‘De kerk heeft meer gegeven dan genomen’

De mooiste geschiedenis is die van de verliezers, vindt historicus Jos Palm. Hij schreef een boek over zijn moeder die haar ouderwetse rooms-katholieke kerk verloor. ‘De kerk bood mijn moeder zekerheid en geborgenheid.’

Jos Palm: ‘Katholieken zijn door hun geloof ontvankelijker voor het communisme dan andere gelovigen’ Foto Leo van Velzen

Een revolutie was het, een rooms-katholieke revolutie. In de jaren na 1965, toen het tweede Vaticaans Concilie eindigde, veranderde veel, zo niet alles in de katholieke kerk. De oude catechismus werd afgeschaft, rituelen veranderden of raakten in onbruik, leken verschenen tijdens de mis op het altaar en deelden hosties uit, jongens- en meisjesscholen werden gemengd en beatmuziek drong de kerk binnen. Vooral in Nederland had de modernisering van de katholieke kerk grote gevolgen: er kwam een Pastoraal Concilie om te bepalen hoe de moderne katholieke kerk moest worden ingericht.

Maar er waren ook Nederlandse katholieken die niets zagen in de modernisering. Zoals de ouders van historicus en radiopresentator Jos Palm. In Zeddam, een katholiek dorp bij Arnhem, zagen zij in een paar jaar tijd de bodem onder hun bestaan verdwijnen. Hoe dat ging en hoe de katholieke kerk tot dan toe hun leven beheerste, beschrijft Palm (1956) gedetailleerd en persoonlijk in Moederkerk. De ondergang van rooms Nederland. Aan de hand van archieven, boeken, maar vooral de nalatenschap van zijn moeder Greetje Welsing (1916-2006) laat hij zien hoe haar leven is bepaald door geloof en kerk. Een pastoor die Greetjes moeder een huwelijk met een pedofiel had aangepraat, was er verantwoordelijk voor dat ze opgroeide in een gebroken gezin. Later verbrak Greetje wegens haar geloof de verloving met een mooie protestantse jongen, de liefde van haar leven. Weer later moest ze meemaken hoe drie van haar zes kinderen, onder wie de jongste zoon Jos communist werden. Maar tot midden jaren zestig stond de katholieke kerk ook garant voor geborgenheid. „Zoals katholieken vroeger zeiden: de kerk die geeft en de kerk die neemt”, zegt Jos Palm in zijn met boeken volgestouwde kamer in de Amsterdamse Pijp.

Waarom hebt U Moederkerk geschreven?

„U bedoelt natuurlijk: waarom hebt u een boek geschreven over zo’n verderfelijk, immoreel instituut vol seksbeluste priesters die zich vergrepen aan jongens? De seksschandalen die nu naar buiten komen zijn inderdaad misselijkmakend en ze zijn de doodsklap voor de katholieke kerk. Maar ik zie ze toch vooral als een incident. Ik wil niets afdoen aan het onnoemelijke leed, maar het was maar een paar procent van alle priesters die zich bezondigden aan ontucht met kinderen.

„De reden dat ik Moederkerk heb geschreven is dat de modernisering van de katholieke kerk altijd is beschreven door historici die er welwillend tegenover stonden. Maar er waren ook mensen, zoals mijn ouders, die hun wereld zagen instorten. Zij waren de verliezers van de modernisering. Hun verhaal wilde ik vertellen: de mooiste geschiedenis is die van de verliezers.”

Buitenstaanders denken vaak dat het katholieke geloof een vrolijke bedoening is waarbij de gelovigen het niet zo nauw nemen met de ge- en verboden. Maar uit uw boek komt het katholicisme naar voren als een streng, vreugdeloos geloof.

„Toch is dat niet het beeld dat ik wilde schetsen. De katholieke kerk was voor velen een veilig, warm nest dat veiligheid bood en zekerheid, vooral veel geloofszekerheid. Zo heb ik het in mijn vroege jeugd ook zelf ervaren. Buiten de kerk was geen zaligheid, de gelovigen waren als het ware gevangenen met de pastoors en priesters als cipiers. De gelovigen leden aan een soort Stockholm-syndroom: ze waren gegijzeld door een dwanginstituut, maar ze voelden zich er wel bij. De gehoorzaamheid was vrijwillig, en ze waren wel degelijk een beetje gelukkig. Hun leven was aangekleed met missen, gebeden, biecht en feestdagen. De kerk bood mijn ouders ook emotionele rijkdom.”

De jaren zestig brachten een ongekende ommekeer. Van de volgzaamste katholieken werden de Nederlanders de meest vrijgevochten. Is zo’n radicale omslag typisch Nederlands?

„De grote volgzaamheid van de Nederlandse katholieken komt voort uit het feit dat ze in de 19de eeuw een grote, maar marginale minderheid waren. Het is ongelooflijk hoe protestanten toen over katholieken spraken. Alsof ze papoea’s waren. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, in 1853, moest de katholieke kerk haar positie in Nederland bevechten en dat kon alleen door de gelederen volstrekt gesloten te houden. De macht van de katholieke kerk was het grootst in de 19de en 20ste eeuw, niet alleen in Nederland maar ook in België, Oostenrijk en zuidelijke Europese landen. De kerk ging toen een succesrijk verbond aan met massamedia; boekjes, brochures, dagbladen en later radio en tv.

„De ommekeer in de katholieke kerk in de jaren zestig kwam doordat ze zich op een of andere manier moest aanpassen aan het toen onweerstaanbaar opkomende individualistische levensgevoel. Maar het was een revolutie van bovenaf, de meeste gelovigen hadden daar niet om gevraagd. En misschien is het wel typisch Nederlands dat de elite een vlucht naar voren maakt als de boel begint te schuiven, zoals de historicus James Kennedy beweert. In Nederland begonnen kardinaal Alfrink en sociologen als pater Goddijn het Pastoraal Concilie, een Nederlandse versie van het Tweede Vaticaanse Concilie.”

Maar de revolutie van bovenaf is uiteindelijk mislukt, schrijft u. Waardoor?

„Het is misschien een botte vergelijking, maar net zo min als het stalinisme laat de katholieke kerk zich hervormen. Als je de hiërarchie van paus, bisschoppen en pastoors aantast, als de pastoor niet meer de alleenheerser van een parochie is en als de kleinheiligheid van dagelijkse rituelen en gebeden verdwijnt, dan blijft er niets over van het katholicisme. Die rituelen waren namelijk de essentie.

„Katholieke gelovigen hadden een soort contract met hun kerk, met de priester eigenlijk, die hun in ruil voor goed gedrag en betrouwbare gelovigheid de belofte van het hiernamaals bood. De katholieke revolutie verbrak dit contract, en dit betekende dat de gelovigen net zo goed protestant konden worden, met een persoonlijke verhouding tot God.”

Zelf bent u overgestapt van het katholicisme naar het ‘geloof der kameraden’. Hoe ging dat?

„Katholieken zijn door hun geloof ontvankelijker voor het communisme dan andere gelovigen. Ook het communisme is een heilsleer, met de belofte van een paradijs. Mijn oudste zus was in Nijmegen gaan studeren en verkeerde daar in maoïstische kringen. Als 14-jarige wilde ik revolutie maken en ben ik gestopt met school. Uiteindelijk werd ik lid van de SP, toen nog een sektarische partij met een eigen communistische catechismus, het boekje van Politzer. Ik heb het tot politiek commissaris van Doesburg geschopt.”

Communisme en katholicisme onder één dak: hoe ging dat in Zeddam?

„Voor mijn moeder was het communisme van haar kinderen een vreselijk drama. Het gezin moest voor haar toch een toonbeeld van harmonie zijn. Ze vroeg zich af waar ze het aan had verdiend. Maar ze vond wel dat we zelf moesten beslissen, ze nam het katholieke leerstuk van de vrije wil serieus, zonder het te kennen overigens. Ze vermeed het onderwerp politiek en geloof.

,,Met mijn vader hebben we wél discussies gehad, over de massamoorden van Stalin bijvoorbeeld. Die liepen soms hoog op: mijn zus is een paar jaar niet thuis gekomen. Maar ook hij had een tolerante kant. We mochten zijn auto gebruiken om SP-affiches te plakken. Toen we een keer in Doetinchem werden opgepakt wegens plakken, begreep de agent er niets van. Onder de SP-affiches lagen RKPN-affiches tegen abortus.”

Wanneer bent u van het Geloof der kameraden afgevallen?

„Begin jaren tachtig, toen ik een opleiding deed voor leraar geschiedenis. Studeren was in de SP iets dat je niet moest doen. Door geschiedenis te studeren kwam ik erachter dat de revolutie een monster was en ook niet paste bij Nederland. Ik zat bij een sekte, al mijn vrienden waren bij de SP. Buiten de partij had ik geen leven. Ik ben uiteindelijk gevlucht naar Amsterdam.”

Heeft de katholieke kerk uw moeder meer gegeven dan afgenomen?

„De kerk viel weg en haar gezin viel uiteen. Maar toch heeft de kerk haar veel geborgenheid geboden. Vooral toen ze voor haar huwelijk tien jaar als leidster bij de katholieke jeugdbeweging zat, heeft de kerk haar veel gegeven. Daar werden de meisjes weliswaar getraind tot goede katholieke moeders, maar mijn moeder genoot er ook een relatieve vrijheid.

,,Uiteindelijk moet ik antwoorden met een voorzichtig ja: bij mijn moeder heeft de kerk meer gegeven dan genomen.”

Jos Palm: Moederkerk. De ondergang van rooms Nederland. Contact, 270 blz. € 19,95