Alexander ging op de koffie bij de Henks en Ingrids van Nederland

D66-leider Pechtold sprak met PVV-stemmers en schreef daar een boek over. Die PVV’ers willen Wilders liever niet als premier, constateert Pechtold met enig plezier.

Alexander Pechtold sprak met Henk en Ingrid. Zijn conclusie: Henk en Ingrid bestaan niet.

Geert Wilders gebruikt deze benaming alleen maar om eenheid te scheppen terwijl er geen eenheid is. De onvrede onder de PVV-stemmers, zo stelt Pechtold in een vandaag verschenen boek, heeft sterk verschillende oorzaken. PVV’ers hebben ook uiteenlopende politieke opvattingen.

D66-leider Alexander Pechtold was jarenlang de felste bestrijder van Geert Wilders. Dat bezorgde hem veel aandacht, en ook extra zetels. „Zonder Wilders geen Pechtold”, zei Geert Wilders wel eens. Het laatste jaar richtte Pechtolds oppositie zich veel minder op de PVV-leider, maar op de partijen die met hem samenwerken. Hij zei hierover in oktober: „Ik richt me nu minder op Wilders, maar veel meer op degenen die zich laten besmetten met het gevoel van dat het allemaal zo zwart-wit en extreem moet.” VVD’ers en CDA’ers.

Maar vandaag publiceert hij het boek Henk, Ingrid en Alexander. Hij voerde in het najaar dertien gesprekken met PVV-stemmers. De weerslag daarvan, en zijn gedachten erover, liet hij – „omdat ik nog altijd meer een spreker ben dan een schrijver” – optekenen door publicist Bart Snels, voorheen de woordvoerder van GroenLinks-leider Femke Halsema.

Het is dus een diverse groep, valt Pechtold op. Eén overeenkomst is er wel: de afkeer van de PvdA. „Wat ik de PvdA kwalijk neem is dat ze geen standpunt meer hebben. Ze zijn een windvaan op een dobberend schip”, zegt een PVV’er in het boek. Pechtold houdt één van hen nog wel voor dat Job Cohen als staatssecretaris ooit een strenge asielwet invoerde. Het maakt weinig indruk. „Ik hoop dat de PvdA nooit meer regeert. Ik ben blij dat de SP er is. Die houdt de PvdA klein”, zegt de 28-jarige Joris den Oetelaar tegen Pechtold.

Nog een opvallend punt: de meeste Wilders-aanhangers die Pechtold sprak hebben eigenlijk weinig tegen de islam. Ze zeggen: „Wat Wilders zegt over de islam, daar sta ik niet altijd achter. Ik heb niets met religies.” Of: „De islam is een ander geloof, maar ik heb er geen last van.” Over zijn voorstel voor een kopvoddentaks zijn ze ook niet echt te spreken. „De kopvoddentaks, dat was niet handig. Het is ook geen islamitisch stemvee, maar buitenlands stemvee”, zegt de één. Een ander: „Ik denk dat hij de kopvoddentaks niet echt wilde invoeren.”

Een enkeling is wel duidelijk tegen de islam: „Ik wil geen moskeeën. Of dat consequent is of niet, dat maakt me niet uit. Ik wil hier kerken zien.” Pechtold vond dit de lastigste gesprekken, omdat argumenten er niet meer toe doen. „Mijn gesprekspartners verwachten dat politici consequent en helder zijn, maar zelf hoeven ze dat kennelijk niet te zijn.” Een deel van de aanhang, zo stelt hij vast, ziet het cultuurverschil met moslims als een onoverbrugbare kloof. „Voor hen zijn de Nederlandse waarden en normen het houvast voor een nostalgisch idee dat het vroeger beter was.”

Met enig plezier laat Alexander Pechtold optekenen dat zijn aanhang Wilders niet ziet als toekomstig premier. „Dat is een stap te ver.” En een ander: „Nee, geen premier, geen vicepremier, geen minister van Buitenlandse Zaken. Dat kun je niet maken.” Het zou Nederland te veel schade berokkenen in het buitenland.

De poging van Pechtold om de PVV-aanhang beter te begrijpen leert hem meer. Dat ze zich afkeren van de traditionele middenpartijen omdat die geen duidelijke standpunten meer hebben. Wilders geeft die duidelijkheid wel, en is eerlijk als hij een politieke draai maakt. Dat hij dat bijvoorbeeld deed met de verhoging van de AOW-leeftijd nemen ze hem niet kwalijk. Van massale xenofobie is geen sprake. De meeste zorgen betreffen hun werk, hun inkomen, de gezondheidszorg. Geld voor ontwikkelingssamenwerking kan beter aan binnenlandse problemen worden besteed. Ook over Europa denken de gesprekpartners negatief, al zijn ze genuanceerder dan Wilders zelf.

D66 haalde de gesprekpartners voor een deel uit eerdere publicaties over de PVV. Zo sprak hij met drie mannen die in 2009 figureerden in een stuk in NRC Handelsblad. Op basis van twintig interviews trok deze krant de conclusie al dat de PVV een brede volksbeweging is. Stemmers hebben veel of weinig geld. Ze zijn christelijk of tegen godsdienst. Laagopgeleid of student aan de universiteit. Ze leven geïsoleerd of hebben juist een grote vriendenkring. Een deel kent stadse probleemwijken uit eigen ervaring, anderen komen zelden of nooit hun dorp uit. Dat is ook het beeld dat uit het boek van Pechtold oprijst: „Hun stem is vooral een stem tegen andere politieke partijen en hun onvrede betreft verschillende aspecten van de samenleving.”

Wat doet Pechtold met zijn opgedane kennis? Hij toont zich, vanzelfsprekend, een partijpoliticus. Hij probeert de lezer van zijn gelijk te overtuigen. „Ben ik anti-Wilders? Nee, ik ben pro-beschaving.” Hij haalt hier en daar vilein uit naar andere politieke tegenstanders. „De opmerking die me het meest raakte, was die van Mark Rutte, die in november 2009 in Buitenhof zei: ‘Wilders en Pechtold hebben elkaar nodig, dat zijn vriendjes geworden.’ Wie heeft zich volledig afhankelijk gemaakt van de PVV? Wie zit er elke dag in het Torentje dankzij zíjn politieke vriendschap met Wilders? Wat nou vriendjes?”

Pechtold profileert zich in zijn boek zoals hij het laatste jaar D66 graag neerzet: eenzaam en radicaal in het midden. Hij maakt zich zorgen over de bestuurbaarheid van Nederland; de oude middenpartijen bewegen zich naar de flanken; de PvdA richting SP, de VVD en CDA richting PVV. Terwijl de grote uitdagingen altijd in het centrum worden aangepakt. Uiteindelijk is de analyse van de D66-oprichters in de jaren zestig nog altijd actueel: „De achterkamer is drukbevolkt, het regentendom herleeft. Zie hoe minister Donner zijn functie bij de Raad van State via het CDA heeft binnengesleept.” Met meer transparantie en meer democratie zal het vertrouwen van burgers in de politiek en de overheid vergroten, denkt de D66-leider. Het is nodig Europa democratischer te maken en beter het nut ervan uit te leggen – beter dan hij zelf als minister deed in 2005. Het stemt hem hoopvol dat deze mensen niet alleen maar ‘boe’ roepen maar willen meedoen aan het debat over de toekomst van ons land.

Henk en Ingrid bestaan dus niet, zegt Pechtold. Misschien moet zelfs Wilders deze term niet al te vaak meer gebruiken, want de PVV-stemmers reageren geërgerd als Pechtold ze zo aanspreekt. „Ik ben geen Henk”, zegt student Jeffrey Pol. „Dat zijn stereotypen, eenvoudige mensen die ook op de SP kunnen stemmen. Het is een marketingconcept.” Wilders moet ook nog wel wat inspanning doen om deze mensen achter zich te houden. „Ik heb maar één keer op hem gestemd. Ook andere mensen zullen achter hun oren krabben of ze dat de volgende keer weer doen”, zegt juwelier Wim Eweg.

Maar naar Pechtold gaan ze niet. Henk en Ingrid, of hoe ze ook mogen heten, lieten zich in dertien uitvoerige gesprekken niet van zijn gelijk overtuigen.

Alexander Pechtold: ‘Henk, Ingrid, en Alexander’. Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, 207 pag, € 14,95

    • Herman Staal