Achter elke naaldboom het kwaad

Ook de Deen Jussi Adler-Olsen, erfgenaam van Sjöwall en Wahlöo, is succesvol. Waar komt dat Scandi-crimi-succes toch vandaan?

Jussi Adler-Olsen

De Deense thrillerschrijver Jussi Adler-Olsen heeft Stieg Larsson in Nederland vorig jaar verslagen; de vier delen van de Serie Q verkochten beter dan de Millennium-trilogie. Wéér een groot thrillersucces en wéér uit Scandinavië. dat kan bijna geen toeval zijn – en dat is het ook niet.

Jussi Adler-Olsen construeert zijn boeken net als Larsson en andere collega’s op het traditionele fundament van de Scandinavische thriller, dat in de jaren zeventig door Maj Sjöwall en Per Wahlöö werd gelegd: paranoia.

Adler-Olsens zojuist in vertaling verschenen en op zichzelf staande thriller Het Washingtondecreet is een onderhoudende, vuistdikke dosis verraad. Een perfide club samenzweerders slaagt erin het presidentschap van de Verenigde Staten te kapen, de grondwet van tafel te vegen en het land in luttele weken te veranderen in een gewelddadige hel die de Burgeroorlog van 1861 evenaart en de rest van de wereld de adem doet inhouden.

Dit drama begint met de moord op de tweede vrouw van de kersverse president Bruce Jansen, wiens eerste vrouw ook al bij een aanslag werd gedood. Twee dode echtgenotes doen bij Jansen de stoppen doorslaan en hij vaardigt een serie draconische presidentiële decreten uit die de VS moeten veranderen in een land dat niet langer zucht onder torenhoge misdaadcijfers.

De reden dat de Amerikaanse bevolking deze maatregelen aanvankelijk lijkt te slikken, is een reeks bloedige en verdacht strategische aanslagen die tezelfdertijd plaatsheeft en het angstige electoraat klaarstoomt voor wetten die het kort daarvoor zou hebben weggehoond. Achter al deze drukte ontwaart de lezer een complot van duistere krachten.

Jussi Adler-Olsen gebruikt een kamerbreed canvas om dit verhaal op te zetten. Het boek verschilt daarin iets van de Serie Q, die zich in Denemarken afspeelt en minder uitbundige samenzweringen bevat.

Maar behalve in het eerste en beste deel De vrouw in de kooi gebruikt Adler-Olsen ook in die boeken een samenzwering als basis; in De fazantenmoordenaars, De noodkreet in de fles en Dossier 64 is steeds sprake van een elitair, sektarisch of door de overheid op poten gezet complot.

Dat heeft zijn werk gemeen met dat van Stieg Larsson, waarin tegen de hoofdpersonages Salander en Blomkvist complotten worden gesmeed door rechts-extremisten, het grootkapitaal, kinderporno-netwerken, geheime diensten en de staat. Ook Henning Mankell, de eerste die na Sjöwall & Wahlöö de Scandinavische thriller-industrie opjoeg tot boomverslindende oplagen, zag in zijn Wallander-boeken de Zweedse maatschappij ten prooi vallen aan de belangen van staat, kerk en industrie. In de traditionele, vuistdikke Scandi-thriller schuilen achter elke naaldboom Geheime Groeperingen.

Waar komt het paranoïde wantrouwen van Adler-Olsen en verwanten vandaan? Het stamt uit de tien thrillers die de Zweden Maj Sjöwall en Per Wahlöö in de periode 1965-1975 schreven. Waren de eerste delen nog traditionele policiers, de laatste zijn een juichende ode aan post-1968 ‘wij-zij’-denken dat maatschappelijke verschoppelingen ziet zuchten onder het juk van de machthebbers.

Dit recept verklaart de ingrediënten, maar niet het succes. Waarom wordt het dertig jaar later nog steeds nagekookt? Volgens de Zweedse auteurs Anders Roslund en Börge Hellström, wier briljante thriller Drie seconden alle bovengenoemde boeken overtreft, mag de weerklank die de donkere Scandinavische Standaardformule bij het eigen publiek vindt niet worden verklaard met clichés als het eindeloze grimmige landschap, het pokkeweer en het winterse gebrek aan daglicht. Volgens hen zijn het vooral de dwang en snelheid waarmee Scandinavië in de 20ste eeuw werd omgevormd van rurale gemeenschap tot hightech Walhalla en de soms Orwelliaanse bevoogding van overheid jegens burgers die een anti-institutioneel ressentiment uitlokten. Ook protestantse zelfhaat speelt een rol, wellicht ook bij het succes in Nederland: een maatschappij die zulke misdadige stromingen voortbrengt, móét daar zelf wel debet aan zijn.

Hoewel Adler-Olsen de Scandinavische Standaardformule in Het Washingtondecreet en de Serie Q volgt, voegt hij een aangename dosis humor toe; er wordt gelukkig getornd aan de loodzware ernst van Sjöwall & Wahlöö, Mankell en Larsson. Toch moet men voor werkelijk ‘vrije’ thrillers bij de Noor Jo Nesbø, de IJslander Arnaldur Indriðason en de Zweden Håkan Nesser en Roslund & Hellström zijn. Hun werk is wél maatschappelijk bevlogen, alleen zijn hun daders geen boze machten maar criminele individuen. Net als in het echt.

Toch zal het model van Sjöwall & Wahlöö overleven; Scandi-thrillers zijn een succes in de Verenigde Staten, waar wantrouwen jegens de staat endemisch is. Adler-Olsens Serie Q werd er dan ook enthousiast begroet.