Stress! Waar moet onze zoon heen?!

De onrust slaat toe bij ouders, ervaart NRC-redacteur Patricia Veldhuis. Moet ze haar zoon pushen voor extra lessen Spaans en Chinees? Of moet hij gewoon zelf kiezen?

Mijn oudste zoon doet volgende week de Citotoets. Over een half jaar neemt hij afscheid van de basisschool. Voor 1 april moet hij ingeschreven staan bij een middelbare school. Welke? Lastig. De keuze is groot. En de scholen die in aanmerking komen, zeggen allemaal hetzelfde. Kies ons! Wij zijn geweldig! Hier komt uw kind maximaal aan zijn trekken!

De glanzende folders vol lachende kinderen die sinds een paar maanden door het huis slingeren staan vol met reclametaal. Nieuw! Plus! Meer! Er is geen gewone middelbare school meer te vinden in Arnhem en omgeving. Elk vwo biedt extra opties bovenop het standaardprogramma: ‘gym-plus’ heet dat op de ene school, ‘technasium’ op de andere. Het lyceum bij ons om de hoek adverteert met extra uren sport of cultuur, terwijl de concurrent ons lekker probeert te maken met een ‘vwo-plus’. Daar kan je kind Chinees leren als extra examenvak. Of Spaans.

„Lijkt je dat wat, Chinees?” vraag ik. „Neuh. Moet dat?”, reageert hij.

Spaans dan? Vernietigende blik: „Maham!”

De onrust slaat toe. Onthoud ik mijn zoon een glansrijke carrière door niet door te duwen op Chinees, of Spaans? Is het niet zonde van al die extra’s als ik de keuze gewoon bij hem laat, zoals aanvankelijk de bedoeling was? „Moet ik”, vraagt een vriendin met een even oud kind en hetzelfde dilemma, „hem gewoon zelf laten kiezen? Of zal ik mijn zin doordrijven en hem naar een tweetalig atheneum sturen? Later is hij me vast dankbaar.”

Stress dus.

Wie kiest er eigenlijk, de ouders of het kind? Meestal zijn het toch de kinderen. En die willen vooral naar een school waar hun vriendjes ook naartoe gaan.

Op de open dag van Het Rhedens, een ‘kleinschalig’ havo-vwo in de Rozendaalse bossen, houdt directeur Pieter Zonderwijk een praatje voor een volle zaal ouders en hun bijna-pubers. Over de nieuwbouw die bijna af is (met vloerverwarming!), de ‘gezonde broodjes’ in de kantine, de schoolbus in de winter en de nieuwe gymzaal met matten aan de muur (‘dan vallen ze lekker zacht’). Klapstuk: het extra gymnasiumklasje voor de happy few.

De directeur gaat zachter praten, terwijl hij in zijn handen wrijft. „Weet u wat ik denk? Als u een kind heeft met een goed vwo-advies, dan zou ik het ál-tijd in ons gymnasiumklasje zetten. Al-tijd.” En na een korte pauze. „Maar ja, we hebben maar één klasje... Dat zit natuurlijk snel vol.” En hup: daar schiet de eerste vinger paniekerig de lucht in: „Zit het voor volgend schooljaar al vol of is er nog plek?”

Scholen zeggen gewoon precies wat ouders willen horen, zegt een bevriend docent Nederlands. En die ouders zijn mondiger en veeleisender dan ooit. „Ze willen allemaal dat hun fantastische kind zich onderscheidt van de rest. Daar springen scholen op in.” Zo’n gymnasiumklasje op een ‘gewoon’ vwo? „Slaat nergens op”, schampert ze. Op de meeste scholen krijgen de leerlingen dan gewoon een paar uurtjes extra Latijn per week. Dat is het. „Maar omdat de gewone, categorale gymnasia uit hun voegen barsten en wachtlijsten hebben, is het toch een succes. Ouders willen graag dat hun kind gymnasium doet, ook al wordt het niet toegelaten op een gewoon gymnasium.” Het is een wedloop geworden, vindt ze. Als de ene school begint met een aantrekkelijk extraatje, doet de ander er een schepje bovenop.

Waarom gaan scholen hier in mee? Omdat het keiharde business is geworden. Middelbare scholen worden afgerekend op leerlingenaantallen. Minder leerlingen betekent minder geld en minder docenten. Ze hebben er dus baat bij om zoveel mogelijk leerlingen te trekken. De concurrentie is hard. Het is een goudmijn voor reclamemakers en communicatieadviseurs die meedenken over campagnes en unique selling points. Wat overigens niet alleen maar negatief is. Het dwingt scholen ook om goed na te denken over hun lesprogramma’s.

Overmorgen bezoeken we de tweede school op de shortlist van mijn zoon. Die van de extra vakken Chinees en Spaans. Daarna mag hij gewoon zelf kiezen, besluiten we. Het maakt namelijk niet veel uit welke school het wordt, leer ik na een paar telefoontjes met onderwijskundigen. Alle extraatjes zijn leuk, maar spelen geen cruciale rol. De meeste scholen zijn gewoon wel oké.

    • Patricia Veldhuis