Geen pessimisme; alle hoop is toch al vervlogen

Er schijnt een flauw zonnetje, maar verder is het behoorlijk koud en winderig op het dak van de Rotterdamse Doelen, waar de beroemdste Finse filmregisseur aller tijden, Aki Kaurismäki, interviews van steeds een half uur geeft over zijn nieuwste, 29ste film Le Havre. Want binnen, in het hoofdkwartier van het Rotterdamse filmfestival, mag je niet roken. Het is zijn vierde interview van de dag. Maar hij kwijt zich welgemoed van zijn taak, waartoe regelmatig aangedragen glazen witte wijn zeker bijdragen. „Het is hier net zo koud als waar ik woon in Noord-Portugal”, zegt hij. „Mensen denken bij Portugal aan mooi weer. Vergeet het maar: waar ik woon is het meestal guur en winderig. Daarom ben ik daar ook tien jaar geleden gaan wonen: ik zocht net zoiets als Finland, maar dan in het zuiden. Voor mij geen mooi weer. Ik ben een masochist. Ik houd van lijden. Ik heb het Jezus-syndroom: ik lijd voor de mensen die mij te zijner tijd zullen ophangen.”

1Ik vind uw films eerder optimistisch. Uw hoofdpersonen zijn steeds positieve helden, hoe moeilijk ze het ook hebben.

„Ze behouden hun menselijke waardigheid, dat is waar.”

2In veel van uw films treden schurken of een maffia op. Vindt u dat de misdaad de wereld overneemt?

„Er zijn 157 grote ondernemingen in de wereld die alles overnemen, die ons bezitten. Dat is al gaande sinds de jaren zeventig. Er is geen reden voor pessimisme, want alle hoop is toch al vervlogen. De economische crisis die nu begint zal stabiel zijn. This is the end, my friend.”

3Als geëngageerde filmer kunt u ons voorgaan in de revolutie.

„Het is inderdaad tijd om de stenen in de goede richting te gaan gooien, in de richting van die 157 grote bedrijven. Maar ik ben het soort mens dat als eerste wordt doodgeschoten. En veel invloed heb ik niet. Naar mijn films gaan voornamelijk beschaafde dames van boven de zestig.”

Het half uurtje op een koud balkon vliegt voorbij. Tijd voor de lunch. De keus valt op een liquid lunch, wat in de praktijk inhoudt dat we bier gaan drinken in een naburige hotelbar. Het is er vrij donker, maar je mag er gelukkig roken.

4Le Havre is op film gedraaid. U ziet niets in digitale camera?

„Bent u gekomen om mij te beledigen? Cinema is gebaseerd op licht. Video niet. Handig hoor, die digitale revolutie in de bioscoop: je hoeft niet meer met zware filmrollen te zeulen. Maar ga eens in zo’n theater een oude film van Humphrey Bogart zien. Dan merk je dat je iets mist: licht. Iets gaat verloren in de cinema en het komt nooit meer terug.”

5Men zegt dat u uw acteurs verbiedt om tijdens de opname te lachen.

„Alle emoties spelen zich af in de ruimte tussen de ogen en de bovenlip. Aan het begin van de opnamen zeg ik tegen de acteurs: laat alle grote gevoelens thuis, je mag niet lachen, niet hollen en niet met je armen zwaaien. Je mag hoogstens een wenkbrauw optrekken. En zelfs daar houden ze meestal vanzelf mee op.

„Vaak laat ik de cameraman zonder dat de acteurs het merken een eerste repetitie filmen, als ik gezegd heb dat ze nog niet hoeven te spelen en alleen maar het juiste loopje hoeven te doen en de juiste woorden te zeggen. Die werkopname gebruik ik dan in de montage. Soms laat ik het ook bij die eerste take en doen de cameraman en ik alleen maar alsof we een ‘echte’ opname maken. Film is duur. Ik heb geen geld om, zoals Hitchcock, zestig takes te draaien.”

Het bier in de bar komt uit flesjes en is bij het inschenken al verschaald. Maar voor de voedingswaarde maakt dat natuurlijk niet uit, evenmin voor de opperbeste stemming van Kaurismäki. We spreken over Litouwen, waar hij net een documentaire van jonge filmers over Tsjetsjenië heeft geproduceerd. („Dat een lid van de EU door en door corrupt is, interesseert kennelijk niemand.”) Kaurismäki’s ouders blijken afkomstig van de oevers van het Ladoga-meer in Karelië en moesten in 1940 vluchten bij de opmars van Sovjettroepen in de zogeheten Winteroorlog. Dan heeft de festivalorganisatie zijn Finse gast echter opgespoord en komt hem halen. Er zijn meer interviews gepland – hij moet terug naar het balkon.

Redacteur Kunst & Cultuur

    • Raymond van den Boogaard