Het hoofd dat Marilyn Monroe heette

(FILES) Undated file photo shows US actress Marilyn Monroe a few months before she died on 05 August, 1962 at the age of 36. The circumstances of her death have never been cleared up. AFP PHOTO AFP

In de Kunsthal in Rotterdam praat de Amerikaanse kunstenaar Chuck Close met zijn publiek. Hij hangt als een zak oud zand in zijn rolstoel. Maar zijn kostuum, Ghanees, met grote wilde cirkels in aardekleuren, en zijn jonge vriendin, Ghanees, met groot wild haar, relativeren zijn brekelijkheid pertinent.

Onstuitbaar praat hij over zijn werk, over die enorme portretten. Van modellen die leuke bekken trekken of van veelzeggende poses moet hij niks hebben. Hij legt „hoofden” vast, en die moeten „een landkaart van een leven” laten zien.

Het hoofd dat Marilyn Monroe heette, heeft hij nooit willen afbeelden. Te beroemd. Nee, daar had hij met Philip Glass of Bill Clinton geen last van. Hij schilderde ze want ze waren zijn vrienden al, en ze werden toevallig ook een celebrity. Jaja, denk ik. En Kate Moss dan? Het Britse supermodel was allang model toen ze een favoriet object van Close werd, hij portretteerde haar tot op haar schaamstreek. Ach, geef hem ongelijk. Dan zál hij zijn principes niet trouw zijn, wat geeft het.

Ik loop over de tentoonstelling. De reusgrote gezichten zijn ontspannen, hun wangen hangen, hun ogen kijken naar niks. Ik besef dat mensen die worden geportretteerd eigenlijk altijd op hun hoede zijn. En dat Chuck Close daar vanaf wil. Hij wil geen strijd. Hij lokt ze niet uit, hun overgave hoeft hij niet, het gaat hem om hun open geest in samenspraak met hun open hart.

Hij verlangt naar een glimp van hun wezen, en daarbij zit een pose in de weg. Toch jammer dat Close Monroe nooit deed. Monroe in openhartige rust, dat is een blinde vlek. Er bestaan vele duizenden afbeeldingen van haar, maar die neongekleurde portrettenreeks van collega Andy Warhol voert zo langzamerhand de boventoon. Helaas. Ik houd niet van die serie, Warhol vernaggelde haar tot een babypop met een grimas.

Wat hadden we gezien als Close de jonge Monroe tegen het lijf was gelopen? Zij had het zeldzame talent dat vóór haar Helena van Troje had bezeten, ‘wier schoonheid de Grieken naar de wapens deed grijpen en duizend schepen naar Tenedos liet varen’, en Cleopatra en misschien Sarah Bernhardt. Het kan weer eeuwen duren voor er weer zo iemand opduikt, dezer dagen heeft bijvoorbeeld niemand het. Nee, ook Madonna niet, die heeft het talent om haar dromen waar te maken door heel hard te werken, maar dat is iets anders.

De prachtige Monroe-foto van Richard Avedon komt in de buurt als glimp van onbetreden zielsgebied à la Chuck Close. Haar oogopslag is ongecontroleerd, haar gezicht een plattegrond van teleurstelling. De foto hoort bij Avedons serie ter promotie van The Prince and the Showgirl uit 1957. Die film had Monroes doorbraak moeten zijn naar het serieuze werk, naast de grote Britse acteur Laurence Olivier. Het is Monroes meest vergeten film. Een suf sprookje over een gewoon meisje dat een adellijke naarling manieren leert en de liefde bijbrengt. Ik zie hem in een double bill met My Week with Marilyn, de film over Monroes drama op de set van die Prince. De combinatie is onthullend.

Mijn hemel, wat speelde Monroe slecht. Ze is een aanfluiting naast Olivier, die zelfs in deze draak laat zien wat een verrotte goede acteur hij is. Maar zijn ze samen in beeld dan is er geen houden meer aan: bedwelmd kijk je alleen maar naar Monroe. Ze vlakt Olivier uit.

Michelle Williams speelt Monroe knap in My Week with Marilyn, meer niet. Ze lijkt op Monroe maar ze is haar niet, zoals haar collega Kenneth Branagh wél Laurence Olivier is, ook al lijkt hij helemaal niet op hem.

Filmrollen waren Monroes valkuil, maar ze kregen haar er niet onder. Ik kijk en ik kijk. Naar haar. Ik sla geen acht op die miauwstem, en die onhandige motoriek. Telkens bevries ik haar beeld. Ik geniet van haar razende talent: geschenk te zijn voor iedereen die haar ziet.

In de tv-documentaire Gloeiend doek, nooit geblust scharrelde zondag de Nederlandse kunstenaar Ysbrant. Bejaard is hij, maar niet oud, en als een sater in de weer met kleuren en vormen en vrouwen. Hij zegt: „Een vrouw loopt altijd weg.” Hij wil haar „vasthouden”, daarom schildert hij.

Marilyn Monroe liep altijd weg. En kwam terug. En liet zich vasthouden. Even.

    • Joyce Roodnat