Fuiven, blokken, comazuipen en wat multiculturaliteit

Joseph Pearce: Schoolslag. De Bezige Bij, 424 blz. € 22,50

De Vlaamse schrijver Joseph Pearce schrijft altijd over twee onderwerpen. Het gaat over zijn ongebruikelijke (joodse, Poolse en Engelse) afkomst. Of het gaat, geïnspireerd door dertig jaar lesgeven, over onderwijsperikelen. In Schoolslag, zijn zevende boek, mogen we een kijkje nemen op een elitaire katholieke middelbare school. Deze ‘felixtijnen’, zoals ze zichzelf noemen, navolgers van bisschop Felix die ooit in Engeland een school stichtte, verzetten zich tegen de roep om onderwijsvernieuwing. Zij moeten daarbij opboksen tegen onderwijsinspecteurs, bemoeizuchtige ouders en tegen de nieuwlichters in het lerarenkorps.

De paters willen handhaving van oude tradities, waarin klassikaal lesgevende docenten hun leerlingen met ‘u’ aanspreken, waarin eersteklassers door zesdeklassers worden ontgroend en waarin kattekwaad met de mantel der liefde wordt bedekt. Voor onze ogen ontvouwt zich een woelige richtingenstrijd, waarin gelovigen en agnosten, ouderraadsleden en leerlingen elkaar het leven zuur maken.

De sympathie komt in de loop van de geschiedenis, verrassend genoeg, bij de paters te liggen – geen pedofielen voor de verandering, maar pedagogen van onbesproken gedrag, met oog voor de kwetsbare kinderziel. Zij blijken ook heel behoorlijk met hun tijd mee te gaan. De vraag is alleen een beetje: welke tijd is dat precies?

De roman speelt zich, zoals dat wel vaker het geval is bij Pearce, in een wat onbestemd tijdperk af, en in een stad die geen naam krijgt (maar die aan Antwerpen doet denken). Aan de ene kant is er sprake van ‘fuiven’, van leerlingen die flink moeten ‘blokken’ van hun ‘paps en mams’ en van een jonge lerares die haar ‘plooirok’ gladstrijkt. Jaren zeventig à tachtig, zo lijkt het. Maar tegelijkertijd maakt men ook gebruik van een ‘mediatheek’, wordt iemand het slachtoffer van ‘comazuipen’ en wordt er volop gesms’t met behulp van ‘zaktelefoons’. Ook het snuifje multiculturaliteit dat Pearce aanbracht, door de 12-jarige Fatima het katholieke college binnen te loodsen, doet vermoeden dat we ons wel degelijk in de 21ste eeuw bevinden.

Schoolslag is geen roman uit één stuk. Een verrassende ontwikkeling wordt soms naadloos gevolgd door een oubollige dialoog. Pearce is duidelijk niet helemaal meester over zijn schepping, die nu eens aan Harry Potter herinnert, dan aan moderne schoolromans van het type Hajar en Daan van Robert Anker, maar ook aan ouderwetse kostschoolboeken.

Dit wisselvallige en veel te dikke boek leent zich met zijn fragmentarische opbouw , in korte scènes met cliffhangers, uitstekend voor een film over een oude eliteschool gelegen in een aftandse allochtonenwijk, met paters te midden van joelende scholieren en die ene idealistische lerares Nederlands in een zee van mopperige mannen. Voeg daar nog wat intriges, verdachtmakingen, erotiek, een zelfmoordpoging en een uitslaande brand aan toe, en je hebt een interessant spektakelstuk. Met als tijdloos kernpunt dat de gemiddelde leerling nog altijd het liefst aan de lippen hangt van een bevlogen leraar die iets te vertellen heeft, ongeacht leeftijd, geslacht of religieuze overtuiging.