Het was toen in ieder geval niet de zon

IJspret van Hendrick Avercamp ten tijde van de Kleine IJstijd

Toch niet de zon. Dat is de conclusie van een uitgebreid onderzoek naar het raadsel van het Kleine IJstijd, waarvan de resultaten deze week zijn gepubliceerd in Geophysical Research Letters. Volgens de onderzoekers moet het ongeveer zo gegaan zijn: eind dertiende eeuw spuwden vier tropische vulkanen in korte tijd grote hoeveelheden as en gassen de atmosfeer in. De zon werd verduisterd, het Arctische ijs begon snel te groeien (versterkt door het albedo-effect, de reflectie van zonlicht door het ijs waardoor warmte wordt teruggekaatst in plaats van opgenomen) en verstoorde de circulatie van warm water in de Atlantische Oceaan (lees hier meer).

Een onderzoeker van het Potsdam-klimaatinstituut vat de belangrijkste nieuwe ontdekking van het onderzoek als volgt samen in een reactie op het blog van het tijdschrift Nature:

‘A mechanism is required to produce cooling on longer timescales as the temperature drop after volcanic eruptions typically last only for a few years. In climate model simulations, the authors find that the persistent cooling observed in the climate records can be explained by expanded sea ice resulting in cooling by the ice-albedo feedback mechanism, and cooling in large parts of the North Atlantic by sea-ice export from the Arctic.’

Of, zoals Gifford Miller van de Universiteit van Colorado Boulder, een van de hoofdonderzoekers, zegt: ‘Als het klimaatsysteem keer op keer in korte tijd wordt getroffen door kou veroorzakende omstandigheden, zoals vulkaanuitbarstingen, lijkt er sprake van een cumulatief effect.’

Over de oorzaak van deze eeuwenlange periode van afkoeling is vele jaren gedebatteerd. Sommige wetenschappers vermoedden dat de uitzonderlijk lage activiteit van de zon een belangrijker oorzaak was dan vulkaanuitbarstingen. De onderzoekers hebben veel organisch en ander materiaal verzameld en koolstofanalyses uitgevoerd. Uiteindelijk hebben ze hun conclusies uitgewerkt in een model op. Daarin bleek de variatie in zonne-activiteit in die periode nauwelijks van invloed op de uitkomsten. In het persbericht zegt Miller:

‘Estimates of the sun’s variability over time are getting smaller, it’s now thought by some scientists to have varied little more in the last millennia than during a standard 11-year solar cycle.’ One of the primary questions pertaining to the Little Ice Age is how unusual the warming of Earth is today, [Miller] said. A previous study led by Miller in 2008 on Baffin Island indicated temperatures today are the warmest in at least 2,000 years.

Bette Otto-Bliesner, een van de onderzoekers, waarschuwt (lees hier) voor een voor de hand liggende conclusie:

‘I think people might look at the Little Ice Age and think that all we need to save us from rising temperatures are some volcanic eruptions or the geo-engineering equivalent [...] But when you see what happened when global temperatures dropped by just one degree and you look at current predictions of six or seven degree increases for the future, you realize how precarious things are for life as we know it.’