Gelovige adoratie voor twee heidense componisten

Peter Conrad: Verdi and/or Wagner. Thames & Hudson, 384 blz. €32,90

Het nieuwste boek van de Engelse literatuurwetenschapper Peter Conrad past in een oeuvre. Hij schrijft graag over muziek en belicht dan bij voorkeur de niet-muzikale aspecten. In een eerder boek A Song of Love and Death (1987) degradeerde hij opera tot literatuur en ging hij voorbij aan het feit dat de muziek de strekking van een tekst niet alleen kan versterken maar ook verstoren, ook al had hij over de libretti veel behartigenswaardigs te vertellen.

Ongeveer dezelfde strategie-methode ook hier: tegenover de vertrouwde omissie staat een originele invalshoek. Hij vergelijkt de twee grootste operacomponisten uit de 19de eeuw, beschrijft niet alleen hoe de twee begonnen als exponenten van hun tijd en cultuur, maar ook hoe hun culturen exponenten werden van hun mensbeelden, zeker na hun dood.

Die mensbeelden beschrijft hij aan de hand van vele aspecten van leven en werk zoals hun relatie met hun geboortestreek, muzikale opvoeding en opvattingen inzake helden, vrouwen, Shakespeare, arbeidsethos, emotionaliteit, liefde, dood, nationale identiteit, mythen, politici, oorlog en religie. Dat veronderstelt een thematische aanpak, maar het resultaat is eerder enigszins onsystematisch.

Op basis van vele puzzelstukken, soms over de persoon, soms over zijn creaties, moet de lezer zelf een samenhang vaststellen, waardoor na lezing een gevoel van verpletterende overvloed (bijna 400 grote pagina’s met kleine letters en een schat aan feiten in een zeer compacte stijl) hand in hand gaat met lichtelijke chaos. Niet alleen springt Conrad voortdurend van Wagner naar Verdi en terug, hij ziet aspecten uit het werk terug in het leven en andersom en is, zeker als de hoofdrolspelers nog niet helemaal beroemd zijn, meer geïnteresseerd in deze twee dan in hun invloed op hun omgeving.

Omdat het boek geen noten- en literatuurlijst bevat, mag men aannemen dat het boek voor grote operakenners geen nieuwe feiten bevat. Het globale mensbeeld van beide heren, bekend uit eerder publicaties en vaak flink gepopulariseerd in clichés en karikaturen, simpel gezegd Wagner met zijn geraffineerde extase en Verdi de ruimvoelende herenboer, wordt door Conrad grotendeels bevestigd, maar wel vergaand genuanceerder en gecompliceerder gemaakt.

Het origineelst is hij als hij schrijft over de postume reputatie van beide heren. Hun muziek overbrugde de kloof tussen hoge en lage kunst, links en rechts, gelovigen en ongelovigen. Hoewel de twee heiden waren, ontlokte hun werk een religieus aandoende adoratie. Hadden hun tijdgenoten vooral oog voor de verschillen, Conrad benadrukt de toenaderingen, met name die van de Duitser Franz Werfel wiens roman Verdi (1924) de huiscomponist van de zuiderburen in Duitsland grote bekendheid gaf, terwijl Wagner inmiddels ook beneden de Alpen kind aan huis was geworden.

Daarmee werkt Conrad toe naar zijn conclusie: Wagner en Verdi zijn twee kanten van dezelfde medaille die even slecht met elkaar als zonder elkaar kunnen. Die boodschap komt nogal uit de lucht vallen, maar is daarom niet minder juist.

    • Emanuel Overbeeke