De Kroms (sociale) zekerheden

Wie kan werken, moet dat ook doen. Letterlijk staat dit in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel dat staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) gisteren naar de Tweede Kamer stuurde. Met de ‘Wet werken naar vermogen’ voegt hij een aantal regelingen in de sociale zekerheid samen en past hij er tegelijkertijd een bezuiniging op toe. Hij spreekt zelfs van „een fundamentele omslag in het denken” over gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Dat is overdreven.

Met het uitgangspunt van de staatssecretaris is niets mis. Maar het was ook al het adagium van vorige kabinetten van uiteenlopende politieke kleuren. Bij een zieke, gehandicapte of anderszins in het ongerede geraakte (potentiële) werknemer moet niet de vraag zijn wat hij niet kan, maar wat hij wél kan. Dit was al de stelling van het kabinet-Lubbers III (1989-1994) dat als eerste drastisch snoeide op de toenmalige WAO, die voorzag in uitkeringen voor arbeidsongeschikten. Dat een betaalde baan de beste remedie is tegen armoede, is evenmin een inzicht dat pas na het aantreden van het kabinet-Rutte is gerijpt.

Maar De Krom voegt bij zijn woorden wel enkele daden die een financiële prikkel bevatten. Hij verlaagt de uitkering voor jonggehandicapten en geeft werkgevers de mogelijkheid minder dan het wettelijk minimumloon te betalen aan werknemers die niet voldoende kunnen produceren. De overheid zorgt voor een aanvulling. Het risico van een ingewikkelde bureaucratie ligt hier op de loer.

Het wetsvoorstel ademt een liberale geest. Burgers horen „niet onnodig afhankelijk te zijn van de overheid”, een overheid die mensen niet aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid neemt ze „niet serieus”. Dat van bestaande regelingen onnodig gebruik of zelfs misbruik wordt gemaakt, is dan ook een logische drijfveer voor De Krom.

Ook daar is niets op tegen. Toch is te hopen dat de staatssecretaris zijn oor nog eens goed te luister legt bij de gemeenten. Praktijkkennis is in het bijzonder voorradig bij sociale diensten en sociale werkplaatsen. Daar bestaat de zekerheid dat niet iedereen het vermogen heeft om aan de wetten van de arbeidsmarkt te voldoen. Hoezeer het ook verstandig is dat De Krom een aantal regelingen vereenvoudigt en versobert, in de praktijk zal maatwerk, toegepast op het individu, geboden blijven.

De bewindsman rekent op medewerking van werkgevers. Hij kan daarover beter niet al te optimistisch te zijn. Naarmate de werkloosheid in Nederland en andere EU-lidstaten stijgt, zal de concurrentie van (buitenlandse) werknemers zonder vlekje de komende jaren invloedrijk zijn. Op langere termijn zal de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt waarschijnlijk, en hopelijk, meer kansen bieden aan gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Want inderdaad: als ze kunnen werken, laat ze dan ook gaan werken. In hun eigenbelang en in het algemeen belang.