Daarom ben ik mini-mecenas

De beste manier om je subsidie nooit kwijt te raken is deze nooit aan te vragen. Dat zei Alexander Rinnooy Kan vorig jaar op het jaarlijkse diner voor de grote mecenassen van Het Concertgebouw. Hij is er voorzitter van de raad van toezicht en hij heeft gelijk, natuurlijk, en recht van spreken want Het Concertgebouw is maar voor 5 procent afhankelijk van gemeentelijke subsidie.

En toch ligt het iets ingewikkelder. Zelfs een gerenommeerde instelling als Het Concertgebouw in het chique Amsterdam-Zuid verzamelt niet zo maar even de benodigde particuliere miljoenen bij elkaar, zo blijkt wel uit de aandelenuitgifte waar de muziekinstelling vorig jaar mee begon. Ze hoopten er 1.000 mensen mee te trekken, het is nog maar de helft.

Daar sta je dan als klein theatergezelschap in het Rotterdamse Lloydkwartier. Waar haal je opeens het geld vandaan om een twintigtal medewerkers te betalen, de productiekosten, om over de rest van de exploitatiekosten als verwarming maar te zwijgen, nu je niet meer zeker bent van je gemeentelijke en landelijke subsidie?

Dat er bezuinigd wordt op cultuur is onontkoombaar en niet iedere particulier heeft duizenden euro’s om aandelen te kopen, waar instellingen een investeringsfonds mee kunnen opzetten. Maar we kunnen wel allemaal vaker uitgaan.

Zelf leg ik tegenwoordig met dubbel plezier geld neer voor een kaartje voor theater, film of museum. Ik weet dat ik ga genieten van cultuur en dat mijn geld, al is het een klein bedrag, voor het gezelschap of de instelling van groot belang is om de eigen inkomstennorm te halen.

Zo heb ik principieel besloten dat ik, frequent museumbezoeker, geen jaarkaart meer neem. Als ik ga, wil ik graag die expositie zien; waarom zou ik daar niet het volle pond voor over hebben? En de catalogus die bij de tentoonstelling hoort, schaf ik met datzelfde dubbele plezier aan. Een win-winsituatie. Nou ja, ik geef toe, het is meer alle kleine beetjes...

    • Birgit Donker