Dít is dus paranoia en dát doe je eraan

De Noorse massamoordenaar Anders Breivik lijkt een typische paranoialijder. Zijn land dreigt door vreemde machten gekoloniseerd te worden, denkt hij. Paranoia is een hopeloos ziektebeeld, legt psychiater Leader uit in zijn sterk freudiaanse gekleurde exposé What is Madness ? Wat kan helpen, is de chaos enigszins te structureren.

Drie koningen, een kunstwerk van Armand Rosard (1999) Foto Catalogus 'Gestoorde vorsten' van het Gentse Museum Dr. Guislain

Darian Leader: What Is Madness? Hamish Hamilton, 359 blz. €27,- De vertaling verschijnt in mei bij De Bezige Bij.

Wat is waanzin? Deze vertaling van What Is Madness?, het nieuwe boek van Darian Leader, dekt de lading beter dan de oorspronkelijke titel. Het beetje ouderwetse Nederlandse woord waanzin drukt namelijk precies die worsteling met de werkelijkheid uit die het meer algemene woord ‘madness’ oftewel ‘gekte’ mist. Darian Leader, die eerder over depressie en melancholie schreef in Het nieuwe Zwart (Boeken, 15-07-11) heeft het nu over psychoses en vooral over paranoia als geestesgesteldheid die hieraan vooraf gaat.

Net als in The New Black neemt Leader in What Is Madness? scherp stelling tegen de moderne, biologische psychiatrie, die ziektebeelden reduceert tot hersenstoornissen die met medicatie bestreden moeten worden, en tegen de cognitieve gedragstherapie, waarin de patiënt zich binnen zes door de verzekering vergoede sessies moet bevrijden van zijn ellende.

En bovenal keert Leader zich tegen de DSM, de uitdijende lijst met symptomen en classificaties van psychische aandoeningen, een wildgroei die volgens hem zo langzamerhand zelf als psychotisch kan worden aangemerkt.

Leader is een psychoanalyticus uit de school van Lacan, een Fransman uit de eerste helft van de 20ste eeuw die niet bekend staat om zijn toegankelijke geschriften. Lacan schrijft ingewikkeld, om niet te zeggen obscuur. Leader schrijft begrijpelijke taal, maar dit boek gaat desondanks gebukt onder loodzwaar lacaniaans jargon. Leader heeft het over de werkelijkheid die een soldeerverbinding vormt tussen ‘signifier’ en ‘signified’, over de fallische lens, en de positionering (intern of extern) van het libido. Dit leest niet lekker weg. Dat zou nog overkomelijk zijn, ware het niet dat ik gaandeweg het boek door een groeiend gevoel van korzeligheid en zinloosheid werd bevangen. Kort samengevat: ingenieuze speculaties, maar wat hebben we eraan en wat heeft de gek (de waanzinnige) eraan?

Van Freud neemt Leader het idee over dat de waan geen primair symptoom is van geestesziekte, maar een poging tot zelfmedicatie. Paranoia is de overkoepelende term voor dingen waarnemen die er niet zijn (hallucinaties, stemmen horen) en denkbeelden erop nahouden (achtervolgd worden, ontvoerd geweest zijn door buitenaardse wezens) die geen wortels in de werkelijkheid hebben.

Paranoialijders worstelen met betekenisgeving, doordat er in het verleden iets mis is gegaan, doorgaans een niet correct verlopen oedipale fase. Het Oedipus-complex draait om het inzicht dat de moeder nog een ander verlangen heeft buiten het kind, namelijk de vader, en die vader staat bovendien symbool voor de maatschappelijke orde. Het kind moet afstand nemen van de moeder (the Other) en via de vader begrip krijgen van de buitenwereld. Als het noodzakelijke parcours niet is doorlopen, worden problematische gevoelens met kracht uit het systeem weggedrukt om later in de vorm van wanen terug te keren.

In paranoia kristalliseert een willekeurige betekenis. De paranoia-lijder bouwt een systeem van betekenissen als reactie op een eerdere ervaring van psychische instorting. Het verlenen van betekenis, wat normaal gesproken op een tentatieve, vloeiende manier gebeurt, is in paranoia een rigide zwart-wit aangelegenheid die geheel buiten de persoon zelf wordt gelegd. Alles wat met schaamte, schuld of onzekerheid te maken heeft wordt geëxternaliseerd. Vaak doet zich een openbaring voor, een plotseling inzicht dat gepaard gaat met de absolute afwezigheid van twijfel.

Vergeleken met de paranoïcus lijdt de schizofreen juist aan een te veel aan betekenis. Een schizofreen ligt constant onder aanval. Alles komt ongefilterd binnen en veroorzaakt chaos. Er zijn geen scherpe grenzen tussen lichaam en buitenwereld. Vandaar dat sommige schizofrenen alles bewaren in vervuilde omstandigheden. Ze zien geen duidelijk verschil tussen hun lichaam (hun persoon) en hun omgeving.

In tegenstelling hiermee is paranoia helder en gecompartimenteerd. Er is sprake van wanen, maar die hoeven niet in een psychose tot uitbarsting te komen. Leaders stelling is dat paranoia jarenlang onopgemerkt en ongetriggerd als stille begeleider van een volstrekt normaal leven kan optreden. Hij noemt dit ‘white or quiet psychosis’.

De gevalsbeschrijvingen die hij geeft, zijn niet bepaald opbeurend. Zo bespreekt hij uitgebreid de zaak Harold Shipman, een Britse huisarts die in de jaren tachtig en negentig 250 zieke en bejaarde patiënten ombracht door middel van dodelijke injecties (in de stadjes Todmorden en Hyde).

Dokter Shipman stond bekend als toegewijde arts en zo afficheerde hij zich ook. Hij had een normaal, liefdevol gezinsleven en genoot in zijn omgeving hoog aanzien. De rechtszaak deed veel stof opwaaien, maar tot een verheldering van de moordmotieven kwam het niet. Shipman deed er het zwijgen toe en hing zichzelf op in de gevangenis, vlak voor zijn 60ste verjaardag, zodat zijn vrouw recht hield op zijn pensioen.

Kinderachtig

Leader verwerpt de in de publiciteit vigerende ‘pure evil’-verklaring voor de moorden als nietszeggend en kinderachtig en construeert een heel verhaal over Shipmans paranoia aan de hand van diens biografie met de moorden als coping mechanism. Hij doet dat intelligent, zoals psychoanalytici altijd wel ergens een slimme draai aan kunnen geven, maar uiteindelijk is zo’n duiding even onbevredigend als de notie van het pure kwaad.

Neem Anders Breivik, aan wie ik meermalen moest denken bij het lezen van dit boek. Een prototypische paranoialijder, die er heilig van overtuigd is dat zijn land door vreemde machten gekoloniseerd dreigt te worden en in zijn eentje extreme maatregelen treft voor het nut van het algemeen. Is de man mad of bad? De ene verklaring voor het aangerichte bloedbad is niet minder pover dan de andere.

Het is jammer dat Leader voor zijn patiëntvoorbeelden voornamelijk uit andere bronnen put en nauwelijks uit zijn eigen praktijk . Behalve aan Shipman, van wie hij alleen dossiers heeft gelezen, besteedt hij een hoofdstuk aan een zekere Aimée, patiënte van Lacan, en geeft hij een herinterpretatie van Freuds beroemde patiënt, de Wolf Man.

Sergej Pankejeff, oftewel Wolf Man, is zijn hele leven (tot z’n 94ste) in therapie geweest bij een keur van freudianen. Hij was zo door en door geanalyseerd dat hij vanaf zeker moment de telefoon opnam met ‘Hallo, met Wolf Man’. Leader herdiagnosticeert Pankejeff als een paranoialijder wiens waan (dat hij niet zozeer een patiënt was als wel een belangrijke medewerker binnen het psychoanalytisch genootschap) stabiliserend werkte.

Hopeloosheid

Wat kan een psychiater betekenen voor een paranoialijder? Leader erkent de hopeloosheid van het ziektebeeld en beveelt een minimale instelling aan. En een hulpverlener moet niet de drang hebben om te helpen, maar de bereidheid om van nut te zijn voor de patiënt. Dat betekent dat hij niet in de rol van autoriteit of expert de werkelijkheid moet opdringen, maar als een dienstbare begeleider moet proberen structuur aan te brengen in de beleving van de patiënt.

Leader ziet zichzelf als secretaris van de door vervreemding geslagen patiënt. Soms is punctuatie (het aanbrengen van voorspelbare momenten in de chaos) het enig haalbare. Het is belangrijker om samen met de patiënt te werken aan de syntax van het dagelijks leven dan aan de semantiek ervan.

Het winnen van vertrouwen met het doel om een veilige plaats te creëren kost onnoemelijk veel tijd en er bestaat een gerede kans dat de therapeut in de loop der jaren zijn belangstelling verliest, wat op de patiënt natuurlijk geen heilzame werking heeft. Zo bezien komt zowel de analytische als de medicamenteuze methode neer op pappen en nathouden.

What Is Madness? is een sterk freudiaans gekleurd exposé over de wordingsgeschiedenis van persoonlijke paranoia. Interessant binnen die parameters, maar de fundamentele vraag ‘wie bepaalt er eigenlijk wanneer een denkbeeld een waandenkbeeld is?’ komt niet aan de orde. En voor een boek dat pretendeert het wezen van paranoia te vatten is dat een serieus manco.

    • Beatrijs Ritsema