De camera is een afgod

Roem is de nieuwe religie in Robert Vuijsjes tweede boek. Het hoogste doel is de personal glossy – totdat alles in duigen valt.

Arjen Fortuin

Boekrecensent

Tja, het tweede boek – je zou er een succesvolle debutant graag van verlossen. Werd het eerste boek in alle rust en stilte geschreven, bij het tweede kijkt ineens de hele wereld over je schouder mee. Zelfs als je schrijft, ben je ineens een stuk minder alleen.

Je kunt proberen je af te sluiten voor dergelijke gedachten, of je kunt proberen er een thema van te maken. Dat deed de Duitse schrijver Daniel Kehlmann (1975), die het succes van Het meten van de wereld liet volgen door de vreemde en verrassende roman Roem – die zijn faam alleen maar vergrootte.

Kehlmanns generatiegenoot Robert Vuijsje (1970) doet iets vergelijkbaars in Beste vriend, de opvolger van Alleen maar nette mensen, dat hem drie jaar geleden in één klap beroemd maakte. ‘Roem is de nieuwe religie’, zegt de hoofdpersoon ergens in het begin van het boek – het had zo het motto van de roman kunnen zijn.

Beste vriend is niet alleen de opvolger van Alleen maar nette mensen, het leest als een vervolg. Ging Vuijsjes debuut over een Amsterdamse jongen uit een Joods gezin die valt op de borsten en de billen van Surinaamse vrouwen, zijn tweede boek draait om een Amsterdamse man van Joodse komaf die getrouwd is met een Surinaamse vrouw met wie hij een zoontje heeft.

Deze man, Sam Green, is beroemd. Waarom is niet helemaal duidelijk. Af en toe heeft Sam het over ‘mijn werk’, maar wat dat is of was, blijft buiten beeld. Misschien is hij wel schrijver. Waarmee de roman een cynisch beeld van het moderne schrijverschap zou schetsen: het gaat niet om je boeken, het gaat om je faam.

Dat niemand nog weet hoe hij beroemd is geworden, kan Sam niets schelen. Sterker: hij vindt dat het bijdraagt aan zijn status: zoals Sam uitlegt aan een collega-gast in een talkshow: ‘Ik kom niet als expert over een ander onderwerp praten. Zoals jij. Ik ben zelf het onderwerp. Dat is hoger.’ Het allerhoogste, de hoogste vorm van aandacht is de personal glossy – een tijdschrift geheel gewijd aan jezelf. De SAM is voor Sam Green dan ook het belangrijkste levensdoel. Hij heeft ook een coach, Rocky, die hem moet helpen dat doel te bereiken.

Dat thema geeft Vuijsje de gelegenheid om de ijdelheid van het beroemde leven te beschrijven: de lege feestjes, de volle goodiebags, de zielloze gesprekjes voor de camera en de diepe ernst waarmee dat alles wordt beleden. Daarbij komt de feitelijke, wat naïeve toon van de schrijver goed tot zijn recht. Bijvoorbeeld wanneer Sam bij de presentatie van een Chinees kookboek kort wordt geïnterviewd door een televisiejournaliste. Hij zegt iets over Peking-eend, zij zegt dat ze dat een mooi einde van het gesprekje vindt, waarop de cameraman zich verwijdert. ‘Alies en ik bleven tegenover elkaar staan. Het was niet duidelijk of we verder zouden praten.’ Waarna de kille leegte je vanzelf laat huiveren.

Op de achtergrond van het publieke leven van Sam speelt zijn liefde voor zijn zoontje Sammie, iets tragisch wat ooit met zijn moeder is gebeurd en de slechte relatie die Sam met zijn vader heeft. Dat is de man die zijn naam veranderde van Groen in Green; Sam heeft zijn ijdelheid en zijn egomanie niet van een vreemde.

Met zijn huwelijk gaat het slecht: Venus zou het liefst naar Suriname willen, of anders toch in elk geval naar Almere, waar haar moeder woont. In bed gebeurt niet veel meer: Sam belandt af en toe in zijn ‘werkappartement’ om de hoek met andere vrouwen, die hij dan ondervraagt over wat hun mannen lekker vinden en of hij even goed is in bed – de mannelijke concurrentie is belangrijker dan de vrouwen.

Het is een licht verhaal, Vuijsje is geen schrijver van diepe gronden. Maar ook een licht verhaal kan iets belangwekkends laten zien. Wat is bijvoorbeeld de precieze betekenis van ‘Roem is de nieuwe religie’?

Als je het Sam Green hoort zeggen, ben je geneigd te denken dat het gaat om een nieuwe volksgodsdienst, waarbij de massa is bekeerd tot de aanbidding van beroemdheden, maar je moet het denk ik anders zien. Want als je goed naar de personages in Beste vriend kijkt, geven ze helemaal niet om de massa – het gaat alleen om de camera. Die is het afgodsbeeld dat ze aanbidden, zij zijn de religieuzen die de roem aanbidden. Sam Green en de zijnen zijn in deze roman niet de aanbedenen, maar de aanbidders. De televisie is God.

Vuijsje staat met die thematiek niet alleen: ook Peter Drehmanns (De schrijver en zijn meisjes), Henk van Straten (Superlul) en Raoul Heertje (Mark Rutte is lesbisch) stortten zich dit jaar op de wetten van de literaire aandachtseconomie.

Met Sam Green kan het intussen niet goed gaan. Voor hem gaat het mis als een roddelblad een stuk publiceert over ‘Sam Green en zijn seksappartement’. Hij dreigt zijn vrouw én zijn zoontje te verliezen. Voor de minnares heeft hij ook afgedaan: ‘Dan ga je weer van die creepy vragen stellen over Dean? En het komt in de krant? Nee dank je.’ Zo verandert Beste vriend van een sociale satire in een vader-zoondrama, of eigenlijk een vader-zoon-vaderdrama, want ook Sams vader krijgt een grotere rol.

De ontwikkeling is logisch in dramatische zin – geen romancier laat zijn held met zo veel ijdelheid wegkomen – maar Vuijsje slaat zich zo zijn eigen wapens uit handen. Want juist de ironische distantie waarmee hij zo goed schrijft over sociale milieus (Amsterdams-Joods, Amsterdams-Surinaams, Amsterdams-hip) kan hij niet gebruiken bij de ernstige crisis waarin Sam Green belandt.

Zo wordt Beste vriend al snel een veel treuriger en veel minder opwindend boek, vol scènes die royaal overhellen naar het sentiment. Zoals deze passage, waarin voor het dramatisch effect de meeste zinnen een losse alinea vormen: ‘Ik ging naar buiten./ In de auto lag zijn stoeltje./ Achter op de fiets zat zijn kinderzitje./ Niet met de auto en niet op de fiets. Lopen./ Om de hoek was de bakker waar hij krentebollen wilde kopen. Ernaast was de slager die hem iedere keer een plakje worst gaf.’

Tegen dergelijke zinnen is geen roman bestand, zelfs niet als die raakt aan sterke thema’s. Want de frictie tussen de aanbidding van de roem en die van het ouderschap (ook een vorm van moderne devotie, tenslotte) is goed materiaal, zoals al bleek uit Vladiwostok! van P.F. Thomése die het ouderschap tegenover politieke ijdelheid plaatste en zijn held heen en weer liet slingeren tussen het een en het ander.

Bij Vuijsje komt het niet echt tot een conflict. Sam Green slaat om als een blad aan een boom: eerst moet alles wijken voor zijn personal glossy, dan voor zijn kind. Spannend wordt het niet meer; dat Sam Green zich in beide situaties even snel in de nesten werkt, kan dat niet compenseren.

De moraal van het verhaal is dat wie zich overlevert aan de roem, uiteindelijk zelf niet meer zoveel te beslissen heeft, dat er menselijkerwijs geen ontsnappen meer aan is – zoals een succesvolle debutant nu eenmaal niet kan ontsnappen aan die tweede roman.

Robert Vuijsje: Beste vriend. Nijgh & Van Ditmar, 240 blz. € 17,50