Mensen ontslaan is ook een baan

‘Het is wonderbaarlijk hoe snel nieuws over ontslagen in de financiële sector zich verspreidt. Je ziet een vloedgolf van paniek over de handelsvloer spoelen.’

Het brandalarm gaat af. Iedereen rent naar buiten. Dan mogen mensen terug en ontdekt de helft dat hun pasje is geblokkeerd. Ze zijn ontslagen.

Dit verhaal over een ontslagronde bij een bank in de City in Londen is waarschijnlijk een broodje Aap. Ik hoorde het van een paar mensen, maar niemand kon vertellen om welke bank het ging. Maakt ook niet uit. Dat zo’n verhaal in circulatie blijft, geeft aan dat mensen het geloofwaardig vinden.

Wanneer banken of financiële dienstverleners je ontslaan (in het jargon je redundant, oftewel overbodig maken), proberen ze je daarna weg te houden bij je computer. Anders kun je nog even gevoelige of waardevolle data verzenden of meenemen. Daarom blokkeren ze ook meteen je telefoon en je e-mail, en word je door de beveiliging het gebouw ‘uitgeëscorteerd’.

Ik kan me niet voorstellen wat er een angstcultuur moet heersen als dit permanent boven je hoofd hangt. En dus ging ik maar eens praten met iemand bij een bank die voor haar werk mensen ontslaat.

Ze is een bijzonder aangenaam persoon, eind twintig. Met onze ontmoeting neemt ze een flink risico. Voor praten met een journalist kun je worden ontslagen. „Mensen weten het meteen, als we bellen”, vertelt ze bij een glas witte wijn.

„We zeggen het zo onschuldig als we kunnen: kun je anders misschien even binnenlopen op de twintigste verdieping? Mensen weten beter. Niemand krijgt ooit onverwacht telefoon van de twintigste verdieping, tenzij ... Het is wonderbaarlijk hoe snel nieuws over ontslagen zich verspreidt. Je ziet een vloedgolf van paniek over de handelsvloer spoelen. Mensen verdwijnen gewoon. Ze weten dat we ze persoonlijk de wacht moeten aanzeggen en zolang we dat niet hebben kunnen doen, zijn ze nog niet officieel at risk of redundancy, zoals we het moeten noemen. Mensen verdwijnen van hun bureaus, nemen hun telefoon niet meer op.”

Het is een zware baan, zeg ze: „Bij een ontslagronde ga ik met de manager de lijst af: die en die kan het wel aan, maar die en die gaan misschien door het lint, daar moet extra beveiliging bij. Het rare is dat de managers het vaak verkeerd inschatten. Degenen van wie ze denken ‘oei, oei’ nemen het heel goed op, terwijl vaak juist de stille en redelijke types ontploffen.”

Vrijwel alle grootverdieners in Londen sturen hun kinderen naar privéscholen die rustig 25.000 pond rekenen. Per jaar. Per kind. Wie zijn baan verliest, moet soms zijn kinderen van zo’n school afhalen – en daarmee ook hun leven van de ene op de andere dag totaal overhoop halen.

Managers haten dit gedeelte van hun werk, gaat ze verder. „Vaak komen ze gewoon niet opdagen bij de voorbereidende vergadering. Dat is zo irritant. We horen even te oefenen met een rollenspel, de lijst af te lopen wie moeilijk gaat doen. Wat ik nog erger vind, is dat zo’n manager soms wel vijf jaar heeft gewerkt met de ontslagkandidaat, hij heeft zijn vrouw leren kennen. En dan kan die niet even vijf minuten zijn werk onderbreken, even ophouden met geld verdienen op de handelsvloer.”

Ruim drie jaar na de val van Lehman Brothers en het begin van de mondiale financiële crisis komt de vraag steeds weer op: waarom zijn er niet meer klokkenluiders in de financiële wereld?

Misschien dat de verhalen van deze employee relations manager – wie bedenkt eigenlijk die namen? – een deel van de verklaring zijn: mensen in de financiële wereld worden misschien overbetaald, ze zijn ook fundamenteel onderbeschermd.

De auteur probeert, als buitenstaander in de Londense City, te snappen wat er in de financiële wereld gaande is en doet daarvan elke donderdag verslag.