Vraagtekenloos

Het is mogelijk een vraag te stellen die geen vraag is. „Zou jij even koffie willen zetten?” is vaak toch echt meer een bevel dan een vraag. ‘Ik heb trek in een kop thee.’ Een soort vraag-die-geen-vraag is En neem retorische vragen. Dat zijn constateringen, in de vermomming van een vraag. „Maar ís plastic eigenlijk

Het is mogelijk een vraag te stellen die geen vraag is. „Zou jij even koffie willen zetten?” is vaak toch echt meer een bevel dan een vraag.

‘Ik heb trek in een kop thee.’ Een soort vraag-die-geen-vraag is

En neem retorische vragen. Dat zijn constateringen, in de vermomming van een vraag. „Maar ís plastic eigenlijk wel zo slecht voor het milieu?” Dat kun je zeggen en wat je dan eigenlijk bedoelt is: plastic is niet zo slecht voor het milieu.

Er is nog een soort vraag-die-geen-vraag is, en dat is de vraag waar ook niet eens een vraagteken achter uitgesproken wordt. Een vraag, kortom, die niet aan het einde van de zin omhoog gaat, waar ook geen antwoord op verwacht wordt, maar die ergens in een grijs verleden wel bedoeld was als vraag.

Specifiek denk ik dan aan het volgende. Er is een probleem. Bijvoorbeeld: oma moet van het station gehaald worden, maar misschien komt ze ook wel op eigen gelegenheid, en dan is er niemand thuis omdat iedereen bezig is met haar op te halen. Voordat de oplossing voor dit (niet zo heel moeilijke) probleem wordt gevonden, kun je zeggen: „Wat is wijsheid.”

Dit is geen vraag naar wat wijsheid eigenlijk is, naar het concept ‘wijsheid’ dus. Het is ook geen vraag naar wat een wijze handelswijze is. Het is meer een denkpauze om zelf met een oplossing te komen. Die oplossing kan ook weer vraagtekenloos uitgesproken worden: „Zou jij haar anders even willen halen in je eentje.”

Een andere veel voorkomende vraag zonder vraagteken kom je tegen als je bijvoorbeeld zegt: „Ik heb trek in een kop thee.” Degene tegen wie je dat zegt, kan dan op neutrale toon de volgende formule uitspreken: „Zal ik jou eens heel blij maken.”

Er zijn families waarin de vraag zonder vraagteken hoogtij viert. Daar kom je op visite en wordt alles op dezelfde, haast cynische, toon gezegd. „Nou. Wie wil er nog taart.” Als je, zoals ik, de neiging hebt te overcompenseren, zul je je de hele middag uitputten in: „O héél graag! Als er nog is tenminste? Héérlijk, wat zit hierin?? Wow, ananas!!”

Dit overcompenserende gedrag vertaalt zich de volgende dag in spierpijn in de gezichtsspieren.