Witteman: ‘Claus wilde dat ik zijn zoon kritisch ondervroeg’

Vanavond op tv: Linda de Mol spreekt met Máxima en Willem-Alexander over het Oranje Fonds. Hoe vrij is de journalist die spreekt met een lid van het Koninklijk Huis? Paul Witteman blikt terug.

Paul Witteman spreekt met Willem-Alexander in Het Oude Loo over zijn voorbereiding op het koningsschap, 1997.

Paul Witteman interviewde prins Willem-Alexander twee keer: één keer alleen, in 1997, en één keer samen met collega Maartje van Weegen, in 2002. Máxima zat er die laatste keer ook bij.

Hoe kwam het eerste gesprek met Willem-Alexander tot stand?

„Voor Nova en Buitenhof had ik heel wat illustere figuren geïnterviewd. Wie zou ik écht nog eens willen spreken, vroeg ik mij af. Willem-Alexander. Omdat ik destijds ook de interviews met de minister-president deed, had ik veel contact met RVD-directeur Eef Brouwers. Hij beloofde een balletje op te gooien.

„Het groene licht kwam pas toen de adviseurs van de prins concludeerden dat het goed was als hij zijn serieuze kant eens liet zien: zo kon hij tegenwicht bieden aan zijn imago van studentikoze losbol. Door mijn gezaghebbende interviews met politici viel de keuze op mij. ‘Hare Majesteit vindt het wel een interessante gedachte’, liet Brouwers weten. ‘Misschien wil je tijdens een bijeenkomst met haar, prins Claus en Willem-Alexander de gespreksonderwerpen toelichten’.”

Een voorgesprek.

„Eigenlijk wel, ja. Willem-Alexander zat er uiteindelijk niet bij, die heb ik apart ontmoet. Toen ik zijn ouders sprak, kreeg ik de indruk dat Claus dacht dat Willem-Alexander er baat bij zou hebben als hij zo kritisch mogelijk zou worden ondervraagd – een punt dat hij ook met zijn zoon heeft besproken. Willem-Alexander zou toen gezegd hebben: ‘Ja, maar ik krijg op mijn kop als ik alles zeg’. Waarop Claus antwoordde: ‘Geef Witteman in ieder geval de ruimte om kritisch te zijn’.”

Waaruit maakte u op dat Claus een kritische opstelling waardeerde?

„Claus zei tegen mij: ‘Je mag best wat kritischer zijn dan je normaal gesproken zou verwachten bij een interview met een kroonprins’. De koningin glimlachte daar vriendelijk bij op een manier die deed vermoeden dat zij het daar niet mee oneens was. Ze verwachtte waarschijnlijk dat Willem-Alexander serieuzer zou overkomen naarmate de vragen serieuzer zouden zijn.”

Hoeveel vrijheid kreeg u?

„Ik zei dat ik als interviewer alle vragen wilde kunnen stellen. Zij gaven aan dat, gelet op de ministeriële verantwoordelijkheid, niet alle vragen konden worden beantwoord. Daardoor zit je met een dilemma: moet je vragen stellen waarvan je zeker weet dat het antwoord uitblijft? Het komt de flow van het gesprek niet ten goede als Willem-Alexander steeds zegt: daar kan ik niets over zeggen. Ik heb daarom een lijst met vragen samengesteld waarop ik een behoorlijk antwoord verwachtte.”

Moest u de vragen vooraf voorleggen?

„Nee. Maar de RVD vroeg wel naar de essentie van het gesprek. Ik zei dat ik het wilde hebben over de toekomst van de prins, een eventueel huwelijk, wat hij met zijn studie wilde doen en hoe hij de samenwerking met het parlement zag.

„We zaten dus met de beperking dat hij sommige vragen niet wilde beantwoorden, maar we wisten ook dat we bepaalde vragen wel móesten stellen, omdat het de kijker anders zou bevreemden. Zo stelden wij bijvoorbeeld de vraag of er politieke issues zijn waar hij zijn koninklijke handtekening niet onder zou zetten. Je weet: daar loopt hij niet op vooruit. Maar het is wel een vraag die niet ongesteld mag blijven. Ik moet wel zeggen dat Willem-Alexander zich zeer coöperatief opstelde. Hij was een beetje zenuwachtig, maar dat begreep ik wel: voor hem stond er veel op het spel.”

Was u zelf ook zenuwachtig?

„Nee. Een interview houden met de minister-president in een spannende periode is moeilijker dan iemand introduceren van wie mensen vrij weinig weten. Er was hooguit enige nervositeit over de vraag of het uiteindelijke resultaat goed genoeg was. Was dat niet het geval geweest, dan zou het gesprek niet zijn uitgezonden en hadden wij ongelooflijk veel werk voor niks gedaan.”

Goed genoeg voor wie?

„Voor de kijker. Die moest denken: wat een interessant gesprek.”

Maar de RVD moest het gesprek toch ook goedkeuren?

„Dat is een andere kwestie. En bovendien: Eef Brouwers was niet op zijn achterhoofd gevallen, die wist ook wat goed is en wat niet. Uiteindelijk hebben de Majesteit en de toenmalige minister-president [Wim Kok] er ook naar gekeken. Voor zo ver ik weet was iedereen enthousiast over het resultaat.”

Willem-Alexander wekte de indruk dat hij u goed kent: tijdens het interview refereerde hij aan uw vliegangst.

„We hadden in die tijd natuurlijk veel contact. Ik werd door hem uitgenodigd voor een diner, we hebben een keer inhoudelijk voorgesproken. Hij moest het vertrouwen krijgen dat ik er niet op uit was om hem een streek te leveren. En Beatrix en hij hadden zich, merkte ik, ook in mij verdiept. Zij heeft beeldhouwles gehad van mijn oom, Willem-Alexander wist dat mijn vader politicus is geweest. Dat ik niet van de straat ben, werkte mee.”

Naar verluidt zijn twaalf seconden uit het gesprek geknipt. Waarom?

„Willem-Alexander vertelde dat hij een bepaald wetsvoorstel niet zou ondertekenen. Welk wetsvoorstel? Dat kan ik niet zeggen. Die situatie zou zich immers voor kunnen doen als hij koning is.”

Het Oranje Fonds, De Prins en De Prinses, RTL 4, 20.30 uur.