Straks naar de middelbare. Het liefst een goeie

Ouders willen allemaal het beste voor hun kind. Hoe hoger, hoe beter. Statusdruk heet dat. Dit is het moment waarop scholen ouders proberen over te halen.

Vaak kiezen kinderen voor een school waar hun vriendjes ook naartoe gaan. Foto Hollandse Hoogte

Statusdruk? Ja, die term kent hij. Maar al te goed zelfs. In zijn wijk, het welgestelde Hillegersberg in Rotterdam-Noord, is het volgens hem de norm: ouders die hun kinderen dwingen een zo hoog mogelijke middelbareschoolopleiding te volgen. Hoe hoger, hoe beter. Bas Wijnhoven, chirurg van beroep, herkent die reflex. „Ik hoor het, ik zie het en ik begrijp het tot op zekere hoogte. Want je wil als ouder het beste voor je kind, zeker als het om zoiets wezenlijks gaat als onderwijs.”

Wijnhoven is een van de tientallen ouders die vanavond de informatieavond van het Montessori Lyceum (havo, atheneum en gymnasium) in Rotterdam bezoeken. Zijn oudste dochter zit in groep acht, het laatste jaar van de basisschool. Binnenkort moet een keuze worden gemaakt: vmbo, havo of vwo? Scholen prijzen zichzelf daarom aan via open dagen. Wijnhoven is voorlopig nog niet uitgekeken. „Mijn gevoel zegt havo, en haar scores duiden daar gelukkig ook op.”

Maar haar mening telt ook, benadrukt Wijnhoven. Hij wil niet in de valkuil stappen waarin veel andere ouders volgens hem vallen. „Als een bepaald onderwijsniveau te hoog gegrepen blijkt, verdwijnt het plezier en ben je met een beetje pech nog verder van huis.” Kortom? „Ik ga mijn dochter niet dwingen om voor de havo te kiezen, maar ik wil ook voorkomen dat zij kiest voor een schooltype dat overduidelijk onder haar niveau ligt.”

Het is het klassieke dilemma van iedere ouder: op welke school komt mijn kind het beste tot zijn of haar recht? Laat ik mij leiden door de Citotoetsscore of schuif ik die terzijde? Met welke vooropleiding heeft hij of zij de beste toekomstperspectieven?

Havo en vwo zijn de laatste jaren steeds meer in trek, constateerde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand. In het schooljaar 2009/2010 namen bijna 85.000 leerlingen deel aan het havo- of vwo-eindexamen: 10.000 meer dan in 2005/2006. De slagingspercentages daalden de afgelopen vijf jaar echter met 4 procentpunt: naar 89 (havo) en 85 procent (vwo).

Rector Jan Wouter Koning van het Montessori Lyceum (ruim duizend leerlingen) herkent de trend. Ook dit jaar is de informatieavond weer druk bezocht. Welgeteld 245 stoelen blijken niet voldoende om alle ouders een zitplaats te bieden. Zijn scholengemeenschap staat goed aangeschreven, constateert Koning zichtbaar tevreden. Hij schrijft de toenemende belangstelling deels toe aan de statusdruk. „Die bestaat, maar die druk is van alle tijden.” Volgens hem spelen „sociale omstandigheden” een grotere rol bij de onderwijskeuze. „Ouders zoeken een veilige en warme omgeving voor hun kinderen. En ook een breed aanbod.”

En die is bij havo- en vwo-scholen doorgaans beter gewaarborgd dan bij het door veel ouders als ‘ruig’ ervaren vmbo, zegt Jan Willem van der Schans. Ook hij, wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Wageningen, bezocht al meerdere scholen om zich te verdiepen in het onderwijsaanbod. Zijn zoon zit in groep acht van de basisschool. Van der Schans: „Als ik een vmbo-directeur hoor roepen hoe trots hij wel niet is op de beveiligingscamera’s en de poortjes op zijn school, dan denk ik: daar moet ik dus vooral niet wezen met mijn kind.”

Van der Schans krijgt bijval van Bas van Tijn, oud-raadslid namens de VVD in Rotterdam, en diens vrouw, die ook op de informatieavond zijn. „Terecht of niet, maar het beeld van het vmbo is toch: veel probleemleerlingen, volle klassen en matige docenten.”

Geen wonder, aldus Van Tijn, dat veel ouders hun vizier richten op havo en vwo. „Je kan altijd nog een stapje terug doen.”

Van der Schans vult aan: „Ik heb het beroepsonderwijs hoog zitten, maar in een complexe wereld waarin iedereen maar zit te sms’en en te skypen zoek je in eerste instantie vooral naar rust en structuur. Zeker in een grote stad word je als kind tureluurs van al die dagelijkse prikkels en signalen.”

Mathieu Tierolff is lid van de ouderraad op het Montessori Lyceum. Hij heeft vele ouders zien komen en gaan. „Ze willen allemaal het beste voor hun kinderen, en het liefst een treetje hoger dan het niveau waarop ze zelf geacteerd hebben.” Daar zit volgens Tierolff het probleem. „Het opleidingsniveau in Nederland is de laatste jaren almaar gestegen. De lat ligt dus hoog, en veel ouders vinden het verdraaid vervelend om op een verjaardagsfeestje uit te moeten leggen dat een van de kinderen ‘maar’ het vmbo doet. Vergeet niet dat we in een prestatiemaatschappij leven. Mensen passen hun gedrag daar grotendeels op aan.”