‘Enorm groeipotentieel in Azië’

Paul Polman, topman van Unilever, voorspelt tijdens een lunch met journalisten in Londen een moeilijk jaar, maar toont tegelijkertijd optimisme.

„Hongerige journalisten, dat kan niet anders dan slechte stukken opleveren”, grapt Paul Polman (56), de topman van Unilever. En dus suggereert hij na ruim 35 minuten vragen van journalisten te hebben beantwoord, waarbij het bestek onaangeroerd bleef: „Laten we nu eerst maar even wat te eten gaan halen.”

Op de bovenste verdieping van het karakteristieke Unilever House aan de Theems in Londen geeft Polman deze donderdagmiddag een toelichting op de jaarcijfers van het zeep- en voedingsmiddelenconcern. Hij doet dat terwijl hij ondertussen zo beschaafd mogelijk op rozemarijnaardappeltjes en visballetjes kauwt.

„Dít is de economie waarmee we moeten dealen”, zegt Polman. Het is een zin die hij deze middag een paar keer zal herhalen. Wat de uit Enschede afkomstige baas van het op twee na grootste levensmiddelenbedrijf ter wereld ermee wil zeggen: Unilever boekte vorig jaar weliswaar geen recordomzet, maar de resultaten zijn heel goed, zeker in vergelijking met de rest van de markt. Vorig jaar bedroeg die omzet 46,5 miljard euro, een stijging van 5 procent ten opzichte van 2010. Het bedrijf boekte vorig jaar een winst van 4,6 miljard euro. Dat is 1 procent meer dan het jaar ervoor.

Polman, sinds 2008 bestuursvoorzitter van Unilever, erkent dat 2011 een zwaar jaar was. En hij voorziet dat 2012 opnieuw een moeilijk jaar zal worden. Toch is hij redelijk optimistisch gestemd. Dat komt met name door de opkomende markten. In 1990 waren zij goed voor 20 procent van de omzet, intussen is dat opgelopen tot 54 procent.

Vorig jaar nam de omzet in de opkomende markten met 11,5 procent toe. Maar de groei is minder groot dan een paar jaar geleden, constateert Polman. „Toch zie je, zelfs als deze markten niet meer zó snel groeien, dat grote hoeveelheden mensen toetreden tot de middle class. Het eerste wat zij doen is onze producten kopen. Dove Hair Care in China, Magnumijsjes in Indonesië. Zolang wij met onze producten in die landen aanwezig zijn, is er een enorm groeipotentieel voor ons.”

Verder verwacht Polman dat de sterke schommelingen van de grondstofkosten, waarmee Unilever de afgelopen jaren kampte, dit jaar een veel minder grote rol zullen spelen. De verhouding tussen volume en prijs zullen beter in balans zijn, zegt hij. „Dat moet ook wel. Als we de hogere kosten doorberekenen in de prijs, zie je dat we uiteindelijk wel groei weten te realiseren, maar dat het aantal verkopen daalt.”

Dit is het verhaal dat Polman wil vertellen. Net zoals hij, natuurlijk, voorbereid is op vragen van de Britse journalisten over de stakingen bij Unilever in Groot-Brittannië vanwege de pensioenhervormingen. Polman gaat uitgebreid op de vragen in. Hij heeft respect voor de medewerkers, beklemtoont hij, maar het pensioenplan is „een van de meest genereuze” van het land en Unilever moet binnen het Verenigd Koninkrijk wel kunnen concurreren met andere bedrijven. „De vakbonden zeggen dat wij niet meer met hen willen praten, maar wat ze niet zeggen is dat zíj niet meer met ons praten.”

Als een Nederlandse journalist van Het Financieele Dagblad vragen stelt over het gerucht dat Unilever de spreads wil afstoten, zoals het FD een dag eerder berichtte, reageert Polman gepikeerd. Tot de spreads behoren margarines zoals Bona, Becel en Zeeuws Meisje, maar ook pindakaas van Calvé en andere oliën en vetten.

Natuurlijk gaat hij als bestuursvoorzitter niet zeggen of hij bepaalde divisies in de toekomst gaat verkopen, zegt Polman bits. Zodat de concurrent kan meeluisteren zeker? En wat te denken van de onrust die het veroorzaakt onder werknemers in die tak? Eerlijk gezegd vond hij het artikel een voorbeeld van „goedkope journalistiek”. Volgende vraag, graag. Voordat zijn woordvoerder de volgende journalist het woord kan geven, heeft Polman dat al gedaan. Let’s go to Louise, zegt hij, en hij draait zijn hoofd naar de journaliste van The Financial Times.

Even na één uur ’s middags verschijnt een dame in een mantelpakje in de kamer. Ze steekt twee vingers op naar Polman. Twee minuten, dan begint zijn volgende afspraak. Maar de topman van Unilever zit net middenin een verhaal over de eurocrisis. „Natuurlijk hopen we dat de euro overeind blijft”, zegt hij. „Als één land, zoals Griekenland, eruit zou stappen, heeft dat volgens mij weinig effect op Europa. Maar als bedrijf moet je uiteraard wel zorgen dat je een plan B hebt. Wat betekent het voor je financiële situatie? Wat betekent het voor je producten? Voor de klanten in dat land?” Een persvoorlichter glimlacht verontschuldigend naar de dame. Voor Polman aan een nieuwe zin begint, zegt hij vlug: „We moeten stoppen. Patty wordt heel nerveus.” Patty staat nu recht tegenover Polman en probeert hem middels oogcontact duidelijk te maken dat de tijd niet op hem wacht. Dan schuift Polman haastig zijn stoel naar achter. „I’ll see you guys.” En weg is-ie.