Een keurige zeven halen zonder het boek te lezen

De Universiteit van Amsterdam wil voor onvoldoendes studiepunten geven. De ‘zesjescultuur’ wordt een ‘vijfjescultuur’.

Toen Harry Mulisch eind vorig jaar overleed, maakte mijn docent moderne literatuur een ontredderde indruk. Met zachte stem vroeg hij hoeveel van de dertig leerlingen de roman De Aanslag eigenlijk hadden gelezen. Er gingen twee vingers omhoog. „Is dit alles?” Na enig doorvragen bleek bijna niemand in de werkgroep überhaupt te weten waar De Aanslag over ging. „Ehm, goed”, zei de docent snel. „Laten we nu maar verder gaan met de stof die we vandaag moeten behandelen.”

Twee maanden later rondden nagenoeg alle leerlingen het vak succesvol af. Veel zessen, nog meer zevens. Het was het laatste verplichte literatuurvak van de studie Nederlandse taal en cultuur. Als je dit had afgerond, bezat je kennelijk genoeg kennis van de Nederlandse literatuur om jezelf Neerlandicus te mogen noemen. Zonder Mulisch te hebben gelezen. Of Wolkers. Of Vestdijk. En, wellicht veel belangrijker: zonder ooit ook maar te zijn aangemoedigd je in het werk van een van die auteurs te verdiepen – die stonden immers niet op de verplichte leeslijst.

Afgelopen maandag kondigde de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam een nieuwe regel aan. Voor sommige eerstejaarsvakken een onvoldoende halen en toch alle studiepunten kunnen krijgen. Volgens de Faculteit zelf een geschikte manier om beginnende studenten te prikkelen. Maar het is juist een van de vele maatregelen waarmee de zo gehekelde zesjescultuur extra in de hand wordt gewerkt.

Het verhaal over Mulisch is namelijk meer dan een anekdote. Het laat zien hoe er doorgaans aan de Faculteit der Geesteswetenschappen wordt onderwezen. Met een strikte planning, waarvan hooguit enkele minuten wordt afgeweken. Ik studeer nu voor het derde jaar Nederlandse taal & cultuur en er is nog geen vak geweest waarbij niet in het eerste college tot in detail wordt uitgelegd wat je precies moet doen. Nooit een woord over eigen keuzemogelijkheden, nooit de opdracht zelf boeken of theorieën te verzamelen. En de opgegeven stof wordt vervolgens in de werkcolleges ook nog uitgebreid samengevat. Zodat zelfs degenen die zich niet strikt aan de planning houden precies weten wat er van ze wordt verwacht en wat ze moeten onthouden voor de tentamens.

En die tentamens hoeven dus vanaf volgend jaar, als het aan de faculteit ligt, niet eens altijd voldoende te worden gemaakt. Zolang de eventuele vijf maar wordt gecompenseerd met een zeven voor een ander vak, wat gezien obligate propedeusevakken als academisch schrijven en onderzoeksvaardigheden voor weinigen probleem zal vormen.

Al jaren is er een opvallende paradox te zien in het universitaire onderwijs. Enerzijds de klacht dat studenten zo weinig gedisciplineerd en eigenzinnig zijn, anderzijds telkens maatregelen om hun vrijheid nog verder in te perken. Nu wil ik helemaal niet betogen dat elke docent aan het hierboven geschetste beeld voldoet. Integendeel, aan de UvA heb ik tig interessante colleges bijgewoond en inspirerende figuren getroffen. Alleen houden ook zij zich meestal aan een planning die elke stap van de student lijkt te willen sturen. En die zodoende alle eigenzinnigheid geleidelijk in de kiem smoort.

In Nederland ontstaat steeds meer een onderwijssysteem waarbij volgzaamheid wordt beloond. Niet originaliteit of intelligentie staat voorop, maar beseffen welke stof je wanneer moet kunnen reproduceren. Ikzelf heb tentamens gemaakt over boeken waarvan ik de titel amper kon spellen, en door goede aantekeningen tijdens het werkcollege haalde ik toch hogere cijfers dan velen die de boeken helemaal hadden gelezen. Karel ende Elegast, Floris ende Blancefloer: geen idee waar ze over gaan. Op mijn cijferlijst prijkt een keurige zeven voor Middelnederlandse literatuur.

Door voor beginnende studenten een vijf onder bepaalde omstandigheden ook voldoende te laten zijn, wordt dit klimaat alleen maar versterkt. De drempel komt lager te liggen en het zoveelste signaal wordt afgegeven dat de universiteit precies bepaalt wat een student allemaal moet kunnen, in plaats van hem de vrijheid te gunnen zelf te ontdekken. Logisch dat studenten zich daaraan aanpassen. Logisch, helaas ook, dat ze niet De Aanslag lezen als het voor je studie toch geen enkel verschil kan maken.

Thomas Heerma van Voss

Schrijver en student Nederlandse taal en cultuur aan de UvA

    • Thomas Heerma van Voss