Examineer ook zittende leraren basisonderwijs

Toekomstige onderwijzers zouden toelatingsexamen moeten doen. Maar we weten allemaal dat veel zittende leraren zwak zijn. Examineer hen ook, stelt Leo Prick.

Een commissie onder leiding van oud-hoofdinspecteur voortgezet onderwijs Heim Meijerink heeft vorige maand een rapport uitgebracht waarin wordt geadviseerd om landelijke toelatingsexamens in te voeren voor studenten van de pabo-opleiding. Daarbij gaat het voor deze aanstaande onderwijzers niet alleen om taal en rekenen, maar ook om de vakken aardrijkskunde, Engels, geschiedenis en natuur en techniek.

Blijkbaar is de commissie tot de conclusie gekomen dat het havo-diploma – want daar gaat het in de meeste gevallen om – zo weinig meer voorstelt dat het voor de pabo’s niet mogelijk is om van studenten die voldoen aan formele eisen voor toelating, in vier jaar tijd een acceptabele leraar basisonderwijs te maken.

Dat kunnen de pabo’s dankzij zo’n toelatingsexamen straks dus wel en dat moet dan leiden tot waar het allemaal om begonnen is: de verbetering van het niveau van het basisonderwijs.

Zou dat de problemen echt verhelpen? Voorlopig in elk geval niet. Wat is het probleem?

Tijdens de economische crisis begin jaren tachtig heeft toenmalig minister Deetman de arbeidsvoorwaarden voor nieuwe leraren dusdanig verslechterd dat niemand meer leraar wilde worden. De opleidingen liepen leeg. In hun drang tot overleven namen de pabo’s het niet zo nauw met de toelatingseisen. En om te voorkomen dat studenten het tijdens de opleiding voor gezien hielden, werd het ze niet al te moeilijk gemaakt. Soms werd er ronduit met de eisen de hand gelicht. Met als gevolg dat gedurende zo’n jaar of vijftien talloze zwakke leraren de opleidingen uitstroomden. Het basisonderwijs is daarvan de dupe geworden.

Natuurlijk betekent dit niet dat elke leraar die in die periode in het onderwijs is komen werken ernstige tekorten vertoont, maar wel dat er alle reden is om te twijfelen aan de kwaliteit van veel leraren.

Dankzij de toegenomen belangstelling voor de lerarenopleidingen en de invoering van strikte eisen voor taal en rekenen is er de afgelopen paar jaar een en ander verbeterd. De voorstellen van Meijerink en consorten zullen er ongetwijfeld toe bijdragen die lijn verder door te trekken. Maar willen we het niveau van het basisonderwijs op korte termijn verbeteren, dan is daarnaast een heel andersoortige ingreep noodzakelijk. Dan moeten we ook durven nagaan hoe het staat met het niveau van de zittende leraren.

Wat het onderwijs betreft, kun je het zo gek niet bedenken of er is wel onderzoek naar gedaan. Met één grote uitzondering: de kwaliteit van de zittende leraren. Daarop rust een levensgroot taboe. Aankomende leraren, daar mag je alsmaar hogere eisen aan stellen, maar aan de vakkennis van wie eenmaal voor de klas staat, mag niet worden getwijfeld. Terwijl, zoals we zagen, er alle reden is om dat wel te doen.

De eerste stap op weg naar de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs is van alle zittende leraren verlangen dat ze voldoen aan de eisen die we stellen aan beginnende leraren. Dat zal hier en daar ongetwijfeld de nodige remedial teaching vergen, maar eigenlijk is het natuurlijk niet meer dan gewoon.

Van uw huisarts of belastingadviseur verlangt u toch ook dat ze over ten minste net zo veel vakkennis beschikken als hun beginnende collega? Herscholing is normaal. Waarom dan ook niet bij leraren?

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.

    • Leo Prick