Recalcitrante punkkunstenaar

De Amerikaan Mike Kelley was een kunstenaar met een punkmentaliteit. Altijd schoppen tegen heilige huisjes en nooit vast te pinnen op één medium.

This undated image provided by Walker Art Center/Gagosian Gallery shows artist Mike Kelley. Kelley, the daring and influential contemporary installation artist who counted the band Sonic Youth and artist Paul McCarthy among his collaborators, has died, police said Wednesday Feb. 1, 2012. He was 57.(AP Photo/Walker Art Center/Gagosian Gallery) AP

Het bekendst waren zijn installaties met speelgoedbeesten, pluche of gebreide exemplaren, die verspreid door een museumzaal op kleedjes lagen of aan touwtjes in de lucht bungelden. De knuffels waren vaak groezelig en versleten en praatten op hoge toon met elkaar, over familieproblemen of relatiecrisissen bijvoorbeeld. Als kijker werd je er altijd een beetje ongemakkelijk van, van dit zwartgallige inkijkje in het Amerikaanse gezinsleven. ‘Uncanny’ noemde de Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley zijn werk, naar de freudiaanse term ‘Unheimlich’. Voor hem ging het over het verdrukken van herinneringen aan een akelige jeugd. Dat pluche, zo meende hij, was een broedplaats voor neuroses en angsten.

Dinsdag pleegde de 57-jarige kunstenaar zelfmoord. Volgens Helene Winer van de New Yorkse galerie Metro Pictures, die de kunstenaar in 1982 als jong talent oppikte en hem zijn eerste soloshow gaf, leidde Kelley al langere tijd aan depressies.

Zijn leven lang heeft Kelley geschopt tegen bestaande conventies. Tegen de goede smaak, tegen de christelijke moraal, en vooral tegen het ideaalbeeld van het Amerikaanse gezinsleven. Neem zijn fotowerk Nostalgic Depiction of the Innocence of Childhood uit 1990, waarin twee volwassenen zich compleet te buiten gaan aan seksuele handelingen met knuffeldieren. Of kijk naar zijn video Singles Mixer uit 2004, waarin de hoofdpersoon maar door blijft ratelen over een ras van zwervers die op de bodem van een vijver leven. Absurde, taboedoorbrekende kunstwerken zijn dat, die ieder begrip van schoonheid omver trekken. Kelley voelde zich aangetrokken door het afstotelijke, het groteske, het irrationele. Daarmee was hij een belangrijk vertegenwoordiger van de ‘abjecte kunst’-stroming die vanaf de jaren tachtig vooral aan de westkust van Amerika opkwam en waartoe ook Jason Rhoades en Paul McCarthy gerekend worden.

Zelf groeide Kelley op in een buitenwijk van Detroit, als het typische zwarte schaap van de familie dat in de jaren zeventig volledig opging in de punkbeweging. Hij luisterde naar bands als MC5 en Iggy and the Stooges, las de gedichten van William S. Burroughs, bewonderde de strips van Robert Crumb. Tijdens zijn studententijd aan de Universiteit van Michigan richtte hij met zijn medestudenten de invloedrijke herrieband Destroy All Monsters op. En toen hij na zijn afstuderen in 1976 naar Los Angeles vertrok om aan het California Institute of the Arts te studeren, begon hij ook daar een band: Poetics, met collega-kunstenaar Tony Oursler.

Beïnvloed door zijn docenten Laurie Anderson en John Baldessari weigerde Kelley zich te beperken tot één specifiek medium. Hij schilderde, tekende, schreef, deed performances, maakte video’s en installaties. Hij werkte samen met muzikanten, onder wie de band Sonic Youth, voor wie hij in 1992 de legendarische elpeehoes van Dirty ontwierp, met een oranje gebreide knuffel op de cover.

Het grote succes kwam in de vroege jaren negentig, met solotentoonstellingen in het Whitney Museum en het Los Angeles County Museum. Samen met Tony Oursler maakte Kelley in 1997 een indrukwekkende installatie – een ode aan punk – tijdens Documenta X in Kassel. Ook hield hij zich bezig met kunstkritiek en het maken van tentoonstellingen.

Ondanks zijn altijd recalcitrante houding jegens de kunstwereld, vond Kelleys werk gretig aftrek onder verzamelaars. Het afgelopen jaar brak de kunstenaar meermalen zijn eigen veilingrecords. Zijn werk Ahh… Youth, een serie kleurenfoto’s van teddyberen uit 1991, werd in november bij Christie’s verkocht voor ruim 900.000 dollar.

Kelleys werk zal in maart – voor de achtste keer – vertegenwoordigd zijn op de Whitney Biënnale in New York. Op het moment van zijn dood was de kunstenaar druk bezig met de voorbereidingen van de tentoonstelling waarmee het Stedelijk Museum in Amsterdam dit najaar heropend zou worden.