Egyptische ‘ultra’s’ roepen om wraak na voetbaldrama in Port Said

Drie dagen van nationale rouw heeft Egypte vanmorgen uitgeroepen na de voetbalrellen in Port Said, waarbij gisteren zeker 73 doden en honderden gewonden vielen. Regering en parlement kwamen in Kairo in een noodzitting bijeen.

Omstreeks twee uur ’s ochtends stapt een groep van een veertigtal mannen door het nachtelijke Kairo. Het zijn ‘ultra’s’, hardleerse fans van de voetbalclub Al-Ahly, en ze zijn op weg naar het Ramsis-station om de trein uit Port Said op te wachten. Kijken wie er afstapt en vooral wie niet. Enkele uren eerder is de wedstrijd tegen aartsrivaal Al-Masry uitgelopen op het ergste bloedbad uit de Egyptische voetbalgeschiedenis. Daarbij zijn zeker 73 doden gevallen; er zijn honderden gewonden.

De emoties lopen hoog op. De ene verwenst de mensen van Port Said, de andere zegt: „Dit is de wraak van de politie.” Oudere fans proberen jongeren te kalmeren. „Dit is precies wat ze willen: ons tegen elkaar opzetten zodat we de echte vijand, het leger, uit het oog verliezen.”

Minuten nadat het nieuws over het drama in het stadion van Port Said was bekend geworden, doken de eerste complottheorieën op. Dit was geen gewoon voetbalgeweld, dit was een afrekening voor de sleutelrol die de zogeheten ultra’s, de harde kern van voetbalsupporters, vorig jaar hebben gespeeld tijdens de Egyptische opstand.

De geruchten werden versterkt door de beelden van de oproerpolitie die schijnbaar werkeloos toekijkt terwijl fans van de thuisploeg Masry het veld, de kleedkamers en de tribunes van Al-Ahly bestormen. Op de eigen TV-zender van Al-Ahly zegt sterspeler Mohamed Abu Trika: „Mensen gaan hier dood en niemand steekt een vinger uit. Dit is oorlog. Zijn onze levens dan zo weinig waard?”

In het pas gekozen parlement ging vanmiddag een spoeddebat van start over de gebeurtenissen in Port Said. Eerder hadden politici al vragen gesteld bij de gang van zaken. „Hoe kan het dat je een wedstrijd hebt met 12.000 toeschouwers en twee groepen supporters waarvan geweten is dat ze op gespannen voet leven, en toch is er geen beveiliging”, zei Mohammad Abu Hamed van de Partij van de Vrije Egyptenaren op tv. Dat er geweld zou zijn rond de wedstrijd behoorde tot de verwachtingen. „De supporters van Al-Masry en die van Al-Ahly haatten elkaar”, zegt Mostafa Samir, lid van de Ultra White Knights van voetbalclub Zamalek. „Dat is een oude geschiedenis. Het is niet politiek; het is gewoon voetbal. De vraag is waarom de politie zich afzijdig heeft gehouden.”

Het geweld begon al lang voor de wedstrijd, zegt Ahmed Ghaffar, een van de oprichters van de ‘Ultra’s Ahlawy’, de harde supporterskern van Al-Ahly, in een gedetailleerd ooggetuigenverslag dat vandaag via internet werd verspreid. De treinen en bussen die de Al-Ahly-supporters en het team naar Port Said brachten werden vanaf Ismaila met stenen bekogeld. Tijdens de wedstrijd werden de gebruikelijke schunnigheden naar elkaar geroepen en werd er vuurwerk over en weer geschoten.

„Dat was allemaal heel gewoon”, zegt Ghaffar. Wat volgde nadat de wedstrijd werd afgesloten met 3-0 voor Masry was dat niet. „Onmiddellijk na het affluiten werd gelijktijdig een aanval ingezet op zowel de spelers als de supporters van Al-Ahly. „Wij waren verbijsterd dat de politie hen zomaar doorliet. Roepen, vuurwerk, met stenen gooien: dat zijn we gewend. Maar de mensen die ons aanvielen waren gewapend met stokken, messen en flessen.”

De Al-Ahly-fans waren in de minderheid en op vijandelijk terrein. Ze zetten het op een lopen. „We renden door de gangen naar de uitgang. Normaal gezien hadden de deuren open moeten staan om ons na de wedstrijd te laten vertrekken. Maar de deuren waren op slot.”

Ghaffar beschrijft hoe de Al-Ahly-fans „laag op laag” in het nauw zijn gedreven terwijl „de Masry-fans op iedereen inslaan, zelfs mensen die al op de grond lagen”.

„Wat hier gebeurd is was ofwel gepland of is gefaciliteerd”, besluit Ghaffar. „Een ander scenario is er niet. Dit was niet het gebruikelijke voetbalgeweld. Wat ik in Port Said gezien heb was erger dan Mohammed Mahmoud”, een verwijzing naar de gevechten rond het ministerie van Binnenlandse Zaken in Kairo in november waarbij de ultra’s een sleutelrol speelden.

Wat ook de ware toedracht is van het drama in Port Said, de gevolgen voor de labiele politieke situatie in Egypte kunnen groot zijn. Op de trein terug naar Kairo riepen de Al-Ahly-fans gisternacht naar verluidt om de executie van veldmaarschalk Tantawi, de sterke man van Egypte sinds het aftreden van president Mubarak een jaar geleden.

Op Facebook verspreidden de ultra’s van Al-Ahly gisteren een boodschap die er niet om loog. „De veldmaarschalk en de restanten van het oude regime hebben ons een duidelijke boodschap gestuurd. We hebben nu de keuze tussen onze vrijheid of verder gestraft worden voor onze rol in de revolutie tegen de tirannie. Tantawi, wij willen jouw hoofd.”

Zowel in Tunesië als in Egypte hebben de ultra’s, een term die zijn oorsprong heeft in het Italiaanse voetbal, een rol gespeeld tijdens de opstand. Hoewel ze zich doorgaans niet met politiek bezighouden, waren de ultra’s beter dan wie ook voorbereid op een confrontatie met de politie, hun aartsvijand.

Vandaag is opgeroepen tot een mars van het hoofdkwartier van Al-Ahly naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Rond dat ministerie zijn na de gevechten van november, toen de pro-democratiebeweging slaags raakte met de oproerpolitie, metershoge muren opgetrokken. Of dit een nieuw hoofdstuk wordt in het protest tegen de militaire junta moet blijken.

„De ultra’s zijn zoals elke andere gemeenschap; je vindt er allerlei soorten mensen”, zei Gamal Beshir, de auteur van een recent boek over de ultra’s, vorige week in de krant Al-Ahram. „Dat wil zeggen dat ze zich buiten het stadion gedragen als individuen. Ze treden slechts op als een groep wanneer ze het allemaal eens zijn over iets. Dat gebeurt zelden.”

De opstand tegen president Mubarak van vorig jaar was zo’n gelegenheid; het drama van Port Said is er mogelijk een andere.

„Als ze denken dat ze het voetbal kunnen gebruiken om ons tegen elkaar kunnen opzetten vergissen ze zich”, zegt een man in de groep Al-Ahly-fans die gisteravond op weg is naar het station. „Vorig jaar hebben we de strijdbijl met de ultra’s van Zamalek begraven om te vechten voor Egypte. Wat toen kon kan nu opnieuw.”

    • Gert Van Langendonck