte vormen herschikt, op het toneel is hij aards en menselijk, een angstig, soms blind zoekend individu. Tankards gedanste antwoord aan Stravinsky is muzikaal niet erg imposant, terwijl ook een duidelijke ontwikkeling ontbreekt. Maar als ode aan het danserslichaam is deze Sacre zonder meer geslaagd.

    • Francine van der Wiel