Birma op weg naar democratie

De ene positieve ontwikkeling in Birma volgt op de andere. De gesloten dictatuur die het land decennialang in haar greep had, heeft plaatsgemaakt voor een regering die niet alleen zégt naar democratie te streven, maar er ook werk van maakt. De afgelopen maanden zijn honderden politieke gevangenen vrijgelaten. Aung San Suu Kyi, in 2010 nog uitgesloten van de verkiezingen, voert inmiddels campagne voor de verkiezingen (op 1 april) voor een deel van de parlementszetels. De controle over de media is versoepeld.

De regering heeft bovendien bestanden gesloten met enkele van de etnische minderheden waarmee de staat tientallen jaren bloedige oorlogen voerde. Tegelijk legt Birma contacten met de buitenwereld die een jaar geleden nog amper voorstelbaar leken. Om export en buitenlandse investeringen te stimuleren, zijn speciale belastingmaatregelen getroffen. En president Thein Sein, voormalig lid van de junta en nu de drijvende kracht achter de hervormingen, was deze week drie dagen in Singapore. Daar stelde hij zich op de hoogte van manieren om de handel in aandelen en valuta te stimuleren. Singapore, net als Birma een voormalige Britse kolonie, gaat studiereizen voor Birmese functionarissen organiseren en helpen bij de opleiding van Birmese werknemers in technische functies.

Birma heeft duidelijk besloten dat goede betrekkingen met China niet langer genoeg zijn. Het land hoopt het Westen ertoe te bewegen de sancties op het heffen, opdat Birma een volwaardig deelnemer van de wereldeconomie kan worden.

Terecht juichte de Franse minister van Buitenlandse Zaken Juppé deze ontwikkelingen toe als „een van de zeldzame goede nieuwtjes in de wereld van vandaag”. Maar het staat niet vast dat deze positieve wending onomkeerbaar is. Over de motieven van Thein Sein is nog veel onduidelijk. Evenmin is met zekerheid te zeggen wat de verandering in gang heeft gezet. Wél zeker is dat Birma zich minder afhankelijk maakt van het grote China. De VS, maar ook Europese landen, zouden de banden met Birma, dat rijk aan grondstoffen is, graag aanhalen zodra de situatie van de mensenrechten opheffing van de sancties toelaat.

Het regionale samenwerkingsverband ASEAN kan in het nieuwe Birmese beleid een bevestiging zien van zijn beleid. ASEAN heeft altijd vastgehouden aan betrokkenheid bij Birma, ook in tijden dat het Westen luidruchtig pleitte voor het isoleren van het militaire regime.

Het Westen op zijn beurt kan zeggen dat de sancties hebben geholpen – de huidige regering wil er immers graag vanaf. Wie ook gelijk heeft, wat er nu gebeurt is goed voor Birma.