‘Succes vreet je op en spuugt je uit’

Zijn hele carrière al is de Britse zanger Nick Lowe op zoek naar de perfecte popmelodie. Van Johnny Cash kreeg hij de tip om vooral zichzelf te blijven.

Nick Lowe: „Vroeger rockte ik; tegenwoordig houd ik meer van rollen.”

‘Het was fantastisch om harde rockmuziek te spelen toen ik tussen de twintig en dertig was”, zegt Nick Lowe. „Die opwindende fase in mijn muzikantenbestaan had ik voor geen goud willen missen. Maar nu mag het voor mij allemaal wat zachter. Vroeger rockte ik; tegenwoordig houd ik meer van rollen. De swing van de muziek komt er beter uit als het niet keihard gespeeld wordt.”

Als rockmuzikant, songschrijver en producer speelde Nick Lowe een cruciale rol in het Britse pubrock- en punktijdperk. Nu is hij een nette heer die zich niet jonger probeert voor te doen dan zijn 61 jaar. Zijn laatste album The Old Magic ademt de tijdloze sfeer van jazzballades en music hall, met hier en daar een vleugje Buddy Holly. Uit de muziek van Lowe spreekt berusting en reflectie. What’s so funny ’bout peace, love and understanding, de bijtende rocksong die hij schreef voor Elvis Costello, speelt Lowe op halve snelheid bij zijn soloconcerten.

Het mag allemaal wat kaler, zachter en terughoudender voor de man die vroeger basher (beuker) genoemd werd. Na de vormende beginjaren als zanger en bassist bij de Amerikaans georiënteerde countryrockband Brinsley Schwarz werd Lowe in 1976 een van de aanstichters van de Britse punkbeweging. Zijn debuutsingle So it goes was de allereerste uitgave van het legendarische Stiff-label, dat zijn platen aanprees met relativerende kreten als ‘Today’s sound today’. Met zijn goede oor voor een popmelodie werd hij de producer van labelmaatjes Elvis Costello, Wreckless Eric en punkgroep The Damned, die onder zijn hoede het eerste Britse punkalbum Damned Damned Damned uitbracht.

„Indertijd werd The Damned beschouwd als het ruigste wat de punk te bieden had”, zegt Lowe, ontspannen aan de telefoon vanuit Londen. „Onder die façade van veiligheidsspelden en hondenriemen school voor mij de klassieke beatgroep, met gretige muzikanten die hun liefde voor muziek zo goed mogelijk in opwindende liedjes probeerden te vangen. Met de Ramones waren ze zo’n beetje de enige groep van hun generatie die bij al dat rumoer een onderliggend popgevoel wist te behouden. Punk brak met de eeuwige bluesschema’s van de pubrockbands. Dat was maar goed ook, want er is niets zo vervelend als een slechte bluesband.”

Perfecte popsong

Als solist bracht Nick Lowe zijn theorieën over de perfecte popsong in de praktijk op zijn debuutalbum Jesus Of Cool (1978), in de Verenigde Staten omgedoopt tot Pure Pop for Now People omdat winkelketens als Walmart het woord ‘Jesus’ niet op een lollige manier gebruikt wilden zien worden. Met songs als I love the sound of breaking glass, Cruel to be kind en de latere hit Half a boy and half a man (1984) had hij respectabele successen, maar een groot hitparadester werd hij nooit. „Langdurig popsucces is alleen weggelegd voor uitzonderlijke artiesten: Cliff Richard of Elton John. Voor mij was die flirt met de hitparade een van de verworvenheden die ik kon aanvinken, als een doelstelling die ik gehaald had. Om waardevolle muziek te maken was het een van de hordes die ik moest nemen, dacht ik. Maar die korte succesperiode maakte een mentaal en fysiek wrak van me. Uitgeput, aan de drank en niet meer in staat een normaal gezinsleven te leiden. Popsucces vreet je op en spuugt je uit.”

Door een speling van het lot werd Lowe de schoonzoon van Johnny Cash, nadat hij was getrouwd met dochter Carlene Carter, wier platen hij had geproduceerd. Het huwelijk hield niet lang stand, maar Lowe bracht genoeg tijd met Cash door om tips over het songschrijversambacht mee te krijgen. „Hij kwam met het aloude cliché dat waardevolle muziek alleen gemaakt kan worden door mensen die zichzelf blijven. Ik vond dat maar een slappe uitspraak, want in die tijd verwachtte ik van artiesten dat ze hun publiek uit de dagelijkse sleur trokken door ze iets fenomenaals te brengen.

„Nu ik ouder word, zie ik steeds scherper dat Johnny Cash gelijk had. Een songschrijver die zijn gewone, middelmatige bestaan in interessante liedjes weet om te zetten, is veel waardevoller voor zijn luisteraars dan iemand die een wereld van glitter en glamour voorspiegelt. Jonge artiesten hebben vaak al hun energie nodig om zich voor te doen als iemand anders dan ze werkelijk zijn. Johnny Cash nam mijn lied The beast in me op omdat hij zag dat ik me nergens achter verschool; dat ik iets zinnigs over de menselijke natuur te zeggen had.”

Man op leeftijd

De volwassen Nick Lowe maakt niet alleen opgeruimde liedjes; hij durft ook de donkere kant van zijn karakter te tonen. Met semiautobiografische songs als Homewrecker, I’m a mess en Lately I’ve let things slide schetste hij op het album The Convincer (2001) de nukken van een man op leeftijd, die het zichzelf moeilijk maakt om bij het vrouwelijk geslacht in de smaak te vallen. Op At My Age (2007) laat hij het hilarische I trained her to love me („vrouwen zijn net hondjes: je kunt ze trainen om van je te houden”) volgen door de minnezang van de saaie kluizenaar die in Hope for us all tegen alle verwachtingen in de vrouw van zijn dromen ontmoet. Op The Old Magic (2011) bereidt hij zich in Checkout time voor op het naderende einde, nadat hij in Stoplight roses heeft vastgesteld dat de bij het benzinestation gekochte bos rozen niet meer de oude romantische bezwering met zich meebrengt.

Het zijn zorgvuldig gearrangeerde, welluidende platen die wat betreft hun muzikale sfeer uit de jaren veertig van de vorige eeuw hadden kunnen stammen. In zijn tijdloze benadering blijft Nick Lowe vasthouden aan de eeuwige zoektocht naar de perfecte popmelodie. Zelf ziet hij die laatste drie albums niet als een bewuste trilogie, maar het logische vervolg op alles wat hij ervoor deed. „Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de populaire muziek die er was vóórdat de rock-’n-roll zich aandiende. Amerikaanse muziek heeft mij altijd het meest geïnteresseerd: musicalnummers, filmmuziek en zelfs oude reclamedeuntjes. Bij alles wat ik doe, probeer ik er een Europese draai aan te geven. Als een Engelsman country probeert te zingen, of de blues probeert te spelen, wordt het nooit zo goed als het origineel. In de opnamestudio probeer ik me altijd voor te stellen dat mijn muziek uit zo’n enorme jukebox schalt die je had in zeemanskroegen in Hamburg. Italiaanse filmmuziek, Franse popliedjes, ze spelen allemaal door mijn hoofd als ik aan nieuwe muziek werk.”

Bij zijn solo-optredens is Nick Lowe een gedistingeerd performer die uitgeklede versies zingt van de liedjes die hij in de afgelopen veertig jaar maakte. Eind vorig jaar speelde hij een tournee lang in het voorprogramma van de Amerikaanse groep Wilco, die hem wilde eren om zijn invloed en eigenheid. Quiet Please… heet een recente compilatie van zijn oude en nieuwere werk. „Zachte muziek is veel sexyer dan een band die je om de oren slaat met onverstaanbare herrie. Iedereen mag horen hoe ik zing over de mislukkingen, de grappige dingen en de levenslessen die ik in mijn leven heb meegekregen.”

‘The Old Magic’ is uitgebracht door Proper. 9 februari speelt Nick Lowe in Paradiso, Amsterdam.

    • Jan Vollaard