Soepel saneren biedt Portugezennog geen soelaas

Portugal ondergaat de economische recessie gelaten. De regering saneert volop, maar de twijfel neemt toe of het allemaal wel helpt.

In de Fanqueiros-straat, ooit een van de drukste en levendigste winkelstraten in Lissabon, gaan steeds meer zaken dicht. Ook Jorge Gonsalves (r) en Adolfo Antonio van textielzaak Ramos, gespecialiseerd in Portugese textielwaren, maken zich zorgen over de gevolgen van de crisis. Foto AFP

De N125 slingert als een lang asfaltlint langs de Portugese zuidkust. De provinciale tweebaansweg leidt langs charmante gehuchten van witte huisjes met rode dakpannen en gele kozijnen in groene heuvels.

Automobilisten kunnen nauwelijks van het mooie uitzicht genieten. Regelmatig zijn er flinke gaten in het wegdek te ontwijken. Soms ook een groepje zigeuners op een ezelkar beladen met schroot.

De verouderde weg is sinds eind vorig jaar ook ineens de drukste verkeersader van de Algarve, het zonnige zuiden van Portugal dat jaarlijks bijna zeven miljoen toeristen ontvangt.

Parallel aan de N125 loopt ook een uitstekende vierbaansweg, de A22. Maar automobilisten mijden deze massaal sinds de regering er – onder druk van de trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds) – rekeningrijden heeft ingevoerd. Een rit van de Atlantische kust tot de grens met Spanje kost ongeveer twee tientjes. De A22 is nu zó verlaten, dat je er een kwartier kunt rijden zonder één tegenligger tegen te komen.

In de Algarve, en ook in het naburige Spanje, stuit de heffing op hevig protest. „Dit is fataal. Onze regio is afhankelijk van het toerisme. De N125 is gevaarlijker geworden, er zijn veel meer ongelukken en files. Zelfs in het laagseizoen merken we al dat er minder toeristen komen, vooral vanuit Spanje”, zegt João Vasconcelos, voorman van de ‘Comissão de Utentes da A22’.

De actiegroep van automobilisten haalt handtekeningen op voor een petitie aan de regering in Lissabon en organiseert regelmatig betogingen en wegblokkades. Ook de eerste schoten zijn al gelost: nachtelijke vandalen schieten op de camera’s die nummerborden registreren.

„Daar hebben wij niks mee te maken”, bezweert Vasconselos. „Maar het toont wel dat de mensen verontwaardigd raken en in opstand komen. We gaan er allemaal al op achteruit. De lonen en uitkeringen dalen en de belastingen stijgen alleen maar. Er zijn geen banen. En dan komt de regering hiermee onze economie verder de put in helpen.”

Rekeningrijden is slechts een van vele maatregelen waarmee Portugal zijn economie op orde tracht te brengen, maar die het herstel vooralsnog vooral bemoeilijken.

Afgelopen voorjaar steeg de rente op Portugese overheidsschuld zo explosief, dat de demissionaire minderheidsregering van de socialistische premier Sócrates financiële noodhulp moest inroepen. In ruil voor 78 miljard euro aan leningen van de Europese Unie en het IMF voert de in juni aangetreden centrumrechtse meerderheidsregering onder leiding van premier Pedro Passos Coelho ingrijpende hervormingen, privatiseringen en bezuinigingen door.

Door de maatregelen zal de economie dit jaar fors krimpen. Met 3 procent, denkt de regering. (Zie: Flinke krimp). Buitenstaanders zien het somberder in. Zo voorspelde de Amerikaanse bank Citigroup onlangs een krimp van 5,8 procent in dit jaar en van 3,7 procent in 2013.

Ondertussen blijven de financiële markten Portugal wantrouwen. Na de afwaardering door Standard & Poor’s, begin dit jaar, heeft het land bij alle drie de grote kredietbeoordelaars de junkstatus. Terwijl de slepende onderhandelingen over de schuldsanering van Griekenland hun climax naderen, wordt daarom ook steeds nadrukkelijker naar Portugal gekeken. (Zie: Rente piekt).

Ierland, dat eveneens werd ‘gered’ met noodsteun, lijkt de weg omhoog te hebben gevonden, maar Portugal glijdt juist verder weg, zo valt op. De angst neemt toe dat het na Griekenland het volgende euroland zal worden dat een tweede reddingsactie nodig heeft.

Filipe Silva, analist bij de Portugese zakenbank Banco Carregosa, ziet de situatie sinds de stap van S&P rap verslechteren. „Een groeiend aantal banken en investeringsfondsen is door de afwaarderingen gedwongen hun posities in Portugese staatsschuld af te bouwen. Daarnaast zie je dat de onderhandelingen over Griekenland leiden tot speculaties over schuldsanering die ook Portugal te wachten zou staan. Dit maakt private partijen huiveriger te investeren.”

Bijna de enige investeerders die nu nog Portugese schuldpapieren opkopen, zijn de nationale banken. Zij gebruiken de schuld als onderpand voor de zeer goedkope driejarige leningen die de ECB eind vorig jaar lanceerde. Meer banken in Europa doen dit nu. In het geval van bijvoorbeeld Spanje en Italië leidt deze carry trade al weken tot scherp dalende rentes.

Portugal is het enige probleemland waar dit effect uitblijft. De rentes stijgen juist. Die over driejarige obligaties ligt nu boven de 20 procent, twee keer zo hoog als vóór het inroepen van noodhulp. De koers van credit default swaps voor Portugal, waarmee beleggers zich kunnen verzekeren tegen een staatsbankroet, geeft aan dat de kans hierop op in de komende vijf jaar op 70 procent wordt ingeschat.

„Voor het moment helpt de carry trade onze banken liquide te blijven”, zegt analist Silva. „Maar de markten zien het terecht niet als duurzame oplossing. De banken kochten al op grote schaal nationale staatsschuld vóór de interventie van de Europese Commissie, ECB en IMF.” Sindsdien is de rente blijven stijgen, waardoor de waarde van de staatsschuld juist daalt. „Daardoor verslechtert de kapitaalpositie van onze banken. Daarom worden ook zij allemaal afgewaardeerd.”

Door alle onzekerheid is uit Portugal tegelijkertijd een enorme kapitaalvlucht op gang gekomen. Volgens de centrale bank, Banco de Portugal, is de geldhoeveelheid (M1) die bij banken is gestald in de tweede helft van 2011 met een vijfde afgenomen. Silva ziet veel van zijn vermogende klanten hun geld in veiligheid brengen. „Zij die het hier niet nodig hebben, hebben het bijna allemaal weggehaald. Het is een puinhoop.”

Wat de kettingreactie van recessie, afwaarderingen, stijgende rentes en kapitaalvlucht extra wrang maakt, is dat Portugal de afspraken met de trojka vooralsnog relatief strak naleeft. „De regering pakt in alle rust de problemen aan die de trojka heeft aangesneden”, aldus een Noord-Europese diplomaat in Lissabon.

De diplomaat zegt dat de regering daarbij het geluk heeft dat ze kan rekenen op brede steun in het parlement en bovendien regelmatig zaken weet te doen met de grootste oppositiepartij, de socialistische PS. „Met deze harmonieuze aanpak onderscheidt de politiek zich hier in positieve zin van Griekenland, waar het toch allemaal veel moeizamer gaat.”

Zo wist de regering vlak na de jaarwisseling een belangrijke arbeidsmarkthervorming door het parlement te loodsen. Deze kreeg zelfs de steun van de PS en de belangrijke socialistische vakcentrale.

De hervorming van de arbeidsmarkt behelst onder meer versoepeling van het ontslagrecht. „Hierdoor zal de inflexibiliteit die Portugal zo vaak verweten wordt en die het lastig maakt investeerders aan te trekken, flink afnemen”, voorspelt de diplomaat.

Ook de invoering van het rekeningrijden in de Algarve is in feite een structurele hervorming. En datzelfde geld voor de herziening van publiek-private financiering van infrastructurele projecten. Van die constructie heeft Portugal de afgelopen decennia uitbundig gebruikgemaakt.

Het land lag er in 1986 rond zijn toetreding tot de Europese Gemmenschap (de huidige Europese Unie) bij als een derdewereldland. Het hecht daarom traditioneel veel waarde aan infrastructuur als motor van economische groei. Maar daarin is het doorgeschoten. Er zijn simpelweg te veel en ook te dure wegen. De trojka dringt er daarom op aan deze PPP’s door te lichten en te herzien.

Als dit al mogelijk is, blijft het de vraag of deze en andere hervormingen op tijd komen. In mei 2013 zou Portugal weer zelfstandig de markten op moeten. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat Portugal tegen die tijd het vertrouwen van de buitenwereld al herwonnen heeft.

„De hervormingen helpen wellicht een volgende crisis te voorkomen, maar ze lossen de huidige niet op”, zegt financieel analist Mariana Abrantes. Volgens haar is de situatie in de eurozone veel ernstiger dan ten tijde van het bankroet van Mexico en Argentinië. „Ik heb nog nooit zo'n gevaarlijke situatie gezien.”

De werkelijke oorzaak achter de Portugals problemen en de hele eurocrisis wordt niet aangepakt, legt Abrantes uit. „Het echte probleem is niet ons begrotingstekort, maar het tekort dat we jarenlang hadden op onze betalingsbalans.”

Portugal importeerde voor de eurocrisis structureel meer dan het importeerde. Dit verschil bedroeg in vele jaren ruim 10 procent van het bbp. Het land bouwde hierdoor naast zijn staatsschuld (nu 111 procent van het bbp, zie: Staatsschuld in de Europese Unie) een nog veel hogere private schuldenlast op. De totale schuldenlast beloopt 356 procent van het bbp, bijna even hoog als die in Spanje (363 procent) en veel hoger dan die in Griekenland (267 procent).

De Portugese export steeg vorig jaar weliswaar licht, terwijl de import daalde, maar het handelstekort bleef circa 8 procent. „Bij elke Duitse BMW, elk stuk Franse kaas, elke liter Nederlandse melk die we importeren, steken we ons dieper in de schulden”, zegt Abrantes. Zij erkent dat het lastig is om aan Noord-Europese landen te verbieden nog aan Portugal te leveren. Of om van Portugezen te eisen geen goedkope importgoederen te kopen, maar duurdere producten van eigen bodem. „Maar het zou wel het beste zijn. We moeten ophouden op de pof te leven.”

Een andere manier om een gezondere handelsbalans te bereiken, is de export aanjagen en buitenlandse investeerders aantrekken. De regering verkocht eind december 21 procent van het energiebedrijf EDP aan het Chinese staatsbedrijf Three Gorges Corp. Het leverde de schatkist 2,7 miljard euro op. Tegelijkertijd houdt Portugal in de onderlinge handel met China een tekort van circa 1,5 miljard euro. „De verkoop van die EDP-aandelen aan helpt ons zo bezien nog geen twee jaar.”

    • Merijn de Waal