Shell verslaat Nederland en zo hoort het ook

Zeg Shell, en u zegt, zonder nadenken: olie. Of: benzine.

Zeg Shell tegen Shell en ze zeggen: gas. Dat is de brandstof van de toekomst, met nieuwe technieken gemakkelijker te winnen en ook nog eens in regio’s met een stabiel politiek klimaat. President-directeur Dick Benschop van Shell Nederland is, mede vanwege zijn soepele omgang met politici, Shells internationale ‘gas diplomaat’.

Zeg Shell en kolossale bedragen zigzaggen door de letters van de bedrijfsresultaten. Een half jaar geleden meldde Shell bijna terloops in zijn kwartaalverslag een investeringsprogramma van tenminste 100 miljard dollar de komende vier jaar. Een mooi rond getal in dollars, de valuta waarin het Brits-Nederlandse bedrijf tegenwoordig zaken doet. Het is, tegen de huidige wisselkoers, ‘maar’ 76 miljard euro.

De omvang en de naam Royal Dutch Shell lokken vergelijkingen uit met andere koninkrijken, zoals het Nederlandse. Shell en Nederland moeten voldoen aan de kortlopende verwachtingen van hun primaire financiers, in casu aandelen- en obligatiebeleggers. Maar zij moeten tevens de toekomst zekerstellen voor die financiers én voor hun klanten en werknemers (Shell) en hun burgers (Nederland).

Hoe zijn wat dat betreft de verhoudingen. En wat is het verschil?

Vorig jaar betaalde Nederland aan háár primaire financiers, de beleggers in staatsobligaties, een bedrag van 10,4 miljard euro aan rente. Shell keerde aan zijn aandeelhouders voor 8 miljard euro dividend uit, zo blijkt uit de resultaten die het concern vanochtend publiceerde. Het dividend ten opzichte van de beurskoers (het zogeheten dividendrendement) van Shell schommelt nu rond 5 procent. Dat is meer dan het dubbele van het effectief rendement op een Nederlandse staatslening van tien jaar. Shell kondigde vanochtend een verdere verhoging van het dividend aan, met 2 procent in het lopende eerste kwartaal. Nee, een vergelijkbare belofte zal minister Jan Kees de Jager van Financiën niet doen. Een stijgende rente zou zijn begroting en onze staatschuld nog verder ontwrichten.

Nederland kan ook niet tippen aan het investeringsprogramma van Shell en zo hoort het ook. De investeringslust van particuliere ondernemingen entameert groei, van banen en van de economie. Dat geldt zeker voor grote ondernemingen als Shell die met hun gebundelde kennis en kapitaal investeringen kunnen doen die het midden- en kleinbedrijf niet kan evenaren. Maar duizenden kleinere ondernemers vervullen daarin wel een cruciale rol.

Politici scheppen, in weerwil van wat zij zelf wel eens beweren, geen banen. Zij heffen belastingen waarmee uitkeringen en ambtenarensalarissen worden betaald.

Uit de cijfers van Shell komt nog een ander contrast met Nederland naar voren: het verschil in schulden. Dat geldt overigens niet alleen voor Shell maar voor vrijwel elke multinationale onderneming. De Europese Unie en de Verenigde Staten verzuipen bijna in hun schulden, maar het bedrijfsleven zwemt juist in het geld. Shell heeft bijvoorbeeld 8,6 miljard euro op zijn bankrekeningen staan en nog eens ruim 4 miljard euro beleggingen. Winst op die beleggingen vorig jaar: 1,3 miljard euro. Dat is een fractie (6 procent) van de totale winst, maar zegt iets over de winstgevendheid van het bedrijfsleven. Geld in overvloed. Shell boort naar olie en gas, maar exploiteert ook een geldpomp.

Menno Tamminga