'Als alles goed is, is niets iets waard'

„Als de kwaliteitskrant al geen richting aangeeft, wie dan wel?” Bo Tarenskeen baseerde een voorstelling op „de richtingloosheid bij de NRC”, die hij illustratief acht voor de tijdgeest.

Ben van Duin

Niet zomaar een cruise, nee, een ‘culturele wereldreis’. Een bootreis langs antiek Athene en literair Odessa, langs de jazzkelders van New Orleans, langs Alexandrië en Atlantis. Met alle mogelijke cursussen, workshops en lezingen naar keuze. Aan boord prijswinnaars, abonnees en de hoofdredacteur van een ‘liberale kwaliteitskrant’, want die heeft de reis georganiseerd. Theatermaker Bo Tarenskeen (30), NRC-abonnee, schreef en regisseert de lunchvoorstelling ’t Schip, die gaat over ‘zijn’ krant.

Maar net zo goed gaat zijn stuk over de tijdgeest. Over de liefde; het menselijk onvermogen tot communicatie, tot contact. Over een jochie van drie met gescheiden ouders. Over de complete westerse cultuurgeschiedenis. En over het grootste cruiseschip ter wereld. Dit alles intuïtief en omzichtig samengebracht in een caleidoscopisch, gefragmenteerd geheel.

’t Schip is een poëtische, abstracte tekst geworden. Maar een van de vertrekpunten was heel concreet. Tarenskeen: „Lezers van jullie krant hadden in een enquête gezegd: kunst moet mooi zijn, kunst moet vermaken. Vervolgens nam het hoofdcommentaar die mening kritiekloos over. ‘Iedereen heeft gelijk’, stond er. Als een kwaliteitskrant dat schrijft, dan is het einde zoek.” Hij voelde zich in de steek gelaten, zegt Tarenskeen. „Ik vond het een bewijs van richtingloosheid. We durven geen onderscheid te maken; criteria zijn verdacht. We durven niet meer te zeggen: dit heeft kwaliteit en dit niet. Maar als alles goed is, dan is niets nog iets waard.”

In ’t Schip neemt de regisseur wraak. „De krant organiseert de meest fantastische excursies; er zijn honderden cursussen te doen. Maar het interesseert de reizigers niet.” Dat is, toont Tarenskeen in een meesterlijke scène, het gevolg van overaanbod en gelijkschakeling.

De passagiers bespreken met elkaar de activiteiten. Gaan ze naar een voordracht van een schrijver? Of naar een presentatie over de onmogelijkheid van vrije wil? („Ik wilde wel, maar het lukte niet”, zegt een passagier). Een symposium over actief burgerschap dan? „Interesseerde me niet zo.” De lezing over onthaasten? „Ik was te laat.” Tarenskeen: „In de ene zaal spreekt de Dichter des Vaderlands, in de volgende DJ Tiësto. Het is allemaal even belangrijk en iedereen heeft gelijk. Dat slaat op den duur dood.”

Hij vond de richtingloosheid bij de krant illustratief voor de tijdgeest: „De discussie over leiderschap, het onderscheid tussen vreemd en eigen, de herdefiniëring van bezit: wat is van mij, van ons?” Zijn schip vaart niet, het drijft. „Dat komt overeen met mijn gevoel over deze tijd, een gevoel van onbestemd onderweg zijn. En als de kwaliteitskrant al geen richting aangeeft, wie dan wel?”

Naast de krant vormde schrijver Herman Melville een inspiratiebron. Evenals de bootreizen die Tarenskeens oma maakte tussen Nederlands-Indië en Nederland en de Oasis of the Seas, het grootste cruiseschip ter wereld. Daarop baseerde hij de vorm van zijn schip: een O, een cirkelvormige rij hutten die uitkijken op een promenade in het midden. „Er is geen uitzicht op zee, maar uitzicht op elkaar. Daar wordt bij de Oasis of the Seas serieus reclame mee gemaakt. Dat heb ik in mijn voorstelling doorgetrokken. Niemand hoeft de zee te zien, iedereen aan boord wil alleen maar naar elkaar kijken. Maar wat zien we dan eigenlijk helemaal?”

Bo Tarenskeen: ’t Schip, Bellevue lunchtheater. Inl.:theaterbellevue.nl