Weinig tragiek

Het zou goed zijn als de naam Walter Süskind meer ingeburgerd raakte. Hij hoort tot de kleine groep van grote helden die Nederland in de Tweede Wereldoorlog voortgebracht heeft. De prominente geschiedschrijvers van die oorlog – Herzberg, Presser, De Jong – hebben nooit getwijfeld aan zijn verdiensten, ze schreven kort, maar met waardering over hem. Toch bleef zijn rol als mensenredder veel te lang onderbelicht in het publieke domein.

Pas in 1972 werd er een brug (bij de Hermitage in Amsterdam) naar hem vernoemd, waarna we nog eens veertig jaar moesten wachten voor er een biografie, een speelfilm en een roman over hem verschenen. Kunnen we nu tevreden zijn? Zijn die producties prestigieus genoeg om hem eindelijk de eer te geven die hij verdient, zodat hij met een vergelijkbare figuur als Oskar Schindler op een mondiaal voetstuk kan worden geplaatst?

Het zou me meevallen.

Ik heb deze plotselinge Süskindwelle aandachtig bekeken, maar het lukte me maar niet om er hevig van onder de indruk te raken. Het gaat om de speelfilm Süskind door Rudolf van den Berg, de daarop gebaseerde gelijknamige roman van Alex van Galen en de biografie Walter Süskind door Mark Schellekens.

Ik was nieuwsgierig naar Walter Süskind, ik wilde graag weten hoe en waarom deze Joodse zakenman van Duits-Nederlandse afkomst erin geslaagd was 600 tot 1.000 Joodse kinderen en volwassenen uit de Hollandsche Schouwburg te redden. Hoe kon iemand zo moedig en vernuftig zijn dat hij dit, dicht onder het oog van de Duitsers, voor elkaar kreeg? Wat was Süskind voor een man? Wat dreef hem?

Op al die vragen geven deze drie producties onvoldoende antwoord. En de antwoorden die je krijgt, zijn vaak warrig en onbetrouwbaar. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat er over Süskind als persoon niet veel bekend is. Maar het komt ook door een zekere artistieke onmacht bij de makers – vooral die van de film en de roman. Van den Berg en Van Galen fantaseren er flink op los, maar zij doen dat met weinig overtuigingskracht. Vooral tegen het einde naderen zij gevaarlijk dicht de grenzen van de Holocaustkitsch. Er is veel drama, maar weinig tragiek.

Bovendien weet je als kijker/lezer na afloop niet meer waar je aan toe bent. Wat is fictie, wat zijn feiten? Dat hoort bij dit genre, zullen de makers zeggen, maar waarom wordt er dan geadverteerd met de slogan ‘waargebeurde geschiedenis’? Natuurlijk, Süskind hééft bestaan en hij hééft honderden mensen gered, maar dat neemt niet weg dat film en roman voor een groot deel uit speculaties en verzinsels bestaan.

Is het bijvoorbeeld waar dat Hanna, de vrouw van Süskind, zich onderwierp aan seksueel misbruik door een SS’er om op die manier haar man vrij te krijgen? In de biografie van Schellekens kom ik daar geen letter over tegen. Als dit fictie is, vraag ik me af of je er de nagedachtenis van Hanna eer mee bewijst. En waarom moesten sommige feiten die wél vaststaan zo gemanipuleerd worden dat een volledig andere werkelijkheid ontstond?

In film en roman gaat Süskind tijdens de oorlog naar zijn huis om verstopte kostbaarheden op te halen, waarmee hij vrouw en dochter zou kunnen vrijkopen. In werkelijkheid werden deze juwelen pas in 1951 in zijn huis gevonden.

Wie historische betrouwbaarheid verlangt, kan beter die biografie lezen, al is Schellekens geen schrijver met veel gevoel voor stijl en compositie. Arme Süskind.

    • Frits Abrahams