Achtduizend prikkels voor sociale samenhang per jaar

Toen Willem-Alexander en Máxima trouwden, vandaag precies tien jaar geleden, kregen zij een fonds cadeau. Hoe gaat het daar nu mee?

Vrijwilligersactie NL Doet, georganiseerd door het Oranje Fonds.

„Waar is het toilet?” Conny de Visser kreeg het „Spaans benauwd” toen prins Willem-Alexander haar aansprak tijdens zijn bezoek aan het dorpshuis van Biervliet, Zeeland, in mei 2010. „In het urinoir lag een matje met een voetbaldoel”, vertelt zij. „U weet wel, zo’n ding waar mannen tijdens het plassen op kunnen mikken.”

Zou de kroonprins er wat van zeggen? De Visser kon haar nieuwsgierigheid nauwelijks bedwingen. Tot haar verbazing stak hij na zijn toiletbezoek joviaal zijn hand op. „Het is gelukt hoor, ik heb raak geschoten!”

Vandaag is het tien jaar geleden dat Willem-Alexander en Máxima in het huwelijk traden. De Nederlandse bevolking schonk het paar een fonds om ‘de sociale samenhang en sociale participatie te bevorderen’.

Duizenden organisaties, waaronder stichting Dorpshuis Biervliet van De Visser, ontvingen sindsdien een bijdrage uit het Oranje Fonds. Met de toegekende 50.000 euro werd het monumentale pand van het dorpshuis gerenoveerd en gemoderniseerd. De Visser: „Lange tijd stond het leeg. Nu kun je er darten, biljarten en tal van workshops volgen. Er is meer saamhorigheid.”

Ook Fiene van Loock diende in 2008 een aanvraag in bij het Oranje Fonds. Zij wilde getalenteerde kansarme kinderen kunsteducatie aanbieden. „Voor veel ouders is kunst- of muziekles te duur. Jammer, want daarmee gaat veel talent verloren.”

De KunstExpress-projecten van haar stichting Two Get There – waarbij kinderen met een ouder maatje de kunstwereld ontdekken – worden drie jaar door het Oranje Fonds ondersteund voor maximaal 30.000 euro. De deelnemers bezoeken musea en bekwamen zich in film, fotografie en boetseren. Van Loock: „Het is geen zoektocht naar Picasso’s, maar we ontstijgen wel het knutselniveau.”

Met een eigen vermogen van 170 miljoen euro is het Oranje Fonds het grootste sociale fonds van Nederland. Opmerkelijk, gezien de moeizame start. Voor het huwelijkscadeau werd 3 miljoen euro opgehaald. Volgens toenmalig bestuurslid Paul Schnabel ging daar nog een flinke hap vanaf voor het huwelijksfeest in de Amsterdamse Arena. Oranje Fondsdirecteur Ronald van der Giessen bestrijdt dat. „Er is geen cent naar het feest gegaan.”

Zeker is dat er weinig in kas zat. Schnabel verzon daarom een list. „Ik heb het Juliana Welzijn Fonds gevraagd een deel van hun vermogen ter beschikking te stellen. Tot mijn verrassing wilden ze een stap verder gaan: fuseren.”

Het Juliana Welzijn Fonds, opgericht in 1948 ‘ter bevordering van het maatschappelijk werk en het opbouwwerk’, had in 2002 een vermogen van 125 miljoen euro. En, niet onbelangrijk: de BankGiro Loterij was al veertig jaar een trouwe partner.

Als het Oranje Fonds niet was gefuseerd, zegt Schnabel, „was er weinig van overgebleven.” Hij vindt het „heel bijzonder” dat het kleine Oranje Fonds het grote Juliana Welzijn Fonds mocht opslokken. „Het hele kapitaal en alle knowhow werden aan een nieuw bestuur overgedragen. Zo’n genereus gebaar heb ik nooit eerder meegemaakt.”

Met het grotere vermogen kunnen meer Nederlanders worden gesteund. Vorig jaar besteedde het Oranje Fonds 28 miljoen euro aan projecten, verdeeld over het hele koninkrijk. Het grootste deel van het budget komt van de Nationale Postcode Loterij en de Lotto. Daarnaast steunen 8.200 particulieren en bedrijven het fonds.

„Dankzij erfenissen en fondsen op naam zal het Oranje Fonds de komende jaren groeien”, verwacht directeur Van der Giessen. Hij voorspelt ook dat de strengere eisen die de fiscus sinds 1 januari aan goede doelen en hun administratie stelt, in het voordeel van het fonds zullen werken. Het heeft de zaken goed op orde, zegt hij.

Van de circa 10.000 aanvragen werd vorig jaar 80 procent gehonoreerd. Het gaat daarbij om bedragen van 500 tot zo’n 50.000 euro. „We steunen geen eendaagse activiteiten”, zegt Van der Giessen. „En projecten moeten wel voldoende draagvlak onder de bevolking hebben. Ook is het belangrijk dat een organisatie de menskracht en expertise al in huis heeft om een doelstelling te verwezenlijken. Een club die taalles geeft in Amsterdam-Noord en graag de hele provincie wil bedienen, is bij ons niet aan het juiste adres.”

Hoe nuttig zijn de projecten van het Oranje Fonds? En: hoe verantwoordt het de financiële injecties? Het fonds beschikt over het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving, dat toeziet op goed beheer van het geld. Maar dat zegt niets over de doelstelling van het fonds, of over de uitvoering van projecten. Daarom ontwikkelt het Instituut voor Integratie en Sociale Weerbaarheid (ISW) nu een wetenschappelijke evaluatiemethode voor het Oranje Fonds. Daarvoor worden 25 zogenoemde mentorprojecten onder de loep genomen. Onderzoeksleider Menno Vos: „We kijken naar de sociale vaardigheden en netwerken van jongeren voor én na een project. Het ziet er naar uit dat de projecten vruchten afwerpen.”

Volgens directeur Van der Giessen brengen Máxima en Willem-Alexander „enkele tientallen keren” per jaar een verrassingsbezoek aan ‘hun’ projecten. Meestal wordt er geen ruchtbaarheid aan gegeven, waardoor de bezoeken informeel en ontspannen kunnen verlopen. „Er is veel ruimte buiten het protocol”, merkte Van Loock van KunstExpress.

Vooral Máxima dwingt bij de projectleiders respect af. „Ze heeft een uitgesproken mening”, zegt Rein van Baar, die een project ontwikkelde waarbij de levensverhalen van ouderen worden opgetekend. „Dat merkte ik toen wij over taalonderwijs kwamen te spreken. Máxima had er goed over nagedacht hoe mensen zich een taal eigen maken.”

Van Loock vertelt dat de prinses zich na een conferentie over jongerenprojecten terugtrok met haar persoonlijk adviseur Pien Zaaijer om een samenvatting te schrijven. „In een kwartier zette ze alle bijdragen in een maatschappelijke context. Dan kom je van goeden huize.”